Historicus Adam Tooze heeft ons tijdperk omschreven als een periode die gekenmerkt wordt door ‘polycrisis’: afzonderlijke maar onderling verbonden wereldwijde schokken die sociale en natuurlijke systemen vanuit verschillende richtingen bedreigen.
Een van deze schokken is natuurlijk de aanhoudende klimaatcatastrofe. Recente voorspellingen van klimaatwetenschappers laten zien dat 2027, als gevolg van een super-El Niño, waarschijnlijk het warmste jaar ooit zal worden: maar liefst 1,6 tot 1,7 graden Celsius boven de pre-industriële temperaturen. Een andere schok is de opkomende energiecrisis, veroorzaakt door de aanval van de Verenigde Staten op Iran en de daaropvolgende afsluiting van de Straat van Hormuz. Ongeveer 20 procent van de wereldwijde productie van fossiele brandstoffen, en een groot deel van de daarvan afgeleide producten, ligt feitelijk stil en zal dat nog minstens enkele maanden zo blijven.
Nog een nieuwtje: een van de leiders van de klimaatbeweging in Nederland, Donald Pols, directeur van Milieudefensie, krijgt binnenkort een nieuwe baan: Chief Sustainability Officer bij Tata Steel, een van de grootste vervuilers van het land. Dit heeft weer een nieuwe aflevering aangewakkerd van het eeuwige debat dat we elk jaar op onze eigen campus zien. Degenen die protesteren tegen de groeiende invloed van grote vervuilers binnen de universiteit, worden geconfronteerd met hetzelfde afgezaagde refrein: je vindt het misschien niet leuk, maar we hebben ze nodig voor de energietransitie! Verandering van buitenaf eisen is slechts gezeur, want echte verandering kan alleen van binnenuit komen!
Normaal gesproken zou ik een column schrijven om deze argumenten te weerleggen. Ik zou aantonen dat, als dit soort bedrijven de energietransitie echt serieus zouden nemen, we dat zouden kunnen zien in hun gedrag en investeringen – en niet in een onzinnige greenwashing over algen. Ik zou proberen uit te leggen dat individuele keuzes irrelevant zijn wanneer het winstmotief van zo’n bedrijf alleen kan worden bevredigd door de voortdurende winning van fossiele brandstoffen. Zelfs als Shell een CEO zou hebben met oog voor duurzaamheid, zou die simpelweg worden vervangen als zijn of haar beslissingen de winst voor de aandeelhouders zouden verminderen.
Werken binnen de logica van dit systeem is simpelweg een verloren zaak
Maar dat hoef ik niet te doen. Net als vier jaar geleden kampt de wereld met een energiecrisis die in wezen wordt veroorzaakt door de onbetrouwbaarheid van fossiele brandstoffen. Afhankelijkheid van import, prijsvolatiliteit en een vastgelopen systeem zijn inherent aan de logica van de fossiele brandstofeconomie. Zoals recente gebeurtenissen herhaaldelijk hebben aangetoond, is werken binnen de logica van dit systeem simpelweg een verloren zaak.
Er is een betere weg vooruit. Als leden van de academische gemeenschap kunnen we onze landen helpen om voor onze energievoorziening niet langer afhankelijk te zijn van een bont gezelschap van op fossiele brandstoffen gebaseerde oligarchieën. We kunnen voorkomen dat dit systeem legitimiteit krijgt door onze samenwerking met fossiele brandstofbedrijven – die, eerlijk gezegd, toch snel zullen verdwijnen omdat ze zich blijven vastklampen aan een onbetrouwbare, inefficiënte en milieu beschadigende energiebron. We kunnen weigeren mee te werken aan de misleidende vertragingspraktijken van deze bedrijven.
De wereld is aan een onomkeerbare reis begonnen. Deze reis omvat geen fossiele brandstoffen: elke windturbine, elk zonnepaneel, elke elektrische auto is een oliebron die we nooit zullen aanboren. Dus, mocht je ooit nadenken over je volgende werkplek, dan is hier een advies: wed niet op een blind paard.
Comments are closed.