Wat is goed om te maken?
Vrouwen aan de top? Meer graag, zegt Britte Bouchaut. Maar niet als excuus, niet als afvinklijstje, en zeker niet als rookgordijn waarachter de oude cultuur gewoon doorgaat.
Vrouwen aan de top? Meer graag, zegt Britte Bouchaut. Maar niet als excuus, niet als afvinklijstje, en zeker niet als rookgordijn waarachter de oude cultuur gewoon doorgaat.

(Foto: Sam Rentmeester)
Vrijdag 14 november zat ik bij de afscheidsrede van Patricia Osseweijer. Een vrouw die ik bewonder, bij wie ik mocht promoveren, en die met haar roze bureaustoel door ieder mogelijk glazen plafond brak. Haar oproep in haar afscheidsrede om ons telkens af te vragen ‘wat goed is om te maken’, bleef hangen.
En precies op dát moment kondigde de TU Delft twee nieuwe kopstukken aan: Hester Bijl als rector magnificus en Ingrid Thijssen als nieuwe voorzitter van het College van Bestuur. Alsof de universiteit dacht: laat ik meteen iets goeds maken. Een top die niet alleen uit grijze pakken bestaat, maar hopelijk voortaan ook uit wat kleurtjes en hier en daar een panterprintje (hoewel ik graag iedereen, ongeacht gender of identificatie, aanmoedig om dit te dragen).
Dat er meer vrouwen aan het stuur komen, vind ik fantastisch. Je hoeft er niet eens een ingewikkelde impact-analyse voor te doen: rolmodellen werken. Als student, onderzoeker of docent is het prettig om te weten dat je carrière niet eindigt bij het glazen plafond, maar dat er tegenwoordig ook een luikje naar de zolder in zit.
De beste kandidaat blijkt vaker een vrouw te zijn
Het is goed nieuws dat de top van de TU Delft diverser wordt. Niet omdat er vrouwen ‘moeten’ zitten, maar omdat het laat zien dat de vijver van toptalent breder wordt bekeken – en dat de beste kandidaat vaker een vrouw blijkt te zijn. Of Bijl en Thijssen zijn gekozen omdat ze vrouw zijn, weet ik niet. Wat telt, is dat ze een sterk cv hebben, wetenschappelijke diepgang en bestuurlijke slagkracht meebrengen, en passen bij de uitdagingen waar de universiteit voor staat.
Dat heeft niets met gender te maken, maar met goed bestuur. Als ze simpelweg de beste waren – waar ik van uitga – dan is dat precies zoals het hoort. Het voorbeeld van de TU Eindhoven laat immers zien hoe snel goedbedoeld beleid kan botsen met gelijke behandeling. Meer vrouwen aan de top is waardevol, maar alleen als het gestoeld is op kwaliteit, open procedures en eerlijke kansen voor iedereen.
Tegelijkertijd moeten we realistisch blijven: bestuurders kunnen richting geven, maar de cultuur verander je alleen als de organisatie zelf meebeweegt. Twee vrouwen in het CvB zorgen niet ineens voor een totale omslag binnen onze universiteitscultuur. De echte verandering moet plaatsvinden in de lagen eronder: in benoemingsprocedures, de ongelijkheid bij promoties, in teams waar te weinig rekening wordt gehouden met verantwoordelijkheden die komen kijken bij ouderschap, of te veel wordt afgegaan op het stereotype ‘moeder’, en waarin mensen dus soms afhaken omdat de spelregels dusdanig ontmoedigend zijn. Daar zit de kern van de uitdaging: niet in het wisselen van poppetjes, maar in het herzien van de systemen waarmee we werken.
Daarom vind ik Osseweijers oproep zo relevant: ‘Wat is goed om te maken?’ Niet alleen voor biotechnologie, of andere technische innovaties, maar ook voor een universiteit! Dus ja, vrouwen aan de top: meer graag. Veel meer! Maar niet als excuus, niet als afvinklijstje, en zeker niet als rookgordijn waarachter de oude cultuur gewoon doorgaat.
Britte Bouchaut is universitair docent bij de sectie veiligheidskunde aan de faculteit Techniek, Bestuur en Management. Britte forenst iedere dag tussen Eindhoven en Delft, is vaak (on)terecht boos op de wereld en schrijft dit dan graag van zich af.
Heb je een vraag of opmerking over dit artikel?
B.F.H.J.Bouchaut@tudelft.nl
Comments are closed.