Column: Birgit van Driel

De ene spreker is de andere niet

We moeten politiek en wetenschappelijk debat zoveel mogelijk gescheiden houden, schrijft Birgit van Driel. Expertise zou leidend moeten zijn in het wetenschappelijk debat, zodat expertise en meningen niet door elkaar gaan lopen.

Foto © Sam Rentmeester . 20220602  .
 Birgit van Driel, columnist  Delta

We horen steeds vaker dat de universiteit bij uitstek de plek is voor debat en vrije uitwisseling van ideeën. Het wordt ook wel gezien als de raison d’être van universiteiten. Ik wil deze stelling graag aanscherpen: Waar de universiteit bij uitstek de plek is voor wetenschappelijk debat, zou de ruimte voor politiek debat er beperkt moeten zijn. Maar wat is precies het verschil? Beide soorten debat kennen argumentatie en proberen overtuigend te zijn, het verschil zit in de aard van de argumenten, de beoogde uitkomst en de deelnemers.

Het politieke debat baseert zich op waarden, meningen, ideologieën en een specifiek wereldbeeld. Daarentegen baseert het wetenschappelijke debat zijn argumenten op data, resultaten van experimenten en logische redeneringen die gebruikmaken van de wetenschappelijke methode. Politiek debat gaat over het tegen elkaar afwegen van belangen in plaats van over de interpretatie van onderzoeksresultaten.

Het politieke debat heeft geen objectieve eindwaarheid, meerdere standpunten kunnen naast elkaar bestaan. De uitkomst kan een politieke keuze zijn. Het wetenschappelijke debat heeft als doel kennis en begrip van hoe de wereld werkt te vergroten, verdiepen of verbreden. Discussies over methoden en interpretaties van de resultaten zijn de kern, maar de resultaten zelf staan, bij voldoende robuuste onderbouwing, niet ter discussie. Wetenschappelijk debat kan leiden tot tijdelijke consensus, zolang nieuw bewijs geen aanleiding geeft tot herziening.

De legitimiteit van de spreker komt van zijn of haar wetenschappelijke kennis en kunde

Het politieke debat wordt in principe in de politieke arena gevoerd door politici (hoewel het ook niet zelden, gepaard met de nodige emotie, de kop opsteekt aan menig eettafel). De legitimiteit van de spreker komt van  de politieke achterban. Het wetenschappelijke debat daarentegen wordt gevoerd door experts in hun vakgebied en vindt plaats tijdens overleg van een vakgroep, via een review van een paper, tijdens een promotieverdediging, op wetenschappelijke conferenties of tijdens een geprogrammeerd evenement op de universiteit. De legitimiteit van de spreker komt van zijn of haar wetenschappelijke kennis en kunde.

Beide vormen van debat dragen bij aan onze maatschappij en wat zou het prettig zijn als scherp onderscheid mogelijk was. De wereld is helaas niet zo zwart-wit, veel wetenschappelijke disciplines hebben immers onvermijdelijk politieke elementen en implicaties. Dit komt regelmatig voor op een brede universiteit, waar vakgebieden zoals geschiedenis, politicologie, economie en recht onderdeel uitmaken van het academische portfolio. Veel mensen voelen zich, juist in de sociale en geesteswetenschappen, waar onderwerpen vertrouwd aanvoelen, expert. Maar ook op een technische universiteit als de onze is er regelmatig een politieke component aanwezig (denk bijvoorbeeld aan klimaatwetenschappen).

Hoe behouden we dan toch het wetenschappelijke karakter van uitwisseling op de universiteit? Het belangrijkste criterium daarvoor is de legitimiteit of autoriteit van de spreker gebaseerd op zijn wetenschappelijke kennis en kunde met betrekking tot het te bespreken onderwerp. Hierbij zijn uiteraard diverse stemmen belangrijk, maar wel diverse academische stemmen. Dit is niet bedoeld om stemmen te weren, maar om onderscheid te maken tussen academische discussie en publieke opinie. De spreker is geen willekeurige commentator aan een talkshowtafel, maar zelf actief in het academische domein. Is deze persoon gepromoveerd? Dan geldt dat ‘de samenleving op zijn/haar oordeel kan vertrouwen, dat hij/zij transparant handelt en onafhankelijk communiceert over zijn/haar resultaten en de maatschappelijke relevantie van zijn/haar werk[1]‘.

Het beperken van politieke deelnemers aan het debat dat plaatsvindt op de universiteit is geen beperking van academische vrijheid, maar een voorwaarde ervoor. Juist door deze rolvastheid kan de universiteit haar maatschappelijke rol vervullen.

[1] Promotiereglement TU Delft

Birgit van Driel is sinds 2021 beleidsmedewerker bij de directie Strategic Development. Ze is terug van weggeweest op de TU Delft waar ze in 2006 begon met studeren en de faculteiten IO (eerste jaar), TNW (bachelor) en 3mE (PhD) heeft aangedaan. Na haar PhD is ze strategieconsultant geweest bij Kearney en Program Officer bij NWO-TTW.

Columnist Birgit van Driel

Heb je een vraag of opmerking over dit artikel?

B.A.vanDriel@tudelft.nl

Comments are closed.