Wetenschap
Monitor LNVH

Landelijk meer vrouwen hoogleraar, maar (laag) streefdoel TU Delft verdwijnt uit zicht

Drie op de tien hoogleraren aan de Nederlandse universiteiten zijn vrouw, blijkt uit nieuw gepresenteerde cijfers over het jaar 2024. De TU Delft blijft hekkensluiter en ziet zelfs als enige een daling. Het streefgetal van 25 procent vrouwelijke hoogleraren in 2025 lijkt daarmee definitief onhaalbaar.

De Dies Natalis 2025. (Foto: Sam Rentmeester)

article-in-one-minute-arrow

Dit artikel in 1 minuut

De nieuwe cijfers komen uit de Monitor Vrouwelijke Hoogleraren, die op 8 december is verschenen. Daarin zet het Landelijk Netwerk Vrouwelijke Hoogleraren elk jaar de verschillen tussen mannen en vrouwen in de Nederlandse wetenschap op een rij. Dertig procent is een symbolische grens, schrijven de auteurs. Vrouwen zijn geen uitzondering meer aan de top van de wetenschap en vormen samen een critical mass voor verandering.

Maar eigenlijk is die mijlpaal nog niet helemaal bereikt. In de laatste tellingen (peildatum 31 december 2024) was 29,9 procent van alle hoogleraren vrouw. Dat is bovendien omgerekend naar voltijdbanen (fte). In personen is het een paar tienden minder. ‘We kiezen ervoor dit te markeren als het behalen van de 30 procentgrens’, schrijven de auteurs desalniettemin.

TU Delft haalt eigen doel niet

Aan alle universiteiten nam het aandeel vrouwelijke hoogleraren toe, behalve aan de TU Delft. Daar daalde het van 18,9 naar 18,6 procent, na een paar jaar stijging. De TU is de enige universiteit met minder dan 20 procent vrouwelijke hoogleraren.

En dat terwijl het de bedoeling is dat de TU in 2025 25 procent vrouwelijke hoogleraren haalt, overigens zonder dat er sprake is van een hard quotum of sturend beleid. Ambitieus was het streefgetal ook op zichzelf niet. In 2000 legde de Europese Unie datzelfde percentage vrouwelijke hoogleraren vast voor 2010.

Maar in 2021 noemde de toenmalige vice-rector Rob Mudde de 25 procent wel een ‘een realistisch streven’. “Als dat niet lukt, hebben we wel echt iets om uit te leggen.” 

Alfamannetjescultuur

Daarop nam Cynthia Liem, interim-chief diversity officer van de TU Delft, op 8 december op Radio 1 een voorschot. Volgens haar is de laatste vijf jaar niet duidelijk genoeg besproken wat een streefdoel van 25 procent vrouwelijke hoogleraren inhoudt. “Omdat we heel veel verschillende faculteiten hebben, ieder met hun eigen beleid, met hun eigen balans.”

‘Ik vraag me ook wel af wat er de afgelopen jaren is gebeurd’

Daar komt bij dat Liem en haar collega’s dit jaar tot de conclusie zijn gekomen dat de TU de data niet goed monitort en ‘niet het goede gesprek voert’. “Dat is wel laat. Ik vraag me ook wel af wat er de afgelopen jaren is gebeurd, maar toen zat ik niet aan tafel.”

Nog steeds ziet zij dat je voor academische bevordering ‘goed connected’ moet zijn: “Mensen moeten je kennen, en het geloof hebben dat je dingen kunt. Veel technische universiteiten komen toch een beetje uit een alfamannetjescultuur, dus word je bij bepaald gedrag en opstelling toch wat sneller herkend en erkend.”

Diversiteitspolitie

Om dat tegen te gaan is de laatste jaren gepoogd om steeds vrouwen in selectiecommissies te zetten, vertelde Liem. Maar zij ziet daaraan een belangrijke keerzijde: er komt op deze manier veel werk neer op de schouders van een paar mensen. Zo lopen die vrouwen volgens Liem het risico dat ze ‘in hun eentje diversiteitspolitie moeten spelen’. “Was dit wel de manier of moeten we toch breder kijken? Dat we ook de mannen echt goed bewust maken, zodat ze dat bewustzijn in al hun selecties zelf kunnen oppakken en niet naar vrouwen zoals ik hoeven kijken.”

In totaal blijven zes universiteiten onder de 30 procent. Behalve de TU Delft zijn dat de Vrije Universiteit Amsterdam, Wageningen Universiteit, de Erasmus Universiteit Rotterdam en de technische universiteiten van Eindhoven en Twente.

De rest zit er dus boven, met eenzaam aan de top de Open Universiteit. Aan deze kleine Limburgse instelling, gespecialiseerd in afstandsonderwijs, is 42,8 procent van de hoogleraren vrouw.

Voor de komende jaren hebben veel universiteiten hun streefdoelen naar boven bijgesteld. Zo niet de TU Delft. Voor 2030 is zij de enige die nog het streefdoel van 25 procent heeft (voor 2025 hadden de TU Eindhoven en de Universiteit Twente dat ook, maar zij gaan omhoog naar 30 procent).

Cynthia Liem is desondanks hoopvol, zei zij tegen Radio 1. Zo denkt ze dat de komst van twee vrouwelijke topbestuurders komend jaar gaat helpen om dit ‘meer te normaliseren en dat gesprek goed op gang te brengen’.

tabel 10 jaar vrouwelijke hoogleraren per universiteit
© HOP. Bron: WOPI-cijfers Universiteiten van Nederland. In fte, excl. domein gezondheid.

In de colleges van bestuur zijn vaak sowieso veel meer vrouwen te vinden. Van de 41 CvB-leden zijn er 21 vrouw. Aan de TU Delft zitten momenteel alleen mannen in het CvB, maar vanaf 2026 is dat dus anders. Half januari treedt Hester Bijl aan, de eerste vrouwelijke rector ooit in Delft. Op 1 maart voegt Ingrid Thijssen zich bij haar. Zij wordt voorzitter, ook als eerste vrouw. Het derde CvB-lid is dan nog de interimmer Nick Bos.

Van de decanen, die leidinggeven aan een faculteit, is landelijk 36 procent vrouw en datzelfde geldt voor de directeuren van een onderzoeksinstituut. Bij de onderwijsinstituten komen vrouwen tot 47 procent.

Andere landen

Vergeleken met andere landen loopt Nederland bepaald niet voorop. Er zijn landen waar de situatie voor vrouwen nog schever is, zoals Duitsland en België: daar lag het percentage vrouwelijke hoogleraren in 2022 onder de 25 procent. Maar er zijn ook landen waar vrouwen vaker de top van de wetenschap bereiken. In Roemenië is meer dan de helft van de hoogleraren vrouw.

KNAW en NWO

In deze monitor kijkt de LNVH ook naar de man-vrouwverhoudingen bij de instituten van wetenschapsgenootschap KNAW en onderzoeksfinancier NWO. Alleen heten onderzoekers daar geen ‘hoogleraar’.

In de vergelijkbare hoge salarisschalen is bij NWO 23,8 procent vrouw. Deze NWO-instituten richten zich vooral op natuur en techniek, staat in de monitor, en dan is dit percentage iets hoger dan gemiddeld in die sector. De instituten van de KNAW komen tot 28 procent vrouwen in die salarisschaal.

Geen zelfgenoegzaamheid

Gaat het de goede kant op met vrouwen in de wetenschap? Het LNVH waarschuwt voor zelfgenoegzaamheid: ‘Groei is nog steeds bescheiden en ongelijk verdeeld over instellingen en vakgebieden’, staat in de monitor. Het kan zomaar twintig jaar duren voordat er evenveel vrouwen als mannen hoogleraar zijn.

HOP, Bas Belleman/Delta, Saskia Bonger

HOP Hoger Onderwijs Persbureau

Heb je een vraag of opmerking over dit artikel?

redactie@hogeronderwijspersbureau.nl

Comments are closed.