Customize Consent Preferences

We use cookies to help you navigate efficiently and perform certain functions. You will find detailed information about all cookies under each consent category below.

The cookies that are categorized as "Necessary" are stored on your browser as they are essential for enabling the basic functionalities of the site. ... 

Always Active

Necessary cookies are required to enable the basic features of this site, such as providing secure log-in or adjusting your consent preferences. These cookies do not store any personally identifiable data.

No cookies to display.

Functional cookies help perform certain functionalities like sharing the content of the website on social media platforms, collecting feedback, and other third-party features.

No cookies to display.

Analytical cookies are used to understand how visitors interact with the website. These cookies help provide information on metrics such as the number of visitors, bounce rate, traffic source, etc.

No cookies to display.

Performance cookies are used to understand and analyze the key performance indexes of the website which helps in delivering a better user experience for the visitors.

No cookies to display.

Advertisement cookies are used to provide visitors with customized advertisements based on the pages you visited previously and to analyze the effectiveness of the ad campaigns.

No cookies to display.

(Foto: Thijs van Reeuwijk)

Tijo Collot d’Escury trad per 1 maart terug als voorzitter van de raad van toezicht van de TU Delft. Hij wilde daarmee de schijn van belangenverstrengeling voorkomen. Is dat gelukt? Dat is moeilijk met zekerheid te zeggen.

Het bericht komt op 28 februari ogenschijnlijk uit het niets: de voorzitter van de raad van toezicht van de TU Delft, Tijo Collot d’Escury, treedt per direct terug. Het is niet de kritiek op het functioneren van zijn raad in het dossier sociale veiligheid of de stopgezette werving van een nieuwe rector waardoor hij heeft besloten dat het tijd is voor nieuw bloed. De opgegeven reden is een andere. Collot d’Escury wil ‘elke schijn van belangenverstrengeling’ voorkomen.

Het nieuws interesseert velen, bewijzen de duizenden lezers van Delta’s nieuwsbericht hierover. Toch is daarin nog veel onduidelijk. Want wat is er zo urgent dat Collot d’Escury per direct de deur achter zich dicht trekt? Waarom kan hij zijn baan bij consultancyfirma Roland Berger niet meer combineren met het voorzitterschap terwijl dat eerst wel kon?

Antwoorden op vragen

Delta stelt Collot d’Escury deze en andere vragen. Daarop laat hij weten die zelf niet te zullen beantwoorden, omdat hij geen voorzitter van de raad van toezicht meer is. Ook op vragen over zijn bedrijf wil hij niet zelf ingaan.

Hij verwijst naar de woordvoerder van de TU Delft. De antwoorden van de woordvoerder, antwoorden van onderwijsminister Bruins en de Inspectie van het Onderwijs en het interview ‘Wees trots op TU Delft’ met Collot d’Escury op het TU-intranet geven een iets scherper beeld van de verhouding tussen Roland Berger en de TU Delft.

Combinatie van functies

Collot d’Escury treedt in de zomer van 2021 aan als voorzitter van de raad van toezicht. De TU Delft is niet nieuw voor hem. Hij studeerde er en was van 2008 tot zijn aantreden lid van het bestuur van het Universiteitsfonds, deels samen met rector magnificus en collegevoorzitter Tim van der Hagen.

‘Je ziet dat de norm verschuift’

Daarnaast is Collot d’Escury medeoprichter en managing director van consultancyfirma Roland Berger, een bedrijf dat een paar jaar eerder aan de basis staat van twee grote en actuele strategische ontwikkelingen op de TU Delft, waarvan Delta stukken in handen heeft. De ene is de valorisatiestrategie, met de oprichting van het Innovation & Impact Centre als het meest tastbare resultaat. De andere is de steeds inniger samenwerking met het Erasmus MC en later de Erasmus Universiteit, waarvan plannen voor een TU-campus in Rotterdam een uitvloeisel zijn. (Lees onderaan: Hoe de Rotterdamse medische faculteit bijna naar de TU Delft was vertrokken.)

Beide adviestrajecten – die over valorisatie (Valorisatie Voorbij) en die over de samenwerking met Rotterdam (Convergence) – lopen in 2018/2019. Collot d’Escury’s naam komt daarin niet naar voren. Hij is dan sowieso nog geen voorzitter van de raad van toezicht.

Roland Berger, de TU en het Universiteitsfonds

Delta vroeg bij de TU na welke klussen Roland Berger sinds 2018 voor de TU Delft heeft gedaan. En waarom zit een andere senior partner van dat bedrijf niet meer in het bestuur van het Universiteitsfonds?

Klik op Lees meer om het antwoord te lezen.

Lees meer

Collot d’Escury is wel rvt-voorzitter als de programmaorganisatie Campus Rotterdam (die plannen maakt voor een TU-campus in die stad) Roland Berger vraagt een advies uit te brengen over de financieringsmogelijkheden van dat project, ontdekte Delta in november na een tip. Dat was geen probleem, liet hij toen desgevraagd via de TU-woordvoerder weten, want hij was er zelf niet bij betrokken.

Maar een mogelijke nieuwe opdracht op datzelfde onderwerp is in februari 2025 wel reden voor Collot d’Escury om terug te treden. Wat is er in de tussentijd veranderd?

Samenwerkingen liggen onder vergrootglas

De tijdgeest is veranderd, zegt hij op intranet: samenwerkingen met externe partijen zouden tegenwoordig meer onder een vergrootglas liggen dan eerst. “Je ziet dat de norm verschuift”, zegt Collot d’Escury daar. “Om elke schijn van belangenverstrengeling te vermijden, kan Roland Berger niet samenwerken met TU Delft zolang ik in de raad van toezicht zit. Ook al omdat Roland Berger aan strategische onderwerpen werkt, die de koers van de organisatie mede kunnen bepalen. Daarom hebben de rvt en het cvb eerder dit jaar in goed overleg besloten dat ik geen tweede termijn zou aangaan.”

Hoe is dat proces precies gelopen? Over welk vergrootglas heeft  Collot d’Escury het? Zijn dat misschien de vragen van Delta uit november over de Campus Rotterdam-opdracht? Dat laatste is niet zo, antwoordt de TU-woordvoerder.

Volgens de woordvoerder maken verschillende afdelingen binnen de universiteit eind 2024 ‘nieuwe morele afwegingen’, een proces waar de rvt-voorzitter of zijn bedrijf niet bij betrokken zijn.

‘Het is puur een kwestie van transparantie en integriteit’

Directe aanleiding voor die exercitie zijn de strategische ontwikkelingen rond Campus Rotterdam, en dan vooral de vraag hoe de tender voor de financiële advisering vorm moet krijgen. “Er is de laatste tijd immers meer aandacht voor morele afwegingen. Mede in relatie tot nevenfuncties van bestuurders en toezichthouders. Het is belangrijk en ter bescherming van alle partijen dat daar steeds kritisch en scherp naar gekeken wordt.”

Was dit de reden voor het vertrek?

Het interview op intranet maakt geen melding van deze interne beraadslaging. Was die de reden dat Collot d’Escury vertrok, of kwam hij zelfstandig tot dezelfde conclusie dat hij zijn baan bij Roland Berger niet langer kon combineren met zijn rvt-voorzitterschap? Nergens wordt het verband helemaal duidelijk. Op intranet zegt hij wel dit: “Er is geen druk geweest vanaf het ministerie of het cvb of mijn rvt-collega’s, integendeel. Het is puur een kwestie van transparantie en integriteit.”

En volgens de TU-woordvoerder heeft Collot d’Escury ‘zelf eind vorig jaar besloten om geen tweede termijn te accepteren, omdat de kans zou kunnen bestaan dat de TU tijdens deze termijn met Roland Berger zou willen werken op het dossier Campus Rotterdam, een dossier dat na besluitvorming door het cvb op de tafel van de rvt zou komen’. “Hij zou dan op dat moment als voorzitter niet onafhankelijk meer kunnen zijn.”

Wat is er nu anders dan voorgaande jaren?

Maar het dossier Campus Rotterdam lag toch al eerder op de tafel van de raad van toezicht? Dat is inderdaad zo, bevestigt de woordvoerder, ‘maar geenszins enige (mogelijke) betrokkenheid van Roland Berger of producten van Roland Berger’.

De woordvoerder noemt daarbij artikel 5.2 van het reglement van de raad van toezicht. Dat is vóór het aantreden van Collot d’Escury uitgebreid naar:

‘Een lid van de Raad neemt niet deel aan de discussie en de besluitvorming over een onderwerp of transactie waarbij een persoonlijk belang van dit lid aan de orde is dan wel een belang van een persoon, onderneming of instelling waarbij dit lid een substantiële betrokkenheid heeft.’  read-more-closed

De ‘substantiële betrokkenheid’ was één van de toevoegingen uit 2021 en blijkt nu cruciaal. Die suggereert inderdaad, zoals de woordvoerder zegt, dat er pas een probleem zou ontstaan als concrete producten van Roland Berger ter sprake komen. En dus niet als Campus Rotterdam zelf besproken wordt.

Minister ziet geen probleem

Maar kan Roland Berger bij de inschrijving op de tender dan niet zijn voordeel doen met Collot d’Escury’s diepgaande kennis van de bedrijfsvoering van de TU Delft? En zouden daardoor andere – misschien betere of goedkopere partijen – het nakijken kunnen hebben?

‘Alle partijen die zich inschrijven voor de tender zullen straks eerlijk via de daarvoor geldende processen worden beoordeeld’

Volgens de TU-woordvoerder is dat niet zo en onderwijsminister Bruins sluit zich daarbij aan. De woordvoerder schrijft: “Alle partijen die zich inschrijven voor de tender zullen straks eerlijk via de daarvoor geldende processen worden beoordeeld door het programmateam Campus Rotterdam in samenwerking met partner gemeente Rotterdam op onder andere expertise en de gewenste aansluiting bij de opdracht die dan voorligt.”

Is er een afkoelperiode nodig?

Op de vraag van Delta of er een afkoelperiode nodig is om echt elke schijn van belangenverstrengeling te voorkomen, antwoordt de minister dat een besluit daarover aan de raad van toezicht zelf is en niet aan hem. Wel heeft hij navraag gedaan bij de rvt, en die antwoordt volgens de minister:

“Wij kunnen niet anders dan constateren dat de heer Collot d’Escury zich zorgvuldig heeft gehouden aan de bepalingen van het reglement rvt en de code goed bestuur. Binnen Roland Berger is er sprake van een ‘ethische muur’ tussen de heer Collot d’Escury en de collega-partner die mogelijk opdrachten voor TU Delft zou kunnen uitvoeren om zo de integriteit te waarborgen. De heer Collot d’Escury heeft in het verleden geen betrokkenheid gehad met opdrachten en verklaart dat voor de toekomst ook niet te hebben.”

In het intranet-interview vertelt Collot d’Escury iets soortgelijks. Volgens hem is bij zijn aantreden ‘afgesproken [..] dat ik geen bemoeienis met eventuele projecten zou hebben, noch als rvt-lid, noch in mijn functie als managing partner bij Roland Berger’. Dat zou volgens de woordvoerder ook het geval zijn geweest bij ‘de eerdere opdrachtverstrekking namens het programmateam Campus Rotterdam aan Roland Berger’. read-more-closed

‘Binnen Roland Berger is er sprake van een ethische muur’

Hoe stevig en controleerbaar is de ‘ethische muur’ binnen Roland Berger? Collot d’Escury is managing director van dat bedrijf. Is hij niet voor alles eindverantwoordelijk? En hoe kan de TU Delft controleren dat de eerdergenoemde muur overeind blijft nu Collot d’Escury uit de raad van toezicht is gestapt? Hijzelf laat weten dat ‘elke partner zelf verantwoordelijk is voor de kwaliteit van de opdracht’. “De managing partner is verantwoordelijk voor het kantoor.” Controle is eenvoudig: “De opdrachtgever (TUD) kent het team dat de opdracht uitvoert en kan dit dus controleren.”

Wie is dan dat team en wie is de partner uit het antwoord van de raad van toezicht? Gaat het om de partner die met Collot d’Escury aan de basis stond van Roland Berger Nederland. Die de TU-valorisatiestrategie uitdacht? Die voortijdig uit het Universiteitsfonds na stapte om de schijn van belangenverstrengeling te voorkomen?

Maar op namen wil Collot d’Escury niet ingaan. “Aangezien de tender nog niet is uitgegeven (en dus scope en opdracht nog niet bekend zijn) is deze vraag niet te beantwoorden.”

En zo blijft het moeilijk om na te gaan in hoeverre de stap terug van Collot d’Escury en zijn partner daadwerkelijk genoeg zijn om elke schijn van belangenverstrengeling te voorkomen.

Hoe de Rotterdamse medische faculteit bijna naar de TU Delft was vertrokken

Convergentie – de inhoudelijke samenwerking tussen de TU Delft, de Erasmus Universiteit en het Erasmus MC – bestaat momenteel uit op vijf wetenschappelijke thema’s: Resilient Delta, Health & Technology, AI, Data & Digitalisation, Healthy Start en Pandemic & Disaster Preparedness.

In de begindagen wilden echter vooral de TU en het medisch centrum met elkaar in zee. Uit een advies van Roland Berger aan beide uit 2018 blijkt hoe ver de beide besturen hierin wilden gaan: de geneeskundefaculteit moest onderdeel worden van de TU Delft. Daar waren immers de interessante samenwerkingsmogelijkheden en daar waren de faciliteiten.

Het stuk beschrijft ook waar weerstand zou moeten worden ‘gemitigeerd’: bij de Erasmus Universiteit en bij de andere Zuid-Hollandse partners: de universiteit en het medisch centrum in Leiden. Hoe groot die weerstand was, valt uit de stukken niet op te maken. Eén ding is wel duidelijk: de TU heeft er nooit een geneeskundige faculteit bij gekregen.

Hoofdredacteur Saskia Bonger

Heb je een vraag of opmerking over dit artikel?

s.m.bonger@tudelft.nl

Comments are closed.