Column: Parisa Ghanoni Bostanabad

Rekenschap

Persoonlijke integriteit, respect en rekenschap moeten deel uitmaken van de criteria voor het behalen van de doctoraattitel, vindt Parisa Ghanoni Bostanabad. Gedrag dat aan het begin van een academische loopbaan wordt getolereerd, bepaalt namelijk vaak de cultuur in latere stadia.

Parisa Ghanoni Bostanabad

(Foto: Sam Rentmeester)

‘Het systeem moet worden hervormd.’ Deze uitspraak die vaak te horen is in academische discussies, vooral onder degenen die veel waarde hechten aan het verbeteren van de academische cultuur.

De belangrijkste vraag is echter niet alleen óf er verandering nodig is, maar ook wat zo’n verandering in de praktijk vereist. Veel voorgestelde oplossingen hebben verantwoordingsplicht als kern. Dit begrip wordt vaak genoemd, maar zelden duidelijk gedefinieerd. Wat zou het betekenen om verantwoordingsplicht tot een fundamentele pijler van een hervormd academisch systeem te maken?

Het academische traject aan de TU Delft begint vaak met een promotieplaats, die voor veel beginnende onderzoekers als opstap fungeert. Het doctoraat is tevens de eerste formele erkenning die de academische wereld aan een jonge onderzoeker toekent, waardoor deze kan bijdragen aan het vormgeven van de toekomstige academische cultuur.

Hoewel veel promovendi hun omgeving tijdens hun promotietraject als ondersteunend en op samenwerking gericht ervaren, is de algemene perceptie van de academische wereld die van een inherent competitieve omgeving. Dit kan bijdragen aan de normalisering van schadelijk gedrag, waaronder roddelen, rivaliteit, het ondermijnen van collega’s en het schaden van professionele reputaties.

In dergelijke omgevingen wordt succes eerder gezien als een race dan als een collectieve inspanning. Academische vooruitgang wordt een ladder die beklommen moet worden, waarbij collega’s worden beschouwd als obstakels of opstapjes in plaats van als samenwerkingspartners.

Welke verantwoordelijkheden en vormen van verantwoording kunnen helpen om hiermee om te gaan?

Moeten academici niet ook op verantwoorde wijze bijdragen aan de academische gemeenschap zelf?

Een mogelijke invalshoek betreft de verantwoordelijkheden die gepaard gaan met het behalen van een doctoraat. Zoals ik al zei, is de doctoraatstitel vaak de eerste formele erkenning die binnen een academische loopbaan wordt toegekend. Deze geeft aan dat men klaar is om als onafhankelijk onderzoeker deel uit te maken van de academische gemeenschap. Als we van toekomstige academici verwachten dat zij op verantwoorde wijze bijdragen aan wetenschappelijke kennis, moeten we dan niet ook van hen verwachten dat zij op verantwoorde wijze bijdragen aan de academische gemeenschap zelf?

Hoewel de huidige promotieregels terecht de nadruk leggen op wetenschappelijke integriteit, wordt persoonlijk gedrag vaak los gezien van de voorwaarden voor het behalen van de graad. De kwaliteit van een academische omgeving hangt echter niet alleen af van de manier waarop je onderzoek uitvoert, maar ook van de manier waarop je collega’s behandelt. Moeten persoonlijke integriteit, respect en rekenschap daarom deel uitmaken van de criteria voor het behalen van de titel?

Het belang van deze discussie reikt verder dan de promotiefase zelf. Veel gepromoveerden blijven in de academische wereld werkzaam als postdoctorale onderzoekers, universitair docenten, promotoren en uiteindelijk leidinggevenden binnen instellingen. De normen en het gedrag die aan het begin van een academische loopbaan worden getolereerd, bepalen vaak de cultuur die in latere stadia wordt voortgezet. Als verantwoordelijkheid ontbreekt op het moment dat onderzoekers voor het eerst het vakgebied betreden, moeten we niet verbaasd zijn wanneer dezelfde patronen terugkeren bij toekomstige generaties academici.

Als rekenschap een bepalend kenmerk van de academische cultuur moet worden, moet dit al in de allereerste fase van een academische loopbaan beginnen. Verantwoordelijkheid moet een van de fundamentele pijlers van het academische systeem worden – niet als principe, maar in de praktijk.

Parisa Ghanoni Bostanabad is promovenda bij Luchtvaart- en Ruimtevaarttechniek, bij de afdeling aerodynamica. Haar onderzoek richt zich op strategieën om stromingsinstabiliteiten te beheersen. Naast haar wetenschappelijke werk schrijft ze columns waarin ze reflecteert op het leven als vrouw in de STEM (Science, technology, engineering en mathematics)-sector, als onderdeel van haar missie om bij te dragen aan een inclusievere en meer mensgerichte academische cultuur.

Columnist Parisa Ghanoni Bostanabad

Heb je een vraag of opmerking over dit artikel?

[email protected]

Comments are closed.