De zorg voor medewerkers is voldoende hersteld en er is geen sprake meer van wanbeheer op de TU Delft. Dat oordeelt de Inspectie van het Onderwijs. Het college van bestuur omarmt de conclusies en belooft door te gaan met het verbeteren van de sociale veiligheid.
(Foto: Sinan Keleştemur)
De Inspectie van het Onderwijs heeft het langverwachte herstelrapport op 16 april gepubliceerd, twee jaar nadat ze wanbeheer vaststelde op de TU Delft. Daarvan is nu geen sprake meer, oordeelt de inspectie: de zorg voor medewerkers is voldoende hersteld en vervolgtoezicht zal niet nodig zijn.
In haar oordeel houdt de inspectie rekening met de tijd die is verstreken sinds haar eerste rapport. Niet alle problemen zijn binnen twee jaar redelijkerwijs op te lossen, erkent ze, maar ze spreekt vertrouwen uit in de ingezette koers.
Zestig interviews
Uit ongeveer zestig interviews met onder andere bestuurders, hogere managers, vertrouwenspersonen en melders, en een reeks documenten maken de inspecteurs op dat het beter gaat op de TU. Er zijn tien deelonderwerpen onderzocht. Dat zijn cultuur, leiderschap, sturing, in gesprek gaan met medewerkers, borgingsmechanismen, human resource management, aanspreken en mening geven, intern toezicht, college van bestuur en hoger management, en intimidatie of bedreiging van medewerkers door een bestuurder of toezichthouder.
Op al deze deelonderwerpen oordeelt de inspectie dat doorgevoerde veranderingen bijdragen aan de zorg voor medewerkers. Zo denkt de inspectie dat de nieuwe gedragscode, programma’s voor het bevorderen van leiderschapsvaardigheden en mogelijkheden om te praten over sociale veiligheid bijdragen aan een cultuurverandering en meer sociale veiligheid. Dat geldt ook voor de komst van het meldpunt, de toegenomen vindbaarheid van hulplijnen en de verbeterde zichtbaarheid en verduidelijkte taakopvatting van de afdeling Human Resources.
Vertrouwen heeft een deuk opgelopen
De inspectie ziet bij bestuur, raad van toezicht, directeuren en decanen zelfreflectie en een toegenomen bewustzijn voor sociale veiligheid, al mist ze aandacht voor ‘de systemische factoren die dergelijke situaties kunnen beïnvloeden’.
Andere aandachtspunten zijn er ook. Zo zien de inspecteurs hier en daar nieuwe problemen ontstaan in de omgang met mensen die beschuldigd worden van sociale onveiligheid. Verder heeft het vertrouwen van veel medewerkers een deuk opgelopen door het handelen van het vorige college van bestuur (CvB) en zal dat moeten worden hersteld. Ook vindt de inspectie dat procedures rond aanname, overplaatsing en ontslag beter moeten.
Reactie college van bestuur
Het CvB reageert verheugd op het herstelrapport. In zijn zienswijze schrijft het de conclusies te omarmen. Ook dankt het de inspecteurs, niet alleen voor dit nieuwe rapport, maar ook voor dat uit 2024. Dat was volgens het CvB ‘instrumenteel voor het inslaan van de weg naar verbetering van de sociale veiligheid binnen de hele organisatie’.
‘Ideeën ophalen bij medewerkers en studenten’
Het zal de geconstateerde aandachtspunten aanpakken, belooft het CvB, en zorgen voor blijvende aandacht voor kwetsbare groepen. “Natuurlijk gaan we bij medewerkers en studenten ideeën ophalen, zoals bij de medezeggenschap, zodat we samen de gewenste acties in kaart brengen en ook gaan uitvoeren”, zegt rector magnificus Hester Bijl in een bericht. ‘We zullen er alles aan doen om onze medewerkers en studenten een veilige en prettige werk- en studie-omgeving te (blijven) bieden. Sociale veiligheid is van ons samen’, voegt CvB-voorzitter Ingrid Thijssen toe.
In een bericht aan medewerkers en studenten wijzen ze op de hulplijnen die beschikbaar zijn. “De hulpwijzer op de website sociale veiligheid geeft aan bij wie je waarvoor terecht kunt. Onze oproep blijft: maak hier vooral gebruik van als je het nodig hebt.”
Lees ook
- Lees meer over sociale veiligheid en werkdruk in ons dossier.


Comments are closed.