De afgelopen weken was Lijm en Cultuur het toneel van pop-uprestaurant Happietaria. Dit restaurant haalt geld op voor ontwikkelingssamenwerkingsorganisatie Tearfund. Happietaria draait volledig op studenten: zij regelen de voorbereidingen en draaien de shifts in de keuken, bediening en afwas. Vier weken lang, vier dagen per week, werd er gekookt, geserveerd en opgeruimd voor het goede doel.
De voorbereidingen begonnen maanden geleden al. De commissie moest op zoek naar een locatie en sponsoren, en moest een menu ontwikkelen. Het eerste wat wij als buitenstaanders van al dat werk merkten was de drankenveiling. Via de website kon je bieden op het recht om een drankje een naam te geven. Zo belandden er op het menu allerlei verwijzingen naar vriendengroepen, verenigingsgrappen en obscure inside jokes. Gemberbier werd knolvocht, Fanta kreeg de naam Fantastisch Lekker en Radler werd Aan het Verlaat’ler. Tegen de tijd dat het restaurant openging stond er een compleet menu klaar en waren de eerste shifts gevuld met vrijwilligers.
Voor bezoekers voelde het als een gewoon restaurant, zij het net iets minder geolied. Tafels waren gedekt, er was een menu met gerechten zoals lasagne, curry en bloemkoolsteaks, en aan het eind van de avond werd er afgerekend.
Weinig restaurants hebben zoveel studenten in dienst, nog minder draaien enkel op vrijwilligers
Achter de schermen was het echter totaal anders: er zijn weinig restaurants die zoveel studenten in dienst hebben, en nog minder die enkel op vrijwilligers draaien. In de appgroep met alle vrijwilligers zaten zo’n 120 mensen. Degenen die drie of meer shifts kwamen helpen kregen een sleutelhanger. We zouden geen Delftse studenten zijn als het hoge houtje-touwtje-gehalte niet zou bijdragen aan een extra leuke avond.
Toen ik om half vijf de keuken in liep om te helpen met de bediening was het er al gezellig druk. De voorbereiding werd afgerond terwijl de eerste kookploeg binnenkwam. De meeste vrijwilligers kende ik in ieder geval van gezicht, maar er waren ook genoeg mensen die ik nooit eerder had gezien. Eén vrijwilliger vertelde dat ze hier haar verplichte vrijwilligerswerk voor school deed. Anderen hielpen omdat vrienden meededen, of omdat ze eerder al bij een editie betrokken waren geweest. Ik had zelf nog nooit bediening gedraaid.
Mijn huisgenoot met ruime horeca-ervaring had me vooraf als advies gegeven: je moet vooral je angst overwinnen om gesprekken te onderbreken. Maar ik vond het een grotere uitdaging om een dienblad vol drankjes te balanceren. De vloer was van beton, en ik was helaas niet de enige die tijdens haar shift een glas liet sneuvelen. De tweede keer dat ik hielp ging het al beter, al zou ik het nog een paar weken moeten doen om er echt handig in te worden. Mensen liepen af en aan met dienbladen, in de keuken werden de borden opgemaakt en achter de bar oefenden vrijwilligers hun latte art: ik heb prachtige variaties op stippen voorbij zien komen. Tussen het koken door waren ze ons niet vergeten; toen onze shift erop zat stond boven in de personeelsruimte een bak patat voor ons klaar als avondeten.
Voor de 1500 gasten die kwamen eten was Happietaria vooral een gezellig restaurant. Voor studenten is het een project dat ze samen opzetten en dat door een grote groep gedragen wordt. Het is het soort vrijwilligerswerk dat mensen in mijn leeftijdscategorie graag doen: leerzaam en gezellig, met een concrete einddatum en een duidelijk doel. En volgend jaar? Dan zoeken ze weer bestuursleden en commissieleden en veel vrijwilligers om alles draaiende te houden. En natuurlijk heel veel mensen die uit eten willen voor het goede doel.
Comments are closed.