Het Integrity Office heeft uitstekend werk gedaan met het naar Delft halen van de toneelvoorstelling Mindlab over sociale veiligheid in de academische wereld. Herkenbaar voor wie zelf met sociale onveiligheid te maken heeft gehad, confronterend voor anderen. Na afloop vroeg iemand mij vol ongeloof of dit soort dingen ook in het echt gebeuren. Het stuk herinnerde mij aan de documentaire Picture a Scientist, die de ontluisterende verhalen vertelt van enkele vrouwen in de wetenschap. Als het rapport van de Inspectie van het Onderwijs de vraag niet al beantwoordt, dan doet deze documentaire het wel.
Het Plan for Change dat de TU bij de inspectie heeft ingeleverd, wijdt slechts negen regels aan genderproblematiek. Er is geen aandacht voor het ontegenzeglijke verband tussen sociale veiligheid en het zogenaamde glazen plafond, waarbij een overwegend mannelijke cultuur aan de top vrouwelijke wetenschappers belemmert in hun doorgroei naar leidinggevende posities. Zolang die cultuur niet verandert, blijven zij in een kwetsbare positie. Velen vertrekken, sommigen stoppen helemaal. Niet voor niets pleit de ondernemingsraad voor een betere genderbalans in managementteams en zet het Landelijke Netwerk voor Vrouwelijke Hoogleraren (LNVH) zich in voor een hoger percentage vrouwelijke hoogleraren.
In deze context vind ik het antwoord van Hans Hellendoorn, die tijdelijk de taken van voormalig cvb-lid Rob Mudde waarneemt, op de vraag welk advies hij heeft voor vrouwelijke collega’s die op het glazen plafond stuiten, niet bepaald bemoedigend: “Als iets niet goed of eerlijk lijkt, moet je het bespreken met een collega, manager of vertrouwenspersoon.” Hij maant tot geduld, want ‘carrières ontwikkelen zich in de regel langzaam, meestal over een periode van ongeveer veertig jaar’.
Het Irene Curie-programma is bewezen effectief en kan één-op-één worden overgezet naar Delft
Ook het Delftse gendergelijkheidsplan geeft weinig aanleiding tot vreugde. Het is niet meer dan een webpagina met een statement zonder enige visie. En als je kijkt naar de formele voorwaarden die er vanuit het Europese onderzoeks- en innovatiefinancieringsprogramma Horizon2020 zijn gesteld aan zo’n plan, kun je constateren dat Delft daar niet aan voldoet (zie het kader onderaan). Het enige streefgetal – de norm van 25 procent vrouwelijke hoogleraren – is een dode letter: de balans onder de wetenschappelijke staf als geheel gaat de goede kant op, maar het aantal vrouwelijke hoogleraren is in de laatste vijf jaar nauwelijks gestegen: van 16,1 procent naar 18,6 procent. Al jaren is Delft de hekkensluiter in Nederland.
Dankzij het succesvolle Irene Curieprogramma steeg in dezelfde periode het aantal vrouwelijke hoogleraren in Eindhoven van 15,4 procent naar 22,7 procent. Het blijft daar niet enkel bij een mooi programma, er is ook daadwerkelijk commitment over de brede linie. Kijk eens naar het gedetailleerde Eindhovense gendergelijkheidsplan en het uitgebreide onboarding-programma van het Irene Curie-programma.
In een recent interview zei Mudde het niet nodig te vinden in Delft een Irene Curie-achtig programma in te voeren; het gaat immers prima en we hebben het Delft Technology Fellowship (DTF). Anders dan in Groningen, dat een vergelijkbaar programma heeft, is het cvb niet transparant over de effectiviteit van het DTF-programma. Het Irene Curie-programma is daarentegen bewezen effectief en kan één-op-één worden overgezet naar Delft. Anders dan het DTF is het een instrument waarmee op vakgroepniveau doelgericht op genderdiversiteit gestuurd kan worden.
Het DTF-programma is wegens de bezuinigingen stilgezet. Maar juist in tijden van bezuinigingen en een oprukkende anti-genderbeweging is er bestuurlijke visie en daadkracht nodig. Het cvb mist geen kans om kansen te missen.
De TU/e bevestigt dat het Irene Curie-programma wel doorloopt.
Comments are closed.