Column: Jenna Pfeifer

Een gat in de lucht

Jenna Pfeifer woont vlak bij het Vondelpark in Amsterdam. Sinds de Vondelkerk afbrandde op oudejaarsavond, kan ze de torenspits niet meer gebruiken om te bepalen waar ze is. Het verlies voelt verrassend persoonlijk, vertelt ze.

Jenna Pfeifer zit met opgetrokken benen buiten op een bankje, Ze poseert voor de foto

(Foto: Sam Rentmeester)

Ik woon in een van de rijtjeshuizen vlak bij het Vondelpark. Toen ik in Kaapstad woonde, gebruikte ik de Tafelberg om mijn weg te vinden. Hier in Amsterdam gebruik ik de torenspits van de Vondelkerk om te bepalen waar ik ben, of beter gezegd, dat deed ik. Totdat die op oudejaarsavond afbrandde.

Sindsdien heb ik veel video’s van de brand opnieuw bekeken. Het hele tafereel is ondraaglijk mooi, onmogelijk om van weg te kijken. Nu is er een gapend gat in de lucht en in mijn mentale kaart van de buurt.

Het is verrassend hoe persoonlijk dat verlies voelde; alsof het gebouw van mij was (een gebouw waar ik maar één keer binnen ben geweest, om te stemmen bij de verkiezingen voor het Hoogheemraadschap), of liever gezegd, bij mijn leven hoorde. Het lag in de periferie toen ik mijn eerste marathon liep (wandelde), huilend bij de vijver zat en mijn vriend op een slee over het bevroren kanaal trok.

Zijn herinneringen niet gewoon het verhaal dat we onszelf vertellen over wie we zijn? Dit is belangrijk en dat niet, hier begon ik de reis om te worden wie ik ben en dit zijn de mijlpalen die me de weg hebben gewezen.

Betekent het verliezen van je geheugen dat je jezelf verliest?

Betekent het verliezen van je geheugen dat je jezelf verliest? Of is herinnering een manier om te voorkomen dat de illusie van het zelf verdwijnt?

Ocean Vuong verkent deze thema’s in zijn nieuwste roman The Emperor of Gladness. Er ontstaat een onwaarschijnlijke band tussen Hai, een jonge man die worstelt met een verslaving, en Grazina, een oudere vrouw die lijdt aan dementie. Soms is Grazina een bange tiener in oorlogstijd, dan weer is ze een assertieve moeder van in de veertig.

Toch weet Hai haar te bereiken. Hun band suggereert dat persoonlijkheid losjes in het geheugen wordt vastgehouden, en tot uiting komt in aanwezigheid, in de keuze om volledig bij iemand te zijn, hoe diegene op dat moment ook is.

Jorge Luis Borges doet hier een schepje bovenop in zijn korte verhaal Shakespeare’s Memory. Een geleerde krijgt het onmogelijke geschenk van de herinneringen van William Shakespeare aangeboden. Op het eerste gezicht is dat de droom van elke biograaf. Maar al snel komt hij er achter dat toegang tot de herinneringen van Shakespeare niet hetzelfde is als het artistieke genie van Shakespeare. Het erven van de herinneringen aan een leven betekent niet dat je ook de levendigheid ervan erft. Het is het verschil tussen wat we doen en wat het doen met ons doet.

Herinneringen, zo suggereert Borges, zijn een stapel gebroken spiegels, scherven die we oppakken en waarin we kijken om een gedeeltelijke weerspiegeling van de werkelijkheid te zien. Ik denk niet dat herinneringen de essentie van een mens zijn; ik denk dat ze een manier zijn om door het leven te navigeren, als een torenspits aan de horizon, totdat je op een dag omhoogkijkt en hij verdwenen is.

Jenna Pfeifer is promovendus in de biomechanica en cognitieve robotica aan de faculteit Werktuigbouwkunde. Haar onderzoek richt zich op de effecten van technologie op eenzaamheid onder jongeren. Jenna schrijft om de wereld beter te begrijpen door te proberen twee perspectieven samen te voegen: het wetenschappelijke en het poëtische.

Columnist Jenna Pfeifer

Heb je een vraag of opmerking over dit artikel?

J.Pfeifer@tudelft.nl

Comments are closed.