(Foto: Thijs van Reeuwijk)

De zorg voor TU-medewerkers is voldoende hersteld, oordeelde de Onderwijsinspectie dit voorjaar, maar de jaarverslagen van vertrouwenspersonen, ombudsfunctionarissen en het meldpunt sociale veiligheid tonen een weerbarstige praktijk. Meldingen zijn complex en draaien vaak om dezelfde structurele problemen: leiderschap, afhankelijkheid en onduidelijkheid in het systeem zelf.

article-in-one-minute-arrow

Dit artikel in 1 minuut

In 2025 deden honderden medewerkers een beroep op de voorzieningen rond sociale veiligheid. Dat blijkt uit de jaarverslagen van de vertrouwenspersonen, de ombudsfunctionaris personeel en het meldpunt integriteit en sociale veiligheid, die onlangs op intranet zijn gepubliceerd. De vertrouwenspersonen spraken met 353 melders, goed voor 736 registraties. De ombudsfunctionaris behandelde 90 meldingen en het meldpunt integriteit en sociale veiligheid kwam in zijn eerste jaar uit op zo’n 100 afgeronde meldingen.

Hoe groot het probleem precies is, blijft lastig vast te stellen. Meldingen overlappen elkaar, lopen via verschillende routes en worden doorverwezen. Bovendien ontbreekt overzicht: de ombudsfunctionaris stelt expliciet dat er geen totaalbeeld bestaat van alle signalen en klachten binnen de TU Delft.

Dezelfde patronen komen terug

De drie rapporten laten een consistent beeld zien: meldingen gaan zelden over één incident, maar over situaties die zich over langere tijd ontwikkelen en escaleren. Conflicten, onduidelijke besluitvorming en ervaren grensoverschrijdend gedrag lopen daarbij door elkaar.

Alle loketten spreken van ‘gelaagde’ of ‘verweven’ casuïstiek. Daarbij spelen machtsverhoudingen een centrale rol. Promovendi en jonge medewerkers zijn nog steeds extra kwetsbaar, omdat zij afhankelijk zijn van leidinggevenden of promotoren voor hun beoordeling of toekomstperspectief.

Leiderschap – of een gebrek daaraan – is daarbij doorslaggevend. De manier waarop leidinggevenden omgaan met signalen en conflicten bepaalt volgens de rapporten in sterke mate of medewerkers zich veilig voelen om zich uit te spreken. Zoals de ombudsfunctionaris schrijft: leiderschap wordt zichtbaar in ‘de ruimte die medewerkers ervaren om zich uit te spreken’ en in de manier waarop signalen worden ontvangen en opgepakt.

Hoewel medewerkers de weg naar hulp beter weten te vinden, blijft de drempel om daadwerkelijk door te zetten hoog. Melders vrezen negatieve gevolgen voor hun positie, reputatie of carrière.

De vertrouwenspersonen horen regelmatig dat medewerkers bang zijn voor vergelding of ‘een aantekening in het dossier’. Als gevolg daarvan blijft het in een deel van de gevallen bij een gesprek, zonder verdere stappen.

Te snel of juist te laat ingegrepen

De rapporten zijn opvallend eensgezind in hun kritiek op hoe de organisatie met problemen omgaat. De vertrouwenspersonen signaleren dat ongewenst gedrag geregeld wordt afgezwakt tot een algemeen teamprobleem, terwijl het feitelijk gaat om gedrag van mensen in een machtspositie. Ook wordt soms te snel of juist te laat ingegrepen.

Het meldpunt beschrijft vergelijkbare patronen: gebrek aan duidelijke sturing, onvoldoende aandacht voor machtsverhoudingen en oplossingen die vooral tijdelijk werken.

De ombudsfunctionaris wijst daarnaast op onduidelijke procedures en besluitvorming, waardoor medewerkers niet altijd weten welke stappen mogelijk zijn of waar ze terechtkunnen.

De TU heeft de afgelopen jaren flink geïnvesteerd in de infrastructuur rond sociale veiligheid, onder meer met de oprichting van het meldpunt in april 2025. Dat wordt in alle rapporten erkend als vooruitgang.

Maar tegelijk blijkt het systeem zelf nog niet goed uitgekristalliseerd. De vertrouwenspersonen signaleren dat melders niet altijd weten wat ze van het meldpunt kunnen verwachten en dat trajecten als belastend kunnen worden ervaren.

Ook de onderlinge rolverdeling tussen de loketten is nog niet scherp. De ombudsfunctionaris constateert dat taken en verantwoordelijkheden onvoldoende duidelijk zijn, wat de werking van het systeem bemoeilijkt.

‘De sociale en psychologische veiligheid zijn nog niet substantieel verbeterd’

Het meldpunt zelf erkent dat het onderdeel is van een bredere infrastructuur die nog in ontwikkeling is en waarin afstemming cruciaal blijft.

Daarmee sluiten de interne rapporten aan bij – maar nuanceren ze ook – het oordeel van de Inspectie van het Onderwijs. Die zag in april duidelijke verbeteringen in de zorg voor medewerkers en concludeerde dat er geen sprake meer is van wanbeheer.

De interne verslagen bevestigen dat er vooruitgang is geboekt: meer aandacht voor sociale veiligheid, een groter bereik van hulploketten en een hogere meldingsbereidheid.

Verbetering niet overal merkbaar

Tegelijkertijd maken ze duidelijk dat die verbetering nog niet overal wordt ervaren. Zo stellen de vertrouwenspersonen expliciet dat de sociale en psychologische veiligheid ‘nog niet substantieel zijn verbeterd’. Ook de andere rapporten benadrukken dat veel problemen structureel blijven terugkomen en samenhangen met cultuur en leiderschap.

Over wat er moet gebeuren, zijn de drie loketten opvallend eensgezind. De vertrouwenspersonen pleiten voor steviger leiderschap, duidelijke normen en betere bescherming van kwetsbare groepen, zoals promovendi en internationale medewerkers.

De ombudsfunctionaris vraagt om duidelijkere procedures en betere communicatie, zodat medewerkers weten waar ze aan toe zijn en signalen beter gevolgd kunnen worden.

Het meldpunt benadrukt het belang van transparantie, betere samenwerking tussen loketten en meer aandacht voor de onderliggende oorzaken van conflicten, in plaats van alleen het behandelen van afzonderlijke meldingen.

Reactie college van bestuur

In zijn reactie zegt college van bestuur (CvB) de bevindingen uit de drie rapporten te herkennen en serieus te nemen. Het stelt dat signalen steeds vaker worden opgepakt en dat medewerkers en studenten zich doorgaans gehoord voelen, maar dat de samenwerking tussen loketten beter moet en het systeem nog niet voor iedereen duidelijk is.

Het CvB wil vooral inzetten op preventie en leiderschap. Leidinggevenden moeten beter worden ondersteund in het herkennen van signalen en het voeren van gesprekken over sociale veiligheid. Ook wil de universiteit meer zicht krijgen op onderliggende oorzaken, zoals afhankelijkheidsrelaties en onzekerheid over loopbanen.

Studenten melden vooral problemen met regels

De ombudsfunctionaris voor studenten publiceert zoals gewoonlijk een eigen jaarverslag. Daar kwamen in 2025 31 meldingen binnen – een stabiel en relatief laag aantal ten opzichte van de totale studentenpopulatie.

De meeste meldingen gingen niet over grensoverschrijdend gedrag, maar over de toepassing van regels en beleid, zoals cijfers, toelating en toetsing. Studenten ervaren in die zaken dat regels onjuist of onbillijk worden toegepast, vaak in combinatie met klachten over communicatie of bejegening.

Een kleiner deel van de meldingen ging over conflicten of grensoverschrijdend gedrag, dat relatief vaak speelt binnen verenigingen.

Net als bij medewerkers speelt ook hier afhankelijkheid een rol. Studenten beschrijven dat zij zich soms ‘wanhopig, machteloos en niet gezien’ voelen wanneer zij vastlopen in procedures of geen passende oplossing krijgen.

De ombudsfunctionaris ziet daarnaast dat studenten met een ondersteuningsbehoefte geregeld tegen grenzen van het systeem aanlopen, bijvoorbeeld bij aanvragen voor maatwerk bij toetsing.

  • Lees meer over sociale veiligheid in ons dossier.
Hoofdredacteur Saskia Bonger

Heb je een vraag of opmerking over dit artikel?

[email protected]

Comments are closed.