Kort
Om de werkdruk in het onderwijs te verlichten, stelt de Tweede Kamer voor om opleidingen maar eens in de acht tot tien jaar te accrediteren in plaats van eens in de zes jaar. Onderwijsminister Letschert staat ervoor open, maar wil eerst onderzoek afwachten.
Op dit moment controleert de Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie elke zes jaar de kwaliteit van opleidingen. Een panel van specialisten kijkt dan naar scripties en ander papierwerk en spreekt met studenten, docenten en werkgevers. Ook de examencommissie moet zich tijdens deze accreditatie verantwoorden.
Een oude klacht is dat dit proces het onderwijs veel tijd kost. Dat vindt ook de Tweede Kamer, die zich donderdag uitsprak voor het versimpelen van het accreditatiestelsel. Kunnen de controles niet wat minder vaak plaatsvinden, bijvoorbeeld elke acht tot tien jaar?
Onderzoek loopt al
Onderwijsminister Rianne Letschert reageerde niet afwijzend op het voorstel. Haar ministerie onderzoekt al hoe het systeem van kwaliteitszorg verbeterd kan worden. “Verruiming van de accreditatietermijn zou een mogelijkheid kunnen zijn”, zei Letschert, “maar ik wil wel eerst het onderzoek afwachten.”
De afgelopen jaren was er veel discussie over een nieuw accreditatiestelsel. Het idee was om het meer aan instellingen zelf over te laten, maar dat kwam nooit van de grond. Een jaar geleden gooide voormalig onderwijsminister Eppo Bruins het plan in de prullenbak. Daarom ligt de vraag hoe de kwaliteitscontroles verbeterd kunnen worden weer open.
Het onderwijs op de Caribische eilanden bereidt studenten die naar Nederland komen voor een studie niet genoeg voor, waarschuwt de Onderwijsraad in een nieuw rapport. Vooral de taalvaardigheid vormt een grote uitdaging: een goede beheersing van het Nederlands is belangrijk voor leerlingen die in Nederland willen studeren. Maar wie naar een ander Caribisch eiland of naar de Verenigde Staten gaat, moet juist goed zijn in Papiamento of Engels.
De eilanden kennen specifieke kwetsbaarheden, schrijven de auteurs: de scholen zijn klein, liggen ver van (Europees) Nederland en hebben niet dezelfde toegang tot hulpmiddelen en ondersteuning. En dat heeft gevolgen: ongeveer een kwart van de jongeren uit Caribisch Nederland die gaan studeren in Europees Nederland stopt vroegtijdig met de studie, vooral door taalproblemen.
Pleidooi voor meer docenten Nederlands
De Onderwijsraad roept de minister van OCW daarom op om het onderwijs te verbeteren. Belangrijk is dat dit gebeurt op een manier die past bij de specifieke situatie van de eilanden. Het aanhouden van dezelfde regels voor heel Nederland klinkt eerlijk, maar pakt in de praktijk ongelijk uit.
De raad pleit onder meer voor extra investeringen in docenten Nederlands op de eilanden. Daarnaast zouden scholen zelf aanvullende lessen Nederlands kunnen aanbieden aan leerlingen die in Nederland willen gaan studeren. (HOP, NB)
Een pilot van IT-coöperatie SURF om van Amerikaanse software af te komen heeft al dertig instellingen in beweging gebracht. Zo’n duizend mensen gebruiken een alternatief en SURF maakt ruimte voor meer testgebruikers.
In november riep SURF haar onderwijs- en onderzoeksinstellingen op om zich te melden voor een pilot. Wilden ze helpen om hogescholen en universiteiten onafhankelijker te maken van Amerikaanse software? Nu kunnen techbedrijven in de VS met één druk op de knop het onderwijs in Nederland platleggen.
Er was ruimte voor tweeduizend testgebruikers en inmiddels zijn de eerste duizend met het alternatieve Nextcloud aan het werk, zegt SURF. Ze delen hun bestanden met collega’s, ze videobellen, ze chatten met elkaar en kunnen straks mogelijk een ingebouwde AI-assistent gebruiken.
Twaalf universiteiten
Het Duitse Nextcloud werkt met open standaarden, zodat het mogelijk wordt om het samen met concurrerende programma’s te gebruiken. Daardoor worden gebruikers minder afhankelijk van één aanbieder. Ook is Nextcloud open source: iedereen kan de broncode bekijken en eventueel verbeteringen suggereren.
In de afgelopen maanden hebben dertig SURF-leden zich aangemeld voor de pilot. Onder meer vier hogescholen, twaalf universiteiten, zes onderzoeksinstellingen en twee universitair medisch centra doen mee. SURF wil geen namen noemen, maar het is bekend dat de TU Delft meedoet. Ook kunnen medewerkers Nextcloud gebruiken voor de opslag van data.
Nu breidt de IT-coöperatie de pilot uit. “We merken dat er veel interesse is om praktijkervaring op te doen met Nextcloud”, zegt woordvoerder Tom Hoven. De pilot duurt tot eind dit jaar. Daarna moet blijken of Nextcloud een plek verdient in het standaard softwareaanbod voor onderwijs- en onderzoeksinstellingen.
HOP, Olmo Linthorst
TU-medewerkers die hun zorgen uiten over gevoelige samenwerkingen, beleid of gedrag op de werkvloer staan er vaak alleen voor. Dat zeggen drie organisaties die vinden dat het anders moet. In een open bijeenkomst op 22 april willen zij onderzoeken hoe.
De organisatoren van Our right to integrity and safety op woensdagmiddag 22 april zijn TU Delft for Integrity, vakbond FNV en het European Legal Support Centre (ELSC). Dat eerste is een initiatief van medewerkers en studenten dat al eerder van zich liet horen, bijvoorbeeld met een open brief over het Delftse Israël-beleid. Het ELSC biedt juridische ondersteuning aan de Palestijnse solidariteitsbeweging in Europa.
Interactieve sessie
Tijdens een ‘interactieve sessie’ willen de organisatoren onderzoeken hoe een ‘veiligere en meer verantwoordelijke universitaire omgeving’ gecreëerd kan worden waarin ‘integriteit actief wordt beschermd’. Naast de medewerkers en studenten van TU Delft for Integrity zijn er vakbondsvertegenwoordigers en juridisch deskundigen aanwezig. Zij roepen andere medewerkers en studenten op om zich aan te melden.
Volgens de organisatoren hecht een groot aantal TU’ers ‘veel waarde aan ethische verantwoordelijkheid, mensenrechten en verantwoorde samenwerking’, maar staan ze er vaak alleen voor wanneer ze hun ‘zorgen uiten over gevoelige samenwerkingen, bestuursbeslissingen of gedrag op de werkvloer’.
Tijdens de bijeenkomst willen zij bespreken hoe vakbonden en juridische loketten medewerkers kunnen ondersteunen, maar ook hoe institutionele transparantie en verantwoordingsplicht conflicten kunnen voorkomen. Dat moet leiden tot een gezamenlijke slotverklaring, en uiteindelijk tot ‘sterkere ondersteuningsstructuren en concrete voorstellen voor verandering binnen de universiteit’.
- Wat: Our right to integrity and safety.
- Wanneer: 22 april, 15.00 uur – 16.00 uur, met na afloop tijd voor vragen en antwoorden.
- Waar: Collegezaal Ampère (36.HB.01.670), Faculteit Elektrotechniek, Wiskunde en Informatica (EWI).
- Verdere informatie: Aanmelden kan hier.

Steeds vaker zijn wetenschappelijke artikelen gratis toegankelijk voor iedereen. Maar deze omslag naar ‘open access’ wordt afgeremd door de btw-regels, waarschuwen de universiteiten na een verloren rechtszaak.

De Belastingdienst heeft een rechtszaak gewonnen die om het btw-tarief voor wetenschappelijke tijdschriften draait: wanneer mogen ze het lage tarief in rekening brengen en wanneer moeten ze het hoge tarief hanteren? Voor een abonnement op een tijdschrift betaal je het lage tarief: geen 21 procent, maar 9 procent.
Maar universiteiten betalen liever niet meer voor abonnementen. In plaats daarvan betalen ze voor het publiceren in die tijdschriften door hun eigen wetenschappers. En dan geldt volgens de Belastingdienst het hogere btw-tarief.
Verdienmodel omgedraaid
Bij ‘open access’ wordt het verdienmodel van de uitgevers omgedraaid. Universiteiten betalen niet meer om de tijdschriften te lezen, maar om erin te publiceren. Die artikelen worden dan voor iedereen gratis beschikbaar.
Maar voor ‘lezen’ geldt volgens de Belastingdienst een ander btw-tarief (9 procent) dan voor ‘publiceren’ (21 procent). Daar gaat de rechter in mee, blijkt uit een recent vonnis in het nadeel van ict-coöperatie SURF, die de abonnementen beheert.
Tegenstrijdig
De btw maakt de sprong naar open access duurder. Het gaat om flinke bedragen. In 2020 betaalden de kennisinstellingen 62 miljoen euro voor abonnementen en publicatierechten.
UNL vindt de btw-regels tegenstrijdig. “Hierdoor worden onderzoekers en instellingen onnodig belast, terwijl de overheid juist innovatie en kennisdeling wil stimuleren.” (HOP, BB)
De overheid gaat schadevergoedingen betalen aan studenten die te maken kregen met discriminerende controles en huisbezoeken van studiefinancier DUO. Daarvoor is 80 miljoen euro gereserveerd.
In de strijd tegen misbruik van de basisbeurs voor uitwonenden nam studiefinancier DUO vooral studenten met een migratieachtergrond in het vizier. Er was sprake van indirecte discriminatie, bleek in 2023 uit onderzoek van het Hoger Onderwijs Persbureau (HOP) met Investico, NOSop3 en dagblad Trouw. Het leidde tot excuses van het kabinet en terugbetaling van alle boetes en ingevorderde basisbeurs.
Nog vier jaar wachten
Daar komt nu een schadevergoeding bovenop, schrijft minister Rianne Letschert aan de Tweede Kamer. De overheid is aansprakelijk voor de schade die studenten door de misplaatste huisbezoeken hebben geleden.
De afhandeling kan vanwege maatwerktrajecten tot 2030 duren. Van de 80 miljoen euro die er mee is gemoeid, is de helft voor de uitvoering. Van dat deel is weer vier miljoen bestemd voor de onafhankelijke juridische ondersteuning van (oud-)studenten. (HOP, BB)
College van bestuursvoorzitter Ingrid Thijssen is sinds 1 april voorzitter van de adviescommissie van het Nationaal Groeifonds, waaruit de afgelopen jaren ook geld aan projecten van de TU Delft is toegekend. De commissie werkt met een speciaal reglement dat belangenverstrengeling moet voorkomen.
In de adviescommissie zitten doorgaans kopstukken uit zowel het bedrijfsleven als wetenschap. De benoeming van Thijssen past dus in dat plaatje. Zo is Thijssen opvolger van huidig onderwijsminister Rianne Letschert. Zij was daarvoor, net als Thijssen nu, CvB-voorzitter en wel van de Universiteit Maastricht.
Kweekvlees
Het Nationaal Groeifonds is door de Nederlandse overheid in het leven geroepen om geld te steken in ‘projecten die zorgen voor het duurzaam verdienvermogen van Nederland’. In maart dit jaar kreeg de TU Delft bijvoorbeeld samen met onderzoekspartners geld voor het project Cellulaire Agricultuur over onder meer kweekvlees. Eerder ontving de universiteit onder meer geld uit het groeifonds voor projecten gericht op het verduurzamen van de luchtvaart en het bouwen van klimaatneutrale schepen. In juni 2023 was de universiteit zelfs partner in 10 van de 18 gehonoreerde voorstellen.
Om belangenverstrengeling te voorkomen, werkt de adviescommissie met een reglement. Daarin staat onder meer vastgelegd dat commissieleden voorafgaand aan adviesrondes betrokkenheid bij (mede)indieners kenbaar moeten maken en dat ze in het geval van persoonlijke belangen worden uitgesloten van deelname aan een adviesronde.
Voor wie dit weekend moeite heeft met het vinden van paaseieren, een bijzondere tip. In de toren van Bouwkunde heeft een slechtvalkenpaar een nestje gebouwd. Er liggen al drie eitjes in, maar wie weet worden het er de komende dagen nog meer. “Op naar de volgende”, zegt slechtvalkbeheerder Henk Drevijn.
Het eerste ei werd afgelopen zaterdag gelegd. Sindsdien zijn er nog twee bijgekomen. “Gemiddeld zit er zo’n 2 á 3 dagen tussen het leggen van een ei”, legt Henk Drevijn uit. “En een nest bestaat vaak uit vier eitjes.” Drevijn begon als gebouwbeheerder, maar heeft nu ‘slechtvalkbeheer’ op zijn toegangspasje staan. Een titel die hij met trots draagt: “Ik vind het zo’n bijzondere vogel, echt een prachtig symbool voor de Bouwkundefaculteit.”

De slechtvalk zit nu niet continu op het nest. “Pas als alle eitjes gelegd zijn, begint het echte broeden”, zegt Drevijn. “Zodoende komen alle eitjes ongeveer tegelijk uit.” Het duurt ongeveer een maand voor de eieren uitkomen, en nog eens 40 dagen tot de jonge slechtvalkjes groot genoeg zijn om hun eerste rondje te vliegen.
Meegenieten van de slechtvalk? Op verschillende webcams zijn de ontwikkelingen dag en nacht te volgen. Waarschuwing van Drevijn met het oog op de komende tentamenweek: “Let op, kan verslavend zijn!”
Delta volgt de slechtvalk-ontwikkelingen op de voet, wordt vervolgd.
De Tweede Kamer vraagt het kabinet te onderzoeken of woningdelen eenvoudiger kan door minder vaak een vergunning te eisen. Een motie hierover, ingediend door D66-Kamerlid Robin van Leijen, is dinsdag unaniem aangenomen.
Dat zou ook het tekort aan studentenkamers kunnen verlichten. In de meeste gemeenten is het nu niet toegestaan om zomaar een woning te delen. Vaak mogen maximaal twee personen samen een huis huren.
Dat geldt dus ook voor studenten: een studentenhuis opzetten kan alleen als de huisbaas een vergunning op zak heeft. Ook in Delft, al willen verschillende gemeenteraadspartijen woningdelen wel makkelijker maken, bijvoorbeeld in de vorm van zogeheten friendscontracten. Bij friendscontracten kunnen meer huisgenoten onder hetzelfde huurcontract in één huis wonen.
Met drie personen een woning huren
Volgens Van Leijen is het, gezien het huidige woningtekort, noodzakelijk om de bestaande woningvoorraad efficiënter te benutten. Dit gebeurt al in de gemeente Utrecht, waar je ook met drie personen een woning kan huren zonder dat je daarvoor een vergunning moet aanvragen. Zo kun je eenvoudig keuken, woonkamer en badkamer delen, terwijl ieder zijn eigen kamer en huurcontract heeft.
Peter Boelhouwer, hoogleraar housing systems bij de faculteit Bouwkunde, stelde eerder al dat strenge regelgeving het kamertekort verergert. Als voorbeeld noemde hij een Nijmeegse student die een huis had geërfd. “Ze wilde dit pand graag delen met twee vriendinnen, maar dat mocht niet, omdat er dan sprake was van drie afzonderlijke huishoudens en dat stond de gemeente niet toe.” (HOP, NB)
In een hoogopgelopen conflict met haar opleiding had een rechtenstudent zich volgens de Radboud Universiteit zo misdragen dat ze een campusverbod kreeg. Maar dat vindt de Raad van State niet terecht.
Een Nijmeegse student lag met haar opleiding in de clinch over flexibel studeren. De universiteit gaf haar een waarschuwing omdat ze “op een intimiderende, dwingende en niet-respectvolle wijze” zou hebben gecommuniceerd met medewerkers. Toen ze haar moeder had meegenomen naar de studentenbalie werd die door de politie het pand uit begeleid, staat in het vonnis te lezen.
Later kreeg ze een tweede waarschuwing, omdat ze via de telefoon zou hebben geschreeuwd tegen medewerkers en gedreigd had dat ze de universiteit “kapot zou procederen”.
Volgens de universiteit bleef ze de studieadviseur en medewerkers van de studentenbalie bestoken met intimiderende telefoontjes en e-mails. Nadat ze gedreigd zou hebben langs te komen, werd de studentenbalie zelfs tijdelijk gesloten. Uiteindelijk ontzegde de Radboud Universiteit de student drie maanden lang de toegang tot het onderwijs en de onderwijsgebouwen.
De student stapte naar de onderwijsrechters van de Raad van State. Volgens haar was ze nooit bedreigend of intimiderend geweest richting de medewerkers. In het vonnis schrijven de rechters het voorstelbaar te vinden dat het universiteitsbestuur als werkgever aanleiding zag om in te grijpen, maar ze stellen de student toch in het gelijk.
Onvoldoende onderbouwd
Hoewel er volgens hen sprake was van ongepaste communicatie, blijkt uit de stukken niet dat de student medewerkers ook echt persoonlijk heeft bedreigd. Juist omdat het campusverbod bedoeld was voor het beschermen van de fysieke veiligheid in de onderwijsomgeving, had die dreiging zwaarder moeten worden onderbouwd. (HOP, HC)







