Kort

Recht op hulp? Studenten weten het niet

Veel studenten met een ondersteuningsbehoefte door bijvoorbeeld ziekte, beperking, mantelzorg of topsport weten nog altijd niet dat ze daar recht op hebben. Sommige instellingen hebben hun voorzieningen en voorlichting beter op orde dan andere. De TU Delft eindigt in de middenmoot van een onderzoek van Expertisecentrum Inclusief Onderwijs (ECOI).

Het onderzoek is gebaseerd op de Nationale Studenten Enquête, die dit voorjaar door 252 duizend studenten werd ingevuld. Van alle respondenten bleek 15 procent een ondersteuningsbehoefte te hebben. Van deze groep ervaart 85 procent minimaal ‘een beetje’ belemmering bij de opleiding en 45 procent ‘(heel) veel’.

Studenten met psychische aandoeningen, ADHD en bijzondere omstandigheden zijn oververtegenwoordigd in die laatste groep. Volgens de onderzoekers kennen zij de geboden voorzieningen het slechtst.

Ongeveer 33 procent van alle studenten met een ondersteuningsbehoefte heeft geen weet van de voor hen bedoelde speciale toetsvoorzieningen, zoals extra tijd, soepeler deadlines of medische hulpmiddelen.

Minder dan de helft van deze studenten kent de bijzondere onderwijsvoorzieningen die hun hogeschool of universiteit aanbiedt, zoals vervoer, speciale software, tolken of het terugkijken van colleges. Maar liefst 74 procent weet niet dat ze geld kunnen krijgen uit het profileringsfonds van hun instelling en bij DUO. (HOP/HC)

Hoofdredacteur Saskia Bonger

Heb je een vraag of opmerking over dit artikel?

s.m.bonger@tudelft.nl

Comments are closed.