Als je als student door de gangen van de TU Delft loopt, is de dood waarschijnlijk wel het laatste waar je aan denkt. Je hebt je hele leven nog voor je. Maar de laatste tijd, met alle gruweldaden van de oorlog en de zorgen over het klimaat, staat het misschien toch meer op de voorgrond.
De dood is een van de weinige zekerheden in het leven, maar het blijft een van de moeilijkste onderwerpen om over te praten. Zelfs in een land dat vaak als pragmatisch wordt beschouwd als het om het levenseinde gaat, blijft de dood in het dagelijks leven een moeilijk onderwerp. En op een universiteit als de TU Delft, waar zo veel draait om deadlines, oplossingen en productiviteit, is er misschien nog minder ruimte voor.
Ik heb het geluk dat ik een moeder had die me leerde omgaan met de realiteit van de dood, lang voordat ik er woorden voor had.
Ze groeide op in Kimberly, Zuid-Afrika, in de jaren 60. Ze hadden niet veel, maar ze vond manieren om van het leven te genieten. Ze verstopte zich achter struiken en besproeide vreemden met water uit spuitjes. Eens verkleedden zij en haar vriendin zich in de oude jas van haar grootvader en maakten ze haar zusje zo bang dat ze in haar broek plaste.
Maar ondanks al het licht dat ze de wereld gaf, leefde ze ook dicht bij de dood.
Toen ze 18 was, kwam haar beste vriendin om bij een auto-ongeluk
Toen ze 18 was, kwam haar beste vriendin om bij een auto-ongeluk. Vlak voordat ze wegreden, wisselde mijn moeder met haar van zitplaats. De vrachtwagen raakte de kant van de auto waar mijn moeder had gezeten. Haar vriendin was op slag dood. Hier zit geen logica in, alleen de wrede waarheid dat zij stierf zodat mijn moeder dat niet hoefde te doen.
Later, als verpleegster, verloor mijn moeder patiënten. Ze verloor vrienden door zelfmoord, schietpartijen, ziekte. Ze verloor haar beide ouders voordat ik geboren werd. Uiteindelijk verloor ze ook haar zus. Ik herinner me dat ik als kind aan de keukentafel zat terwijl de begrafenisplannen werden besproken. Ik vroeg: “Wat gebeurt er als Beryl sterft?” Mijn moeder pakte mijn hand en zei: “Mijn schatje, Beryl is al dood.” Ze maakte de dood bespreekbaar.
Ik begreep dit beter toen onze hond stierf. Van de ene op de andere dag werd het verdriet voelbaar: de koude plek aan het voeteneinde van het bed waar haar warme lichaam altijd lag, de stilte waar haar pootjes vroeger over de vloer tikten, de droogte van mijn hand waar ze vroeger mijn handpalm likte. En toch kon ik rouwen. Ik huilde, ik schreef, ik liet mezelf het verlies voelen. Terugkijkend denk ik dat mijn moeder me daarop heeft voorbereid. Ze liet me zien dat verdriet niet iets is om doorheen te rennen of voor te verstoppen. Verlies hoort bij liefhebben, en dus bij het leven.
Mijn moeder leerde me dat praten over de dood de pijn ervan niet wegneemt. Het maakt die pijn alleen maar makkelijker te dragen samen met anderen. Op een plek als de TU Delft, waar zoveel waarde wordt gehecht aan het oplossen, bouwen en presteren, is er misschien één ding dat we als gemeenschap kunnen doen: toegeven dat sommige dingen niet kunnen worden opgelost, maar alleen gedeeld.
Comments are closed.