Ingezonden brief

Gedragscode: ‘Je komt niet weg met een paar korte bullets’

Hoe is de nieuwe concept-gedragscode tot stand gekomen en waarom vergt de bijgaande vragenlijst wat inspanning van medewerkers en studenten? De voorzitter van de begeleidingscommissie voor de gedragscode, Cynthia Liem, legt het uit in deze brief.

(Foto: Hugo Onink/ Lifeshots Photography)

(Foto: Hugo Onink/ Lifeshots Photography)

Op 25 november heeft de hele TU-gemeenschap een TU Nieuws Special in de mailbox gekregen (onderwerp: ‘Share your opinion on the code of conduct’). Hierin werd een publieke uitvraag gestart over de conceptversie van de nieuwe gedragscode. Inmiddels hebben we veel constructieve reacties binnen, maar horen we ook kritiek, waaronder in twee recente Delta-columns:

  • Dap Hartmann schrijft over voorbeelden rond microagressie en privé-gedragingen, waar harde grenzen ingewikkeld zijn om te stellen;
  • Birgit van Driel stelt dat de opzet van de uitvraag, waarbij gevraagd wordt om de volledige tekst door te nemen en inhoudelijk commentaar te geven, onredelijk veel last bij de TU-gemeenschap legt.

Beide zijn echter heel bewust zo gekozen, met het oog op verbetering van sociale veiligheid, wat de hoofdreden was voor de herziening van de vorige gedragscode. Graag licht ik daarom toe waarom we deze keuzes hebben gemaakt.

Een gedragscode kan op veel manieren worden vormgegeven. Hij kan aspirationeel van aard zijn, met nadruk op wat de organisatie graag zou willen zijn. Hij kan echter ook directief zijn, met expliciete regels en verwachtingen. De huidige TU-gedragscode is erg aspirationeel. In de praktijk blijkt dit vaak niet concreet genoeg om mensen voldoende stevig te kunnen aanspreken (of te kunnen handelen) bij sociale onveiligheid.

Zouden we dus directiever moeten worden? Juist op universiteiten is veel weerstand tegen regels van bovenaf. Met name wetenschappers willen dingen graag op hun eigen manier doen en zoeken geitenpaadjes. Een te dwingende code zou daarmee niet voldoende gedragen en te handhaven zijn.

De (breed samengestelde) begeleidingscommissie heeft dus in samenwerking met Berenschot gezocht naar een middenweg. Aan de ene kant worden we concreter over harde ondergrenzen waar je hoe dan ook niet doorheen mag zakken. Aan de andere kant maken we ruimte voor situaties die meer ambigu zijn, maar waarbij serieuze problemen ontstaan als zaken zonder actie blijven doorsudderen. Hierbij hebben we ons uitgebreid laten voeden door de gemeenschap.

In drie open dialoogsessies en 47 interviews hebben ongeveer 300 studenten en medewerkers hun gedachten met Berenschot gedeeld. Op aangeven van de begeleidingscommissie was er expliciet ruimte voor groepen die niet van nature de microfoon krijgen bij institutionele proces- en besluitvoering, en die extra kwetsbaar zijn bij situaties van sociale onveiligheid (bijvoorbeeld PhDs en internationals).

In de eerste revisies merkten we al hoeveel verschillende blikken er op dezelfde tekst kunnen zijn

Het concept dat Berenschot opleverde, is vervolgens uitgebreid bekeken en becommentarieerd door de begeleidingscommissie, het integrity office en de klankbordgroep sociale veiligheid. Zo konden we professionele expertise én lived experience meenemen. In de eerste revisies merkten we al hoeveel verschillende, soms tegengestelde blikken er op dezelfde tekstkeuze kunnen zijn. Moesten we daar als begeleidingscommissie tussen kiezen, dan kozen we na gezamenlijk overleg altijd voor de variant die het meest leek bij te dragen aan een sociaal veiligere universiteit.

De voorbeelden van microagressie en privé-gedragingen kwamen uit de gemeenschap. Wat voor de één een onschuldig grapje lijkt, is voor de ander een zoveelste vervelende opmerking. Dat betekent niet dat je geen grappen mag maken, maar wel dat we begrip en lerend vermogen verwachten als iemand aangeeft dit niet prettig te vinden. En wat je in je vrije tijd doet is privé, maar we vragen hierbij om besef en bewustzijn als je op de universiteit een voorbeeldrol hebt (als je docent bent, bijvoorbeeld, of in een management- of bestuurdersrol zit).

Naast het geven van concrete voorbeelden voor zaken die we als TU-gemeenschap serieuzer moeten nemen, moet de gedragscode ook voldoende houvast bieden om te kunnen handelen bij problemen. Als je dit bij elkaar optelt kom je niet weg met een paar korte bullets, maar krijg je een langere en genuanceerdere tekst als resultaat.

Naast deze volledige gedragscode komt er wel ook een kortere, meer infographic-achtige versie read-more-closed . Omwille van transparantie wilden we nu echter de volledige concepttekst met de bredere gemeenschap delen. Zo heeft iedereen de kans gehad om serieus input te geven op het geheel. We hebben hierbij bewust niet gekozen voor een simpele enquête waar je met een halve blik doorheen zou kunnen, om recht te doen aan de tijd, zorgvuldigheid en expertise die het afgelopen jaar in het concept zijn gestoken.

Je hoeft die 43 pagina’s niet nu al door te spitten als je daar geen zin of tijd voor hebt. Maar wil je dat wel, dan staat de uitvraag tot en met 19 december open.  We nemen je input mee in de laatste definitieve revisie.

Cynthia Liem is universitair hoofddocent in verantwoorde en betrouwbare AI aan de faculteit Elektrotechniek, Wiskunde en Informatica, waarnemend chief diversity officer, en voorzitter van de begeleidingscommissie voor de nieuwe TU-gedragscode.

Schrijver Opinie

Heb je een vraag of opmerking over dit artikel?

opinie.delta@tudelft.nl

Comments are closed.