Column: Parisa Ghanoni Bostanabad

Samenwerken aan diversiteit en inclusie

In plaats van meer vrouwen toe te laten tot de technische academische wereld als middel tot genderbalans, zou elke vrouw aan het begin van haar carrière ondersteund kunnen worden door een mannelijke collega. Dat stelt Parisa Ghanoni Bostanabad voor in haar eerste column voor Delta.

Parisa Ghanoni Bostanabad

(Foto: Sam Rentmeester)

Kunnen we een technische academische wereld creëren waarin zowel empathie als efficiëntie als kernwaarden worden beschouwd? Van oudsher heeft de samenleving empathie vaak geassocieerd met vrouwelijke eigenschappen en efficiëntie met mannelijke. In technische vakgebieden versterkt deze vooringenomenheid een klimaat waarin vrouwen minder kans hebben om zich te ontplooien.

Op het eerste gezicht lijkt het bereiken van gendergelijkheid misschien de meest voor de hand liggende oplossing. Maar genderongelijkheid in technische omgevingen is een van de hardnekkigste en meest complexe problemen die binnen de sociale wetenschappen worden bestudeerd, merkte Mara Yerkes op. Zij was een van de hoofdsprekers tijdens het evenement ter gelegenheid van Internationale Vrouwendag van DEWIS op 9 maart.

Mensen gaan er vaak meteen vanuit dat het probleem opgelost is door meer vrouwen toe te laten tot technische academische omgevingen. In de praktijk blijkt deze aanpak echter erg traag te verlopen en tot nu toe niet effectief te zijn. Zelfs wanneer meer vrouwen het hoger onderwijs betreden en worden aangemoedigd om deze vakgebieden te volgen, daalt het aantal aanzienlijk op doctoraatsniveau en daarboven.

De methode die ik zou willen voorstellen, is anders. Wat als elke vrouwelijke wetenschapper die aan haar carrière begint – of dat nu op het niveau van promovendus, universitair docent, universitair hoofddocent of hoogleraar is – zou samenwerken met een mannelijke collega?

Op termijn kan dit het genderevenwicht onder het wetenschappelijk personeel verbeteren

Door vrouwen in een vroeg stadium van hun carrière te ondersteunen, is de kans groter dat ze doorstromen naar dergelijke functies. Op termijn kan dit het genderevenwicht onder het wetenschappelijk personeel verbeteren.

Vrouwen die een doctoraat behalen aan technische universiteiten hebben al veel stereotypen en uitdagingen overwonnen en sterke kwaliteiten ontwikkeld. Daarom zijn zij uitstekende kandidaten om een nieuwe aanpak uit te proberen. Deze benadering levert mogelijk sneller resultaten op dan simpelweg wachten op de geleidelijke toename van het aantal vrouwen in de STEM-sector (science, technology, engineering en mathematics, red.).

Dit partnerschap kan vrouwen en mannen met verschillende sterke punten samenbrengen. Sommige individuen vertonen eigenschappen die in de samenleving vaak als ‘mannelijk’ worden beschreven, zoals assertiviteit, daadkracht, efficiëntie en analytisch denken, terwijl anderen kwaliteiten vertonen die vaak als ‘vrouwelijk’ worden beschreven, zoals empathie, intuïtie en creativiteit.

Door samen te werken kunnen collega’s elkaars sterke punten aanvullen en bijdragen aan een werkomgeving waarin zowel empathie als efficiëntie hoog in het vaandel staan. Een open dialoog kan ook helpen bij het wegnemen van veelvoorkomende drempels, zoals het ongemak dat sommige mannen voelen bij het bespreken van genderongelijkheid. Of de aarzeling – waarover vaak wordt gesproken door mensen die als vrouw worden gezien – om assertiviteit, ambitie of competitiviteit te tonen.

Het aangaan van academische partnerschappen kan een systeem tot stand brengen waarin beide partners bijdragen, profiteren en wederzijdse groei ervaren. Dit concept zou verder kunnen reiken dan traditionele gendercategorieën en samenwerking kunnen stimuleren tussen collega’s met uiteenlopende ervaringen en perspectieven, waaronder neurodivergente en neurotypische onderzoekers, leden van de LGBTQ+-gemeenschap en anderen die baat kunnen hebben bij ondersteunende academische partnerschappen.

Zou deze aanpak kunnen dienen als een praktische manier om diversiteit, inclusie en wederzijdse ontwikkeling in technische omgevingen te toetsen en te bevorderen?

Parisa Ghanoni Bostanabad is promovenda bij Luchtvaart- en Ruimtevaarttechniek, bij de afdeling aerodynamica. Haar onderzoek richt zich op strategieën om stromingsinstabiliteiten te beheersen. Naast haar wetenschappelijke werk schrijft ze columns waarin ze reflecteert op het leven als vrouw in de STEM (Science, technology, engineering en mathematics)-sector, als onderdeel van haar missie om bij te dragen aan een inclusievere en meer mensgerichte academische cultuur.

Columnist Parisa Ghanoni Bostanabad

Heb je een vraag of opmerking over dit artikel?

P.GhanoniBostanabad@tudelft.nl

Comments are closed.