Column: Mirte Brouwer

Een schijnoplossing

De Delftse verenigingshuizen staan onder druk door het nieuwe coöptatiebeleid van DUWO en de afgenomen particuliere verhuur door de Wet betaalbare huur. Daardoor dreigt Delft een van de grootste studententradities te verliezen, vindt Mirte Brouwer. Ze pleit voor behoud van deze woonvorm.

Mirte Brouwer zit op een bankje

(Foto: Sam Rentmeester)

In mijn eerste jaar hospiteerde ik in een huis met twaalf bewoners, bijna allemaal verenigingsgenoten. Tijdens de instemming (Delfts jargon voor hospiteren) vertelden de bewoners de standaarddingen over hun huiscultuur, tradities en het corveerooster. Ze vertelden dat ze afwisselden welke verticale (vergelijkbaar met disputen) langskwam. Doordat deze groepen kunnen afspreken in verenigingshuizen hoeven we nooit externe locaties te huren.

En hoe ze als C.S.R.-huis een van de ‘openbare wc’s’ voor verenigingsgenoten hadden vanuit de Delftse Hout gezien, waardoor het op warme dagen altijd gezellig was omdat verschillende leden even kwamen aanwaaien. Bovendien is er altijd wel een huisgenoot op de borrel, waardoor je nooit alleen door het donker naar huis hoeft te fietsen. Ik ben er uiteindelijk zelf niet gaan wonen door de coronalockdown, maar ben er wel veel geweest.

Inmiddels woon ik met twee verenigingsgenootjes in een studentenhuis dat al sinds 1997 bewoond wordt door leden van onze vereniging. We gaan samen naar de borrel, bidden voor het eten en zitten soms op zondagochtend samen in de kerk. In de novitiaatsweek (kennismakingstijd) komen eerstejaars langs om in een klein, informeel gezelschap elkaar en ons te leren kennen, precies wat ik tijdens mijn eigen novitiaat ook heb gedaan.

Ons huisschildje hangt in de sociëteit en elk jaar schrijven we een stukje in het jaarboek; toen we laatst een oud-huisgenotenborrel organiseerden, hebben we de oud-bewoners nog even opgezocht in de oude almanakken, waarvan edities van sinds voor de eeuwwisseling in de boekenkast in onze GR (gemeenschappelijke ruimte) staan. Dit soort dingen geven een gevoel van continuïteit: je woont niet zomaar ergens, je stapt in een lopend verhaal.

Ik weet waar ik kan aanbellen als mijn band lek is of als ik onderweg naar de wc moet

Op een kaart van Delft kan ik al onze verenigingshuizen aanwijzen; zo genoemd niet omdat ze in ons bezit zijn, maar omdat er veel verenigingsleden wonen. Het gaat niet alleen om gezelligheid, maar ook om naar elkaar omzien. Onze muren hangen nog vol met de kerstkaarten van andere huizen van vorig jaar, terwijl de nieuwe alweer onderweg zijn. Ik weet waar ik kan aanbellen als mijn band lek is of als ik onderweg naar de wc moet; en toen ik gestrand was in Delft omdat door een herfststorm de treinen platlagen en de regen met bakken uit de hemel kwam, kon ik bij een verenigingshuis in de buurt van het station terecht voor een kopje thee en avondeten. Dat soort vangnetten bouw je niet in een jaar op; dat ontstaat door generaties bewoners die elkaar kennen en de huiscultuur doorgeven.

Dit gun ik elke student en daar zou aan gewerkt moeten worden, maar in plaats daarvan dreigt het voor iedereen te verdwijnen. DUWO wil het hospiteerrecht aanpassen, en ze hebben al besloten dat lidmaatschap van een vereniging geen rol meer mag spelen. Vroeger was deze maatregel een sanctie voor huizen die zich ernstig misdroegen; nu gaat DUWO alle huizen aanpakken. DUWO stelt dat kamers op deze manier eerlijker verdeeld zullen worden, maar het is een schijnoplossing: het totale aantal kamers blijft exact gelijk, dus uiteindelijk vallen evenveel studenten buiten de boot als nu. Het probleem verschuift alleen, terwijl bestaande sociale structuren en huisculturen worden afgebroken

Particuliere huur is geen alternatief, want de Wet betaalbare huur heeft vooralsnog in Delft vooral minder huur tot gevolg. Bovendien worden vooral studio’s bijgebouwd. De Verenigingsraad Delft heeft op 5 december in een uitstekende open brief uitgelegd waarom het verdwijnen van verenigingshuizen funest is voor Delftse studenten; ik zal die argumenten niet herhalen.    Wat ik wel wil zeggen: breek niet in één jaar af wat over decennia is opgebouwd. Je weet pas wat je kwijt bent als het weg is — en dan komt het niet meer terug.

Mirte Brouwer is masterstudent bij Industrieel Ontwerpen aan de TU Delft en masterstudent Nederlandse letterkunde aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Columnist Mirte Brouwer

Mirte Brouwer is masterstudent bij Industrieel Ontwerpen aan de TU Delft en masterstudent Nederlandse letterkunde aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Heb je een vraag of opmerking over dit artikel?

m.c.brouwer@student.tudelft.nl

Comments are closed.