Column: Dap Hartmann

Ontspullen

Dap Hartmann heeft een grote liefde voor echte boeken en tijdschriften. Maar na tientallen jaren verzamelen slokken ze veel ruimte op. Weggooien is uit den boze en doorgeven lukt ook niet, want wie zit nog te wachten op papier in dit digitale tijdperk.

(Foto: Sam Rentmeester)

(Foto: Sam Rentmeester)

Toen ik als student en later als promovendus op de Sterrewacht Leiden werkte, was het telkens een feest wanneer iemand vanwege ruimtegebrek overtollige boeken en tijdschriften buiten zijn kamer tegen de muur zette. In die tijd kon je daar anderen nog echt een plezier mee doen. Gretig doorzocht ik zo’n niet zelden metershoge stapel naar iets van mijn gading. Mijn voorkeur ging niet uit naar echte vakliteratuur, zoals The Astrophysical Journal, maar naar oude proefschriften en tijdschriften zoals Scientific American.

Er was destijds nog geen internet en digitale versies (PDF’s) bestonden niet. In dat papieren tijdperk is mijn grote liefde voor gedrukte media ontstaan: echte boeken en echte tijdschriften, met vakmanschap en zorg gemaakt. Natuurlijk gaat het in de eerste plaats om de inhoud, maar de wijze waarop die inhoud is vormgegeven, is voor mij minstens zo belangrijk. Daarom lees ik bij voorkeur papieren boeken, kranten en tijdschriften. Ik lees ook veel digitale kranten en tijdschriften, maar alleen als PDF’s waarin de opmaak van de papieren editie is behouden. Hoewel ik af en toe mijn toevlucht neem tot een e-reader – met de huidige restricties op bagage is het niet echt handig om tien papieren boeken mee te zeulen – gaat er niets boven een mooie bladspiegel.

Na tientallen jaren verzamelen komt er onvermijdelijk een moment waarop je ruimte moet scheppen. Want niet iedereen kan zich meten met Umberto Eco die naar verluid zo’n 40 duizend boeken bezat. Weggooien is natuurlijk uit den boze, en in het digitale tijdperk kun je niemand meer blij maken met je oude papieren boeken en tijdschriften. Ruim dertig jaar geleden kreeg ik acht jaargangen Skeptical Inquirer van mijn toenmalige kamergenoot die kastruimte nodig had. Dit tijdschrift, met als ondertitel The Magazine for Science and Reason, wordt al vijftig jaar uitgegeven door het Committee for Skeptical Inquiry (CSI) dat paranormale en pseudowetenschappelijke claims onderzoekt en steevast weerlegt. Veel van mijn wetenschappelijke helden hebben eraan bijgedragen, onder wie Carl Sagan, Douglas Hofstadter, James Randi, Martin Gardner en Isaac Asimov. Helaas zijn zij inmiddels allemaal overleden, met uitzondering van Douglas Hofstadter, die nu 81 is. De bijdragen van Martin Gardner zijn gebundeld in twee verrukkelijke boeken die ik van harte aanbeveel: The New Age: Notes of a Fringe Watcher en Weird Water and Fuzzy Logic. Uiteraard moet je de gebonden edities kopen.

En toen zat ik dus met een stapel tijdschriften van ruim 3500 bladzijden. Weggooien was volstrekt onmogelijk want dat zou tenietdoen dat ik ze meer dan dertig jaar heb bewaard. Maar doorgeven aan iemand anders kon ook niet. Dus heb ik ze door de scanner gehaald en er nette PDF’s van gemaakt. Nu kan ik met een gerust hart afscheid nemen van de papieren exemplaren omdat zowel de inhoud als de vormgeving in digitale vorm zijn vastgelegd en vereeuwigd. Datzelfde lot staat oude proefschriften en boeken te wachten waarvan de fysieke vorm geen grote esthetische of emotionele meerwaarde heeft. Een paar duizend boeken hebben die meerwaarde wel, en die zal ik tot het eind van mijn leven koesteren. Nu alleen nog de tijd vinden om ze allemaal te lezen.

Dap Hartmann is universitair hoofddocent innovatie en ondernemerschap bij het Delft Centre for Entrepreneurship (DCE) aan de faculteit Techniek, Bestuur en Management. In een vorig leven was hij astronoom en werkte onder andere bij het Harvard-Smithsonian Center for Astrophysics. Samen met dirigent en componist Reinbert de Leeuw schreef hij een boek over moderne (klassieke) muziek.

Columnist Dap Hartmann

Heb je een vraag of opmerking over dit artikel?

l.hartmann@tudelft.nl

Comments are closed.