Met een mengsel van scepsis en bewondering kijkt de ingenieurswereld naar Dubai, waar met Nederlandse hulp het ene na het andere kunstmatige eiland uit de lauwwarme zee verrijst. En wij maar tobben over de Tweede Maasvlakte. "Die sjeik heeft meer geloof in onze capaciteiten dan wijzelf."
De Delftenaren die er zijn geweest, in het Arabische emiraat Dubai, beschrijven een surrealistische wonderwereld, een luchtspiegeling in de woestijn die tastbaar wordt. “De gebouwen worden er letterlijk voor je ogen uit de grond gestampt.” En: “Mijn kantoor stond eerst in de woestijn, nu is het omgeven door wolkenkrabbers.” Of: “Het is een wereldwonder in wording.”
Het is moeilijk om niét in superlatieven te praten over Dubai. Je vindt er ’s werelds grootste hotel, ’s werelds langste overdekte skipiste (!), ’s werelds snelst groeiende toeristenindustrie. En natuurlijk: die kunstmatige eilanden. Als olijk gevormde zandtaartjes schieten ze uit boven de zeespiegel. In de vorm van een palmboom, een wereldkaart, een bedrijfslogo, ja, er komen zelfs paalwoningen in de vorm van een dichtregel in het Arabisch. “Luister naar de wijsheid der wijzen. Niet iedereen die paardrijdt, is een ruiter”, staat er straks in de Perzische Golf geschreven. Was getekend: sjeik Mohammed bin Rashid Al Maktoum, kroonprins en broer van sjeik Maktoum bin Rashid Al Maktoum, de leider van het emiraat.
Sjeik Mohammed (geschat jaarinkomen: 4,5 miljard dollar) kan het zich veroorloven om dromerig gedichten te schrijven in de zee. Zijn voorouders veroverden het emiraatje met het kromzwaard op de buren, vestigden er een handelsparadijs en exploiteerden de bescheiden hoeveelheid olie. Nu is het tijd voor de volgende stap. Het belangrijkste congres- en toeristencentrum van de wereld, da’t moet het emiraat worden.
Regenwoud
De Al Maktoums gingen aan het werk. Er kwam een enorm hotel, in de vorm van een bollend zeil. Winst maken is niet het doel van het zevensterrenhotel Burj al-Arab, het gaat om de uitstraling. Parijs zijn Eiffeltoren, Dubai het Burj al-Arab, moet de sjeik hebben gedacht.
En het werkt. De toeristen kwamen, eerst met honderdduizenden, tegenwoordig met miljoenen. Inmiddels telt het emiraat talloze hotels, tientallen belastingvrije winkelpaleizen, en tal van extra’s zoals een overdekte golfbaan met airconditioning en een inpandig tropisch regenwoud. En dat is nog maar het begin. In aanbouw zijn onder meer de hoogste wolkenkrabber ter wereld (achthonderd meter, ofwel de Twin Towers maal twee), ’s werelds eerste onderwaterhotel en een pretpark dat tien keer zo groot is als Disneyland, met daarin onder meer ’s werelds grootste reuzenrad, te bouwen door het Nederlandse staalbedrijf Hollandia.
Of neem De Palm Jumeirah, het vier bij vier kilometer grote villa-eiland dat momenteel voor de Dubaise kust wordt ingericht. Over het eiland doet nu al menig moderne legende de ronde. André Kuipers vloog om de aarde, keek naar beneden, en dacht: verrek, wat ligt da’a’r nu in het water? Dat was De Palm. Het Britse voetbalelftal ging eens trainen in Dubai en kocht meteen elf perceeltjes, waaronder een voor David en Victoria Beckham. “Wat er in Dubai gebeurt is crazy“, zei Mohammeds broer Faisal eens tegen een journalist. “En daar word ik heel gelukkig van.”
Fataal probleem
Het is soms wél even slikken met de daadkracht van Dubai, zo ondervond onder meer het Delftse onderzoeks- en adviesbedrijf WL/Delft Hydraulics. In juli 2001 viel daar opeens het bouwplan voor De Palm Jumeirah op de deurmat. Of WL/Delft Hydraulics er maar even naar wilde kijken. O ja: de aanleg van het toeristenoord moest twee maanden later beginnen.
“Ze wilden heel snel weten: is er een fataal probleem?”, herinnert projectleider Geoff Toms zich. “We hadden nauwelijks gegevens. Terwijl we begonnen met het onderzoek, waren ze daar al bezig stenen te storten. Als er een kritieke fout in het plan zat, moesten we die heel snel vinden.” WL/Delft Hydraulics gaf het groene licht, maar met een voorbehoud. “Onze eerste indruk was: het is beheersbaar, maar wel kwetsbaar.”
Geen overbodige waarschuwing, zo blijkt. Al in 2003, toen het eiland nog maar half af was, werd duidelijk dat de omliggende stranden hinder ondervinden van de veranderde zeestroming. De Rotterdamse baggeraar Van Oord, die De Palm Jumeirah aanlegt, moest uitrukken om stranden op te hogen en hier en daar een extra golfbreker te plaatsen.
David van den Hengel, zevendejaars student civiele techniek, is net terug van stage in Dubai en zag het met eigen ogen gebeuren. Hij moest een oogje houden op Glass Palace Beach, vlakbij De Palm Jumeirah. “Dan zie je hoe snel het kan gaan. Bij slecht weer zie je hoe zo’n strand zich in een paar weken tijd meters terugtrekt.” De problemen bij Glass Palace Beach zijn inmiddels opgelost, met extra golfbrekers voor de kust. “Maar dit soort problemen zie je overal. En op sommige plekken staan er gebouwen vlak langs de kust, dus je moet oppassen dat er geen funderingen aangetast raken.”
Kokend heet
Ook De Palm Jumeirah zelf vergt onderhoud, zo heeft WL/Delft Hydraulics inmiddels in detail becijferd. Vooral de waterkwaliteit is een zorgenkindje. David Beckham en zijn buren moeten onder meer beloven geen afval te lozen in het water, niet teveel mest en bestrijdingsmiddelen te gebruiken bij het tuinieren en vooral géén golfbrekers of kademuren in het water te plaatsen. Het strand van de buren mocht eens wegspoelen.
En het is de vraag of dat genoeg is. Het water wordt steeds zouter, en de watertemperatuur is er ’s zomers nu al een graad of 35. “Als het water tussen de bladeren van De Palm stilstaat, is het niet ondenkbaar dat het 40 graden wordt. Voor het gevoel is dat kokend heet”, zegt stedenbouwkundige prof.dr.ir. Han Meyer, die onlangs sprak op een conferentie in het emiraat.
Op aanraden van WL/Delft Hydraulics is projectontwikkelaar Nakheel er al toe overgegaan om twee extra openingen te maken in de golfbreker die De Palm Jumeirah omkranst, en een in de ‘stam’ waarmee het palmeiland vastzit aan het vasteland. “We zijn nu nog op zoek naar aanvullende oplossingen”, zegt adviseur Toms. “Je moet denken aan kleine maatregelen, zoals plaatselijke pompen die het water verversen en zandaanvullingen.”
Nou ja, het kan altijd erger. Sommige experts zien het gebeuren dat het hele project op een dag wordt verzwolgen door de rijzende zee, of vervalt tot een vormeloze zandbank, als de Dubaise economie ooit hapert en het geld voor het onderhoud op raakt. “De eilanden zijn gebaseerd op het idee dat geld geen rol speelt”, aldus Meyer in de Arabische krant de Khaleej Times.
Prospectus
Nee, dan Nederland. Kijk naar IJburg. Niks geteken vooraf; de ideale vorm van IJburg kwam pas naderhand, als logisch voortvloeisel van jaren onderzoek. “Als je zo’n project ontwikkelt, houd je er rekening mee dat sommige kanten meer golfslag krijgen dan andere. Dat levert dan een bepaalde inrichting van zo’n uitbreiding op”, zegt Meyer. “In Dubai was de vorm er eerst. Ik weet niet of dat goed of slecht is. Maar je bent er verbaasd over.”
“Als er van tevoren een haalbaarheidsstudie was gedaan, dan zou het eiland er wellicht anders hebben uitgezien”, erkent Toms. “Maar hier was het: als de ontwikkelaar een bepaalde vorm wil, dan krijgt hij die. De architect ging aan het werk, er kwam een prospectus, de percelen werden verkocht. En daarna pas werden wij gevraagd om het plan te bestuderen. Ja, dan heb je weinig speelruimte.”
Die sjeik toch. Er moest een aantrekkelijk duikgebied komen. En dus kwa’m er een aantrekkelijk duikgebied. De sjeik liet een paar vliegtuigen in het water plempen en zonk een schip af. Leuk voor de duikers, en goed voor de koraalvorming. Als extra lokkertje wordt er bij De Palm Jumeirah dagelijks een kilootje goud in zee gegooid, zo beweert de marketingafdeling van Nakheel. Voor de eerlijke vinder. Een pr-leugentje om toeristen te lokken? In Dubai lijkt het waarschijnlijker dat het écht zo is.
Haast
Een rare sjeik die impulsief megalomane dingen doet, dat beeld ontstaat snel. Maar het beeld klopt niet. De werkelijkheid is dat Dubai vecht voor zijn leven: de olie-inkomsten slinken, en Dubai is met de andere golfstaten in een moordende concurrentieslag verwikkeld om de toerist.
“Ze denken hier wel degelijk goed na over wat ze doen”, meldt Rob de Jong vanuit Dubai. De Jong is projectingenieur bij Van Oord, het baggerbedrijf dat onder meer De Palm Jumeirah en de eilandengroep De Wereld maakt. “Het enige verschil is dat ze hier haast hebben.” Adviseur Toms beaamt: “Als het zo snel moet, moet je de beste mensen hebben, en vertrouwen stellen in hun adviezen. Dat is precies wat ze in Dubai doen. Ze lopen niet weg als we ze wijzen op bepaalde kritieke problemen, dat is positief. We hebben ook wel plannen gezien waarvan we meteen zeiden: dat kan gewoon niet, daarmee haal je jezelf een probleem op de hals.” Toms is net terug uit Dubai, om te praten over alweer het volgende megaproject: de kuststad Waterfront, goed voor . schrik niet . ruim een miljoen inwoners. “We komen steeds eerder aan tafel te zitten”, zegt Toms. “Het is nu minder top-down. We hebben nu meer samenspraak met de architecten en de projectontwikkelaar. Dat geeft een normalere synergie.”
Bepaald ironisch is dat de adviseurs waarop de sjeik blindvaart vaak Nederlanders zijn. “Die sjeik heeft veel geloof in onze capaciteiten om problemen op te lossen”, zegt universitair hoofddocent waterbouwkunde ir. Henk Jan Verhagen. “Dat geloof hebben wijzelf verloren.”
En als er dan toch problemen zijn, “dan lossen ze die op on-Nederlandse manier op”, zegt student Werktuigbouwkunde Stef Seelen, net terug van Dubai-stage. “Wij hebben de milieubeweging om rekening mee te houden. Daar is het: verdwijnen de vissen? Dan zetten we gewoon nieuwe uit.” Verhagen is die flexibiliteit ook opgevallen. “Als je ergens erosie krijgt, dan bellen ze gewoon de aannemer. Die komt bij wijze van spreken dezelfde dag nog langs met een paar miljoen kuub zand om het in orde te maken. Kijk, dat kan hier dus niet.”
Er zijn meer verschillen. Zand in Dubai is in overvloed aanwezig, net als trouwens arbeid: met blikken tegelijk worden de gastarbeiders ingevlogen vanuit landen als India en Pakistan. “En vergeet niet dat Nederland helemaal is volgebouwd, en Dubai niet”, zegt De Jong in Dubai. “Je hebt hier gewoon meer ruimte om dit soort dingen te doen.”
Vetorecht
Zie Dubai gerust als het spiegelbeeld van Nederland. Het land dat zomaar eventjes driehonderd eilandjes aanlegt, tegenover het land dat al twintig jaar procedeert over zoiets miezerigs als een Tweede Maasvlakte. “Onze voorzichtige, Nederlandse manier van werken is erop gebaseerd dat we eerst een consensus willen bereiken voordat we aan het werk gaan”, analyseert hoogleraar waterbouwkunde prof.dr.ir. Marcel Stive. “In de praktijk blijkt dat vaak lastig. En krijg je een situatie waarin iedereen zijn eigen deelbelang verdedigt, terwijl het doel dat je wilt bereiken op de achtergrond raakt. Iedereen kan hier alles tegenhouden. Het lijkt soms wel een soort vetorecht.” Nee, dan Dubai. “Als je een probleem hebt, stap je naar de sjeik”, zegt Verhagen. “Die accepteert het. Of niet.”
Hoogleraar Meyer is minder lovend. “Kijk, we zijn hier twintig jaar aan het discussiëren over allerlei landuitbreidingen in zee. Dat is inderdaad erg lang. Maar men is zich in elk geval goed bewust van alle factoren die een rol spelen.”
Bij Stive komt het hoge woord eruit. “We hebben regelgeving nodig die meer dwingt tot een consensus tussen de verschillende belangen. Ik zit een beetje te wachten op de politicus die genoeg visie heeft om dat aan te durven.” Een sjeik, zeg maar? Stive: “Als beeldspraak misschien wel, ja.”
Holistisch
Maar een spreekwoordelijke sjeik maakt nog geen zomer, denkt Verhagen. Ook tussen de Hollandse oren moet het anders. “Ons probleem is dat we zo ont-zet-tend weinig nationaal gevoel hebben”, meent Verhagen. “In Noordwest Europa moet Nederland behoorlijk concurreren op de containermarkt. Maar willen we daarom ook een betere containerhaven? Nee hoor: dan gaat iedereen opeens te vuur en te zwaard zijn eigen belang verdedigen.” Misschien is de les uit het zonnige Dubai dan ook: stijve Hollanders, relax toch eens een beetje. “De les is dat je niet al te bang moet zijn”, zegt Verhagen. “Je moet niet van tevoren tot in de kleinste details willen weten wat er allemaal precies gaat gebeuren. Natuurlijk verandert er iets aan je kust als je een eiland aanlegt. Maar je moet het geloof opbrengen dat als er iets vervelends gebeurt, wij het vermogen hebben om het op te lossen.” Stive voegt toe: “De visionaire aanpak van Dubai, daarvan kunnen we leren. We moeten weer leren het grotere geheel voorop te stellen: wat wil ik in holistische zin met een project bereiken?”
Nederland hervindt zichzelf wel weer, daarvan is baggeraar De Jong overtuigd. “Let maar op. Die drang naar snelle ontwikkelingen die je nu ziet in Dubai, die komt in Nederland ook nog wel.” De zeespiegelstijging, de concurrentie met het buitenland, de ruimtenood, de naderende energiecrisis . iets zal ons tot inkeer brengen.
Han Meyer verwondert zich intussen over het feit dat De Palm als maquette is te zien op de Internationale Architectuur Biënnale Rotterdam. Daar ligt hij dan: het toeristenparadijs tussen de maquettes van uit nood geboren oplossingen. “Het blijft een beetje bizar dat dit plaatsvindt in een land dat nagenoeg leeg is. Elders bouwt men in zee uit ruimtenood.”
Op stage bij de sjeik
Ieder jaar vaardigt de TU een handvol studenten af voor stages in Dubai. De studenten, in de regel studenten civiele techniek of werktuigbouwkunde, komen dan te werken voor baggerbedrijf Van Oord. Het werk: uiteenlopend van administratief werk tot het toezien op het onderhoud van de baggerschepen.
En het is nog leuk óók. “Het was hard werken, maar ik heb me ook goed vermaakt”, zegt David van den Hengel, een van de studenten. “Het leven is er niet echt duur. En de spookverhalen die ik van tevoren hoorde dat je er geen alcohol zou mogen nuttigen, klopten niet.”
Nederland en de TU Delft zijn op allerlei manieren betrokken bij het bouwwerk in Dubai. Zo worden Delftse geleerden geregeld gevraagd om te spreken op congressen die handelen over de Dubaise eilandenaanleg. Daarnaast maken de Dubaise bouwers gebruik van in Delft ontwikkelde apparatuur en software, en van experts die aan de TU zijn opgeleid. In de Perzische Golf zijn onder meer baggeraars Van Oord en Boskalis aan het werk, plus nog een handvol andere Nederlandse bedrijven. Voor advies wordt Dubai bijgestaan door onder meer WL/Delft Hydraulics en ingenieursbureau Royal Haskoning.
Lopende zaken
De Palm Jumeirah: De eerste Palm, inclusief twee naburige ‘Logo Eilanden’. 2500 Appartementen, 40 hotels, 2 jachthavens. Oplevering eind 2005. De Palm Jebel Ali: Anderhalf keer zo groot als Palm nummer één, met 4900 villa’s en appartementen, 50 hotels en 6 havens, waaronder een terminal voor cruiseschepen. Oplevering eind 2007. De Palm Deira: Met achtduizend appartementen de overtreffende trap van de eerste twee Palmen. Nog geen planning bekend. De Wereld: De wereldkaart in 264 privé-eilanden. Ook Nederland is er te koop, voor 8 miljoen euro. Oplevering eind 2005. Waterfront: Nieuw te bouwen stad bij De Palm Jebel Ali. Groter dan Manhattan. Dubailand: Moeder van alle pretparken, goed voor vijftien miljoen toeristen per jaar. Omvat onder meer een safaripark, een bungalowpark, sportfaciliteiten, winkelcentra en tal van pretparkattracties. Oplevering 2010.
Kapers op de kust
Dubai is niet de enige met prestigieuze bouwplannen. Bahrein besteedt een slordige 2,5 miljard dollar aan een ‘drijvende stad’ en twee luxueuze handelsoorden, Koeweit bouwt voor 53 miljoen dollar een toeristen- en zakenparadijs ten zuiden van Koeweit City, Oman trekt voor een kleine miljard dollar een watersportparadijs op, Saoedi-Arabië werkt voor 200 miljoen dollar aan een toeristenlagune en Katar bouwt voor bijna 3 miljard dollar een luxueus toeristeneiland en een nieuw zakencentrum.
De Delftenaren die er zijn geweest, in het Arabische emiraat Dubai, beschrijven een surrealistische wonderwereld, een luchtspiegeling in de woestijn die tastbaar wordt. “De gebouwen worden er letterlijk voor je ogen uit de grond gestampt.” En: “Mijn kantoor stond eerst in de woestijn, nu is het omgeven door wolkenkrabbers.” Of: “Het is een wereldwonder in wording.”
Het is moeilijk om niét in superlatieven te praten over Dubai. Je vindt er ’s werelds grootste hotel, ’s werelds langste overdekte skipiste (!), ’s werelds snelst groeiende toeristenindustrie. En natuurlijk: die kunstmatige eilanden. Als olijk gevormde zandtaartjes schieten ze uit boven de zeespiegel. In de vorm van een palmboom, een wereldkaart, een bedrijfslogo, ja, er komen zelfs paalwoningen in de vorm van een dichtregel in het Arabisch. “Luister naar de wijsheid der wijzen. Niet iedereen die paardrijdt, is een ruiter”, staat er straks in de Perzische Golf geschreven. Was getekend: sjeik Mohammed bin Rashid Al Maktoum, kroonprins en broer van sjeik Maktoum bin Rashid Al Maktoum, de leider van het emiraat.
Sjeik Mohammed (geschat jaarinkomen: 4,5 miljard dollar) kan het zich veroorloven om dromerig gedichten te schrijven in de zee. Zijn voorouders veroverden het emiraatje met het kromzwaard op de buren, vestigden er een handelsparadijs en exploiteerden de bescheiden hoeveelheid olie. Nu is het tijd voor de volgende stap. Het belangrijkste congres- en toeristencentrum van de wereld, da’t moet het emiraat worden.
Regenwoud
De Al Maktoums gingen aan het werk. Er kwam een enorm hotel, in de vorm van een bollend zeil. Winst maken is niet het doel van het zevensterrenhotel Burj al-Arab, het gaat om de uitstraling. Parijs zijn Eiffeltoren, Dubai het Burj al-Arab, moet de sjeik hebben gedacht.
En het werkt. De toeristen kwamen, eerst met honderdduizenden, tegenwoordig met miljoenen. Inmiddels telt het emiraat talloze hotels, tientallen belastingvrije winkelpaleizen, en tal van extra’s zoals een overdekte golfbaan met airconditioning en een inpandig tropisch regenwoud. En dat is nog maar het begin. In aanbouw zijn onder meer de hoogste wolkenkrabber ter wereld (achthonderd meter, ofwel de Twin Towers maal twee), ’s werelds eerste onderwaterhotel en een pretpark dat tien keer zo groot is als Disneyland, met daarin onder meer ’s werelds grootste reuzenrad, te bouwen door het Nederlandse staalbedrijf Hollandia.
Of neem De Palm Jumeirah, het vier bij vier kilometer grote villa-eiland dat momenteel voor de Dubaise kust wordt ingericht. Over het eiland doet nu al menig moderne legende de ronde. André Kuipers vloog om de aarde, keek naar beneden, en dacht: verrek, wat ligt da’a’r nu in het water? Dat was De Palm. Het Britse voetbalelftal ging eens trainen in Dubai en kocht meteen elf perceeltjes, waaronder een voor David en Victoria Beckham. “Wat er in Dubai gebeurt is crazy“, zei Mohammeds broer Faisal eens tegen een journalist. “En daar word ik heel gelukkig van.”
Fataal probleem
Het is soms wél even slikken met de daadkracht van Dubai, zo ondervond onder meer het Delftse onderzoeks- en adviesbedrijf WL/Delft Hydraulics. In juli 2001 viel daar opeens het bouwplan voor De Palm Jumeirah op de deurmat. Of WL/Delft Hydraulics er maar even naar wilde kijken. O ja: de aanleg van het toeristenoord moest twee maanden later beginnen.
“Ze wilden heel snel weten: is er een fataal probleem?”, herinnert projectleider Geoff Toms zich. “We hadden nauwelijks gegevens. Terwijl we begonnen met het onderzoek, waren ze daar al bezig stenen te storten. Als er een kritieke fout in het plan zat, moesten we die heel snel vinden.” WL/Delft Hydraulics gaf het groene licht, maar met een voorbehoud. “Onze eerste indruk was: het is beheersbaar, maar wel kwetsbaar.”
Geen overbodige waarschuwing, zo blijkt. Al in 2003, toen het eiland nog maar half af was, werd duidelijk dat de omliggende stranden hinder ondervinden van de veranderde zeestroming. De Rotterdamse baggeraar Van Oord, die De Palm Jumeirah aanlegt, moest uitrukken om stranden op te hogen en hier en daar een extra golfbreker te plaatsen.
David van den Hengel, zevendejaars student civiele techniek, is net terug van stage in Dubai en zag het met eigen ogen gebeuren. Hij moest een oogje houden op Glass Palace Beach, vlakbij De Palm Jumeirah. “Dan zie je hoe snel het kan gaan. Bij slecht weer zie je hoe zo’n strand zich in een paar weken tijd meters terugtrekt.” De problemen bij Glass Palace Beach zijn inmiddels opgelost, met extra golfbrekers voor de kust. “Maar dit soort problemen zie je overal. En op sommige plekken staan er gebouwen vlak langs de kust, dus je moet oppassen dat er geen funderingen aangetast raken.”
Kokend heet
Ook De Palm Jumeirah zelf vergt onderhoud, zo heeft WL/Delft Hydraulics inmiddels in detail becijferd. Vooral de waterkwaliteit is een zorgenkindje. David Beckham en zijn buren moeten onder meer beloven geen afval te lozen in het water, niet teveel mest en bestrijdingsmiddelen te gebruiken bij het tuinieren en vooral géén golfbrekers of kademuren in het water te plaatsen. Het strand van de buren mocht eens wegspoelen.
En het is de vraag of dat genoeg is. Het water wordt steeds zouter, en de watertemperatuur is er ’s zomers nu al een graad of 35. “Als het water tussen de bladeren van De Palm stilstaat, is het niet ondenkbaar dat het 40 graden wordt. Voor het gevoel is dat kokend heet”, zegt stedenbouwkundige prof.dr.ir. Han Meyer, die onlangs sprak op een conferentie in het emiraat.
Op aanraden van WL/Delft Hydraulics is projectontwikkelaar Nakheel er al toe overgegaan om twee extra openingen te maken in de golfbreker die De Palm Jumeirah omkranst, en een in de ‘stam’ waarmee het palmeiland vastzit aan het vasteland. “We zijn nu nog op zoek naar aanvullende oplossingen”, zegt adviseur Toms. “Je moet denken aan kleine maatregelen, zoals plaatselijke pompen die het water verversen en zandaanvullingen.”
Nou ja, het kan altijd erger. Sommige experts zien het gebeuren dat het hele project op een dag wordt verzwolgen door de rijzende zee, of vervalt tot een vormeloze zandbank, als de Dubaise economie ooit hapert en het geld voor het onderhoud op raakt. “De eilanden zijn gebaseerd op het idee dat geld geen rol speelt”, aldus Meyer in de Arabische krant de Khaleej Times.
Prospectus
Nee, dan Nederland. Kijk naar IJburg. Niks geteken vooraf; de ideale vorm van IJburg kwam pas naderhand, als logisch voortvloeisel van jaren onderzoek. “Als je zo’n project ontwikkelt, houd je er rekening mee dat sommige kanten meer golfslag krijgen dan andere. Dat levert dan een bepaalde inrichting van zo’n uitbreiding op”, zegt Meyer. “In Dubai was de vorm er eerst. Ik weet niet of dat goed of slecht is. Maar je bent er verbaasd over.”
“Als er van tevoren een haalbaarheidsstudie was gedaan, dan zou het eiland er wellicht anders hebben uitgezien”, erkent Toms. “Maar hier was het: als de ontwikkelaar een bepaalde vorm wil, dan krijgt hij die. De architect ging aan het werk, er kwam een prospectus, de percelen werden verkocht. En daarna pas werden wij gevraagd om het plan te bestuderen. Ja, dan heb je weinig speelruimte.”
Die sjeik toch. Er moest een aantrekkelijk duikgebied komen. En dus kwa’m er een aantrekkelijk duikgebied. De sjeik liet een paar vliegtuigen in het water plempen en zonk een schip af. Leuk voor de duikers, en goed voor de koraalvorming. Als extra lokkertje wordt er bij De Palm Jumeirah dagelijks een kilootje goud in zee gegooid, zo beweert de marketingafdeling van Nakheel. Voor de eerlijke vinder. Een pr-leugentje om toeristen te lokken? In Dubai lijkt het waarschijnlijker dat het écht zo is.
Haast
Een rare sjeik die impulsief megalomane dingen doet, dat beeld ontstaat snel. Maar het beeld klopt niet. De werkelijkheid is dat Dubai vecht voor zijn leven: de olie-inkomsten slinken, en Dubai is met de andere golfstaten in een moordende concurrentieslag verwikkeld om de toerist.
“Ze denken hier wel degelijk goed na over wat ze doen”, meldt Rob de Jong vanuit Dubai. De Jong is projectingenieur bij Van Oord, het baggerbedrijf dat onder meer De Palm Jumeirah en de eilandengroep De Wereld maakt. “Het enige verschil is dat ze hier haast hebben.” Adviseur Toms beaamt: “Als het zo snel moet, moet je de beste mensen hebben, en vertrouwen stellen in hun adviezen. Dat is precies wat ze in Dubai doen. Ze lopen niet weg als we ze wijzen op bepaalde kritieke problemen, dat is positief. We hebben ook wel plannen gezien waarvan we meteen zeiden: dat kan gewoon niet, daarmee haal je jezelf een probleem op de hals.” Toms is net terug uit Dubai, om te praten over alweer het volgende megaproject: de kuststad Waterfront, goed voor . schrik niet . ruim een miljoen inwoners. “We komen steeds eerder aan tafel te zitten”, zegt Toms. “Het is nu minder top-down. We hebben nu meer samenspraak met de architecten en de projectontwikkelaar. Dat geeft een normalere synergie.”
Bepaald ironisch is dat de adviseurs waarop de sjeik blindvaart vaak Nederlanders zijn. “Die sjeik heeft veel geloof in onze capaciteiten om problemen op te lossen”, zegt universitair hoofddocent waterbouwkunde ir. Henk Jan Verhagen. “Dat geloof hebben wijzelf verloren.”
En als er dan toch problemen zijn, “dan lossen ze die op on-Nederlandse manier op”, zegt student Werktuigbouwkunde Stef Seelen, net terug van Dubai-stage. “Wij hebben de milieubeweging om rekening mee te houden. Daar is het: verdwijnen de vissen? Dan zetten we gewoon nieuwe uit.” Verhagen is die flexibiliteit ook opgevallen. “Als je ergens erosie krijgt, dan bellen ze gewoon de aannemer. Die komt bij wijze van spreken dezelfde dag nog langs met een paar miljoen kuub zand om het in orde te maken. Kijk, dat kan hier dus niet.”
Er zijn meer verschillen. Zand in Dubai is in overvloed aanwezig, net als trouwens arbeid: met blikken tegelijk worden de gastarbeiders ingevlogen vanuit landen als India en Pakistan. “En vergeet niet dat Nederland helemaal is volgebouwd, en Dubai niet”, zegt De Jong in Dubai. “Je hebt hier gewoon meer ruimte om dit soort dingen te doen.”
Vetorecht
Zie Dubai gerust als het spiegelbeeld van Nederland. Het land dat zomaar eventjes driehonderd eilandjes aanlegt, tegenover het land dat al twintig jaar procedeert over zoiets miezerigs als een Tweede Maasvlakte. “Onze voorzichtige, Nederlandse manier van werken is erop gebaseerd dat we eerst een consensus willen bereiken voordat we aan het werk gaan”, analyseert hoogleraar waterbouwkunde prof.dr.ir. Marcel Stive. “In de praktijk blijkt dat vaak lastig. En krijg je een situatie waarin iedereen zijn eigen deelbelang verdedigt, terwijl het doel dat je wilt bereiken op de achtergrond raakt. Iedereen kan hier alles tegenhouden. Het lijkt soms wel een soort vetorecht.” Nee, dan Dubai. “Als je een probleem hebt, stap je naar de sjeik”, zegt Verhagen. “Die accepteert het. Of niet.”
Hoogleraar Meyer is minder lovend. “Kijk, we zijn hier twintig jaar aan het discussiëren over allerlei landuitbreidingen in zee. Dat is inderdaad erg lang. Maar men is zich in elk geval goed bewust van alle factoren die een rol spelen.”
Bij Stive komt het hoge woord eruit. “We hebben regelgeving nodig die meer dwingt tot een consensus tussen de verschillende belangen. Ik zit een beetje te wachten op de politicus die genoeg visie heeft om dat aan te durven.” Een sjeik, zeg maar? Stive: “Als beeldspraak misschien wel, ja.”
Holistisch
Maar een spreekwoordelijke sjeik maakt nog geen zomer, denkt Verhagen. Ook tussen de Hollandse oren moet het anders. “Ons probleem is dat we zo ont-zet-tend weinig nationaal gevoel hebben”, meent Verhagen. “In Noordwest Europa moet Nederland behoorlijk concurreren op de containermarkt. Maar willen we daarom ook een betere containerhaven? Nee hoor: dan gaat iedereen opeens te vuur en te zwaard zijn eigen belang verdedigen.” Misschien is de les uit het zonnige Dubai dan ook: stijve Hollanders, relax toch eens een beetje. “De les is dat je niet al te bang moet zijn”, zegt Verhagen. “Je moet niet van tevoren tot in de kleinste details willen weten wat er allemaal precies gaat gebeuren. Natuurlijk verandert er iets aan je kust als je een eiland aanlegt. Maar je moet het geloof opbrengen dat als er iets vervelends gebeurt, wij het vermogen hebben om het op te lossen.” Stive voegt toe: “De visionaire aanpak van Dubai, daarvan kunnen we leren. We moeten weer leren het grotere geheel voorop te stellen: wat wil ik in holistische zin met een project bereiken?”
Nederland hervindt zichzelf wel weer, daarvan is baggeraar De Jong overtuigd. “Let maar op. Die drang naar snelle ontwikkelingen die je nu ziet in Dubai, die komt in Nederland ook nog wel.” De zeespiegelstijging, de concurrentie met het buitenland, de ruimtenood, de naderende energiecrisis . iets zal ons tot inkeer brengen.
Han Meyer verwondert zich intussen over het feit dat De Palm als maquette is te zien op de Internationale Architectuur Biënnale Rotterdam. Daar ligt hij dan: het toeristenparadijs tussen de maquettes van uit nood geboren oplossingen. “Het blijft een beetje bizar dat dit plaatsvindt in een land dat nagenoeg leeg is. Elders bouwt men in zee uit ruimtenood.”
Op stage bij de sjeik
Ieder jaar vaardigt de TU een handvol studenten af voor stages in Dubai. De studenten, in de regel studenten civiele techniek of werktuigbouwkunde, komen dan te werken voor baggerbedrijf Van Oord. Het werk: uiteenlopend van administratief werk tot het toezien op het onderhoud van de baggerschepen.
En het is nog leuk óók. “Het was hard werken, maar ik heb me ook goed vermaakt”, zegt David van den Hengel, een van de studenten. “Het leven is er niet echt duur. En de spookverhalen die ik van tevoren hoorde dat je er geen alcohol zou mogen nuttigen, klopten niet.”
Nederland en de TU Delft zijn op allerlei manieren betrokken bij het bouwwerk in Dubai. Zo worden Delftse geleerden geregeld gevraagd om te spreken op congressen die handelen over de Dubaise eilandenaanleg. Daarnaast maken de Dubaise bouwers gebruik van in Delft ontwikkelde apparatuur en software, en van experts die aan de TU zijn opgeleid. In de Perzische Golf zijn onder meer baggeraars Van Oord en Boskalis aan het werk, plus nog een handvol andere Nederlandse bedrijven. Voor advies wordt Dubai bijgestaan door onder meer WL/Delft Hydraulics en ingenieursbureau Royal Haskoning.
Lopende zaken
De Palm Jumeirah: De eerste Palm, inclusief twee naburige ‘Logo Eilanden’. 2500 Appartementen, 40 hotels, 2 jachthavens. Oplevering eind 2005. De Palm Jebel Ali: Anderhalf keer zo groot als Palm nummer één, met 4900 villa’s en appartementen, 50 hotels en 6 havens, waaronder een terminal voor cruiseschepen. Oplevering eind 2007. De Palm Deira: Met achtduizend appartementen de overtreffende trap van de eerste twee Palmen. Nog geen planning bekend. De Wereld: De wereldkaart in 264 privé-eilanden. Ook Nederland is er te koop, voor 8 miljoen euro. Oplevering eind 2005. Waterfront: Nieuw te bouwen stad bij De Palm Jebel Ali. Groter dan Manhattan. Dubailand: Moeder van alle pretparken, goed voor vijftien miljoen toeristen per jaar. Omvat onder meer een safaripark, een bungalowpark, sportfaciliteiten, winkelcentra en tal van pretparkattracties. Oplevering 2010.
Kapers op de kust
Dubai is niet de enige met prestigieuze bouwplannen. Bahrein besteedt een slordige 2,5 miljard dollar aan een ‘drijvende stad’ en twee luxueuze handelsoorden, Koeweit bouwt voor 53 miljoen dollar een toeristen- en zakenparadijs ten zuiden van Koeweit City, Oman trekt voor een kleine miljard dollar een watersportparadijs op, Saoedi-Arabië werkt voor 200 miljoen dollar aan een toeristenlagune en Katar bouwt voor bijna 3 miljard dollar een luxueus toeristeneiland en een nieuw zakencentrum.

Comments are closed.