Column: Mirte Brouwer

Slaaptekort want ik slaap te kort

Studenten presteren minder goed als ze hun tentamens ‘s ochtends vroeg moeten maken, blijkt uit recent onderzoek. En het is bekend dat slaaptekort ongezond is. Mirte Brouwer pleit daarom voor een andere roosterindeling.

Mirte Brouwer zit op een bankje

(Foto: Sam Rentmeester)

Altijd fijn als onderzoek bevestigt wat ik al jaren vermoed: vroege tentamens zijn een slecht idee. Studenten presteren minder goed als ze hun tentamens ‘s ochtends vroeg moeten maken, zo bleek uit recent – nog niet gepubliceerd – onderzoek van de Rijksuniversiteit Groningen. Voor een tentamen tussen acht uur en half tien ’s morgens haalden studenten gemiddeld lagere cijfers dan voor een tentamen later op de dag. Zelfs het slagingspercentage lag iets lager. En ik vermoed dat de negatieve effecten van te weinig slaap niet alleen bij tentamens voorkomen, maar bij studieactiviteiten in het algemeen.

In alle posterdrukte op de campus afgelopen week voor de studentenraadsverkiezing heb ik dat wel gemist: aandacht voor genoeg slaap. Het studentenleven is – meer dan de fase die erna komt – een recept voor slaaptekort. Borrels, commissieverplichtingen en sociale activiteiten vinden nu eenmaal doordeweeks plaats, omdat halverwege de vrijdagmiddag de halve campus leegstroomt richting ‘thuis thuis’, oftewel het ouderlijk huis.

Tel daarbij op dat de kamernood studenten dwingt om steeds langer bij hun ouders te blijven wonen, waarvandaan ze vaak meer reistijd hebben. Het eerste jaar van mijn studie reisde ik op en neer tussen Amsterdam en Delft en moest ik elke ochtend om half acht de deur uit om op tijd in college te zitten. Aangezien ik na een verenigingsavond meestal niet voor middernacht thuis was, was ik permanent moe. Toen halverwege dat jaar corona uitbrak, heb ik eerst een week geslapen.

Ik val niet voor middernacht in slaap, dan ben ik gewoon nog niet moe

Sinds ik in Delft woon, slaap ik gelukkig wel meer. Maar ik blijf een avondmens. Ik val niet voor middernacht in slaap, dan ben ik gewoon nog niet moe. Dat ik elke morgen weer om negen uur op de campus moet zijn, is omdat de uni dat van mij verwacht. Zoals neurobioloog Brankele Frank begin dit jaar in het FD schreef: “[avondmensen moeten] meedraaien in een maatschappij die doet alsof negen uur een neutraal beginpunt is.” En dat is het niet.

Dat slaaptekort ontzettend ongezond is, is inmiddels welbekend. Vorig jaar wees UMCG-onderzoek nog uit dat avondmensen meer kans op cognitieve achteruitgang hebben dan ochtendmensen. Opvallend genoeg werd dit verschil vooral bij hoogopgeleide mensen gevonden. De onderzoeker weet dit aan hun slaapritme: ‘Het zijn vaak mensen die ’s ochtends weer vroeg naar hun werk moeten en dus vaker te weinig slapen, waardoor ze hun hersenen te weinig rust geven.’ Ik vermoed dat de avondactiviteiten in combinatie met vroege colleges op de gemiddelde student eenzelfde uitwerking hebben.

De enige keer dat ik mij ooit verslapen heb voor een afspraak met een begeleider op de TU was de reactie direct: ‘Doe je niet te veel studies?’ Misschien was de betere vraag geweest: ‘Waarom laten we jou eigenlijk vóór tien uur beginnen?’ Als we weten dat slaaptekort ongezond is, en zelfs tot meetbaar lagere cijfers bij vroege tentamens leidt, waarom delen we de roosters dan niet anders in? Natuurlijk, dat is roostertechnisch lastig, maar de winst in concentratie, gezondheid en humeur lijkt me de roosterpuzzel waard.

Mirte Brouwer is masterstudent Strategisch Product Ontwerpen bij Industrieel Ontwerpen aan de TU Delft en Nederlandse letterkunde en Theologie & Religiewetenschappen aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Columnist Mirte Brouwer

Mirte Brouwer is masterstudent bij Industrieel Ontwerpen aan de TU Delft en masterstudent Nederlandse letterkunde aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Heb je een vraag of opmerking over dit artikel?

m.c.brouwer@student.tudelft.nl

Comments are closed.