Customize Consent Preferences

We use cookies to help you navigate efficiently and perform certain functions. You will find detailed information about all cookies under each consent category below.

The cookies that are categorized as "Necessary" are stored on your browser as they are essential for enabling the basic functionalities of the site. ... 

Always Active

Necessary cookies are required to enable the basic features of this site, such as providing secure log-in or adjusting your consent preferences. These cookies do not store any personally identifiable data.

No cookies to display.

Functional cookies help perform certain functionalities like sharing the content of the website on social media platforms, collecting feedback, and other third-party features.

No cookies to display.

Analytical cookies are used to understand how visitors interact with the website. These cookies help provide information on metrics such as the number of visitors, bounce rate, traffic source, etc.

No cookies to display.

Performance cookies are used to understand and analyze the key performance indexes of the website which helps in delivering a better user experience for the visitors.

No cookies to display.

Advertisement cookies are used to provide visitors with customized advertisements based on the pages you visited previously and to analyze the effectiveness of the ad campaigns.

No cookies to display.

Opinie

[Column] Welkom terug in de zaal?

Columnist Bob van Vliet wil niet terug naar fysieke colleges en voelt zich daar schuldig over. “Voor zó’n grote groep kan ik mijn ding beter online.”

(Photo: Sam Rentmeester)

Toen eerder deze maand bekend werd dat er in september niet meer dan 75 studenten bij elkaar in één zaal mogen, was ik stiekem een beetje opgelucht. Hoe dichterbij die persconferentie kwam, hoe sterker ik merkte dat ik weinig zin had om straks weer voor een zaal met zevenhonderd eerstejaars te staan. Of nou ja, ik realiseerde me vooral dat ik méér zin had om het weer online te doen. Dat ben ik afgelopen jaar eigenlijk heel leuk gaan vinden. Toch voelde ik me daar schuldig over. Want onnodig online onderwijs wil je je studenten toch niet aandoen?

De oplossing voor die grens van 75 is nu om elke week een andere groep studenten in te roosteren, en de rest online mee te laten kijken. Over het idee van dit soort ‘hybride’ colleges ben ik nooit heel enthousiast geweest. Dingen die online goed werken zijn niet altijd geschikt voor in een zaal, en dingen die in een fysieke context effectief zijn vertalen zich vaak slecht naar het scherm.

‘Ben ik de enige die de waarde van elkaar in de ogen kijken niet voelt?’

Voor mijn online colleges heb ik mijn bureau bijvoorbeeld heel specifiek ingericht – met webcam, overhead, scherm en laptop op precies de goede plek. Ik heb de oefeningen aangepast, want polls kunnen sneller en in een chatvenster zeggen studenten meer en reageren ze sneller dan in een zaal. Uiteindelijk knutselde ik zelfs een eigen online platform omdat ik niet tevreden was met de standaard opties.

Dat gaat allemaal kapot als ik naar een collegezaal moet verhuizen.

Een hybride college kun je voor geen van de twee vormen optimaliseren. Met een beetje pech krijg je als student het slechtste van twee werelden. Dan houd ik het liever volledig online. Zeker als de verhouding zó scheef is, en 90 procent toch al naar een scherm zit te kijken.

Maar ook als het kabinet had aangekondigd dat iedereen weer onbeperkt bij elkaar in een zaal mocht, had ik sterk getwijfeld. Ook over dat gevoel voelde ik me schuldig. Ben ik nu de enige die de waarde van elkaar in de ogen kijken niet voelt? Ben ik zo snel zo hard vastgeroest in mijn nieuwe hobby dat ik niet meer fysiek met studenten in één ruimte wil zijn?

‘Ik heb straks meer dan zevenhonderd eerstejaars’

Pas op de dag van die persconferentie realiseerde ik me wat me dwars zat. Fysiek onderwijs kan fantastisch zijn, maar misschien is het boven een bepaald aantal studenten toch echt beter om het online te doen.

Waar ligt het omslagpunt? In ieder geval boven de honderd. Maar waarschijnlijk ook onder de duizend, niet? Het zal verschillend zijn per docent, per onderwerp, en per vak. Ik vermoed dat die grens voor mij op het moment ergens tussen de honderd en de driehonderd ligt. En ik heb straks dus meer dan zevenhonderd eerstejaars.

Op Twitter heb ik als grote profielfoto al heel lang een panoramafoto van mijzelf op het podium tijdens een college voor een gigantische zaal vol studenten. Gaaf vond ik dat altijd. Inmiddels denk ik: voor zó’n grote groep kan ik mijn ding beter online. En: onze opleidingen worden te groot.

Bob van Vliet is docent bij de faculteit 3mE en gespecialiseerd in ontwerponderwijs. Reacties zijn welkom via B.vanVliet@tudelft.nl.

Bob van Vliet / Columnist

Columnist Bob van Vliet

Heb je een vraag of opmerking over dit artikel?

B.vanVliet@tudelft.nl

Comments are closed.