Campus

‘Wie wil er nou naar Delft komen?’

Met een tekort aan serieuze academische achtergrond lijkt prof. Bill Green net op tijd benoemd bij Industrieel Ontwerpen.

Zijn inaugurele rede vond vorige week plaats, kort nadat het college van bestuur aankondigde de eisen voor nieuwe hoogleraren aan te scherpen. Zelf zegt hij ‘ver ondergekwalificeerd’ te zijn. Maar IO wilde hem toch graag hebben. Horden op weg naar de topuniversiteit.

,,De enige manier om kwaliteit in huis te halen is hoog te mikken. Het is natuurlijk geweldig om te zeggen: wij willen de beste van de wereld zijn. Wie wil dat niet? Maar hoe lukt dat, het is maar de vraag of mensen die zoveel kwaliteit in huis hebben wel naar Delft willen komen.”

W.S. Green (56) wou dat wel. Toen hij in ’94 gevraagd werd zich hier bezig te houden met ergonomisch ontwerpen en productveiligheid, wist hij dat zo’n kans maar een keer komt. ,,Toch heb ook ik me wel verschillende keren bedacht. Ik woonde al twintig jaar in Australië, een van de dunstbevolkte landen op aarde met een fantastisch klimaat. En ik moest zo nodig naar Delft, in een van de dichtstbevolkte gebieden ter wereld met een waardeloos klimaat. Dat maakt het extra moeilijk voor de TU om internationale topwetenschappers aan te trekken. Het is hier nu eenmaal geen Californië of Hawaii.”

Zelf solliciteerde de ergonoom niet naar het professoraat: ,,Ik had de vacature op Internet gezien, en opzettelijk genegeerd. Ik wist dat ik op geen enkele manier aan de eisen zou kunnen voldoen, maar ook dat er niemand anders te vinden zou zijn die dat wel deed. Ze vroegen gewoon te veel. Een gepromoveerd internationaal succesvol ontwerper en ergonoom zal in Amerika vijf keer zo veel verdienen als hier.”
Misfits

Green, in bezit van zowel een Engels als een Australisch paspoort, werd als puber op klassiek Engelse wijze om een kleinigheid van school gestuurd. Maar kreeg van een ‘wijze docent’ de raad een nieuwe, onbekende opleiding te volgen: industrial designing. Deze opleiding aan het Newcastle College of Art and Design bleek perfect bij Green te passen. Na zijn afstuderen was hij als ontwerper werkzaam in de meubelindustrie, begon een eigen ontwerpbureau en kwam via de antropometrie in aanraking met ergonomie.

,,Ik ben altijd meer in mensen dan in techniek geïnteresseerd geweest. Al lang voordat iedereen dat ging roepen.” Green raakte verveeld in Engeland en zocht de uitdaging elders. Uiteindelijk emigreerde hij naar Australië om zich daar vooral met onderwijs bezig te houden. Als professor aan de universiteit van Canberra. ,,Daarom had ik die baan hier in principe niet nodig. Toen het college van bestuur moeilijk deed over mijn aanstelling heb ik dan ook duidelijk laten merken dat het een kwestie was van graag of niet.”

,,Als ik heel eerlijk ben, dan kan een universiteit zich eenpaar ‘misfits’ permitteren. Maar niet te veel. Er zijn academici die zich naast mij ongemakkelijk voelen. Terecht, want een goed wetenschapper dient zich af te vragen hoe iemand als ik deze positie kan innemen, buiten alle gangbare wegen om. Ik weet het niet. Het is ook niet mijn probleem”, stelt Green vast.
Oppassers

Hij voelt zich bij IO thuis. ,,Binnen mijn vakgebied is Delft namelijk wel zo’n beetje het hoogst bereikbare.” Behalve met een groot aantal afstudeerders houdt Green zich bezig met onderzoek naar usuability, user-testing en user-feedback. ,,Ik ben naadloos doorgegaan op de weg van mijn voorganger, prof. Marinissen. Het probleem is dat op dit gebied de theorie ontbreekt. Voor driedimensionale producten volstaan de standaard psychologische waarnemingstheorieën niet. Daarom beginnen we gewoon maar. Vragen formuleren, data verzamelen.”

Maakt dat het onderzoek niet interessanter dan wanneer de uitkomst vooraf bekend zou zijn? ,,Het is spannend maar ook gevaarlijk, zeker voor iemand als ik. Iemand die mijn herkomst wantrouwt kan zeggen: hé, kijk nou eens naar dit onderzoek. Geen hypothese, geen theorie en bovenal geen duidelijk antwoord.”

Zijn directe collega’s in de vakgroep ziet Green een beetje als zijn ‘academische oppassers’. ,,Iemand met meer wetenschappelijke achtergrond zou wellicht niet eens aan een dergelijk onderzoek zijn begonnen”, lacht hij.

De gegevens worden in zulke hoeveelheden verzameld dat de hoogleraar verwacht dat resultaten vanzelf boven komen drijven. Al is hij voorzichtig in de voorspelling van mogelijke resultaten: ,,Ik verwacht niet dat er een allesomvattende theorie voor productgebruik te formuleren is. Maar die stelling bewijzen zou al een doorbraak op zich zijn.”
Dikdoenerij

Om te demonstreren dat het moeilijk te voorspellen is hoe mensen met producten omgaan, gaat Green achterstevoren op zijn bureaustoel zitten. ,,Kijk, de regels vertellen niets over dit soort ‘misbruik’. Terwijl het dagelijks voorkomt. Toch willen we proberen een aantal vuistregels die ontwerpers vaak onbewust hanteren, in theorie te vatten. Zoals de bekende regel dat een knop in principe makkelijk in te drukken moet zijn, behalve wanneer het om een knop gaat die alleen na een weloverwogen beslissing ingedrukt mag worden. Bijvoorbeeld de knop die nucleaire raketten lanceert.”

,,Ik probeer gegevens zo toegankelijk mogelijk te maken. Maar het kan nog jaren duren voor de resultaten doorgesijpeld zijn in de dagelijkse ontwerppraktijk. Dat is een kwestie van veel geduld. Ik zit ook niet te wachten op snelle successen. In professorale termen ben ik wellicht een bescheiden persoon, dikdoenerij interesseert me niets.”

Hoe beziet hij als relatief buitenstaander de kwaliteit van de faculteit Industrieel Ontwerpen? ,,Delft is voor het ontwerpen wel min of meer de top, we hebben het dan dus meer over productontwikkeling dan over puur vormgeving. Want als ik naarhet werk van studenten kijk dan valt te concluderen dat wij hier niet altijd even goed zijn in het maken van mooie dingen.”

Green voegt daar onmiddellijk aan toe dat hij de vormgevers bij IO nooit zou willen bekritiseren: ,,Zij doen geweldig werk, maar de vergelijking tussen IO en de specialistische ‘design centers’ kan absoluut niet worden gemaakt. Wij leveren mensen af die werkelijk bruikbaar zijn voor een bedrijf en niet alleen maar leuk kunnen tekenen.”

Met een tekort aan serieuze academische achtergrond lijkt prof. Bill Green net op tijd benoemd bij Industrieel Ontwerpen. Zijn inaugurele rede vond vorige week plaats, kort nadat het college van bestuur aankondigde de eisen voor nieuwe hoogleraren aan te scherpen. Zelf zegt hij ‘ver ondergekwalificeerd’ te zijn. Maar IO wilde hem toch graag hebben. Horden op weg naar de topuniversiteit.

,,De enige manier om kwaliteit in huis te halen is hoog te mikken. Het is natuurlijk geweldig om te zeggen: wij willen de beste van de wereld zijn. Wie wil dat niet? Maar hoe lukt dat, het is maar de vraag of mensen die zoveel kwaliteit in huis hebben wel naar Delft willen komen.”

W.S. Green (56) wou dat wel. Toen hij in ’94 gevraagd werd zich hier bezig te houden met ergonomisch ontwerpen en productveiligheid, wist hij dat zo’n kans maar een keer komt. ,,Toch heb ook ik me wel verschillende keren bedacht. Ik woonde al twintig jaar in Australië, een van de dunstbevolkte landen op aarde met een fantastisch klimaat. En ik moest zo nodig naar Delft, in een van de dichtstbevolkte gebieden ter wereld met een waardeloos klimaat. Dat maakt het extra moeilijk voor de TU om internationale topwetenschappers aan te trekken. Het is hier nu eenmaal geen Californië of Hawaii.”

Zelf solliciteerde de ergonoom niet naar het professoraat: ,,Ik had de vacature op Internet gezien, en opzettelijk genegeerd. Ik wist dat ik op geen enkele manier aan de eisen zou kunnen voldoen, maar ook dat er niemand anders te vinden zou zijn die dat wel deed. Ze vroegen gewoon te veel. Een gepromoveerd internationaal succesvol ontwerper en ergonoom zal in Amerika vijf keer zo veel verdienen als hier.”
Misfits

Green, in bezit van zowel een Engels als een Australisch paspoort, werd als puber op klassiek Engelse wijze om een kleinigheid van school gestuurd. Maar kreeg van een ‘wijze docent’ de raad een nieuwe, onbekende opleiding te volgen: industrial designing. Deze opleiding aan het Newcastle College of Art and Design bleek perfect bij Green te passen. Na zijn afstuderen was hij als ontwerper werkzaam in de meubelindustrie, begon een eigen ontwerpbureau en kwam via de antropometrie in aanraking met ergonomie.

,,Ik ben altijd meer in mensen dan in techniek geïnteresseerd geweest. Al lang voordat iedereen dat ging roepen.” Green raakte verveeld in Engeland en zocht de uitdaging elders. Uiteindelijk emigreerde hij naar Australië om zich daar vooral met onderwijs bezig te houden. Als professor aan de universiteit van Canberra. ,,Daarom had ik die baan hier in principe niet nodig. Toen het college van bestuur moeilijk deed over mijn aanstelling heb ik dan ook duidelijk laten merken dat het een kwestie was van graag of niet.”

,,Als ik heel eerlijk ben, dan kan een universiteit zich eenpaar ‘misfits’ permitteren. Maar niet te veel. Er zijn academici die zich naast mij ongemakkelijk voelen. Terecht, want een goed wetenschapper dient zich af te vragen hoe iemand als ik deze positie kan innemen, buiten alle gangbare wegen om. Ik weet het niet. Het is ook niet mijn probleem”, stelt Green vast.
Oppassers

Hij voelt zich bij IO thuis. ,,Binnen mijn vakgebied is Delft namelijk wel zo’n beetje het hoogst bereikbare.” Behalve met een groot aantal afstudeerders houdt Green zich bezig met onderzoek naar usuability, user-testing en user-feedback. ,,Ik ben naadloos doorgegaan op de weg van mijn voorganger, prof. Marinissen. Het probleem is dat op dit gebied de theorie ontbreekt. Voor driedimensionale producten volstaan de standaard psychologische waarnemingstheorieën niet. Daarom beginnen we gewoon maar. Vragen formuleren, data verzamelen.”

Maakt dat het onderzoek niet interessanter dan wanneer de uitkomst vooraf bekend zou zijn? ,,Het is spannend maar ook gevaarlijk, zeker voor iemand als ik. Iemand die mijn herkomst wantrouwt kan zeggen: hé, kijk nou eens naar dit onderzoek. Geen hypothese, geen theorie en bovenal geen duidelijk antwoord.”

Zijn directe collega’s in de vakgroep ziet Green een beetje als zijn ‘academische oppassers’. ,,Iemand met meer wetenschappelijke achtergrond zou wellicht niet eens aan een dergelijk onderzoek zijn begonnen”, lacht hij.

De gegevens worden in zulke hoeveelheden verzameld dat de hoogleraar verwacht dat resultaten vanzelf boven komen drijven. Al is hij voorzichtig in de voorspelling van mogelijke resultaten: ,,Ik verwacht niet dat er een allesomvattende theorie voor productgebruik te formuleren is. Maar die stelling bewijzen zou al een doorbraak op zich zijn.”
Dikdoenerij

Om te demonstreren dat het moeilijk te voorspellen is hoe mensen met producten omgaan, gaat Green achterstevoren op zijn bureaustoel zitten. ,,Kijk, de regels vertellen niets over dit soort ‘misbruik’. Terwijl het dagelijks voorkomt. Toch willen we proberen een aantal vuistregels die ontwerpers vaak onbewust hanteren, in theorie te vatten. Zoals de bekende regel dat een knop in principe makkelijk in te drukken moet zijn, behalve wanneer het om een knop gaat die alleen na een weloverwogen beslissing ingedrukt mag worden. Bijvoorbeeld de knop die nucleaire raketten lanceert.”

,,Ik probeer gegevens zo toegankelijk mogelijk te maken. Maar het kan nog jaren duren voor de resultaten doorgesijpeld zijn in de dagelijkse ontwerppraktijk. Dat is een kwestie van veel geduld. Ik zit ook niet te wachten op snelle successen. In professorale termen ben ik wellicht een bescheiden persoon, dikdoenerij interesseert me niets.”

Hoe beziet hij als relatief buitenstaander de kwaliteit van de faculteit Industrieel Ontwerpen? ,,Delft is voor het ontwerpen wel min of meer de top, we hebben het dan dus meer over productontwikkeling dan over puur vormgeving. Want als ik naarhet werk van studenten kijk dan valt te concluderen dat wij hier niet altijd even goed zijn in het maken van mooie dingen.”

Green voegt daar onmiddellijk aan toe dat hij de vormgevers bij IO nooit zou willen bekritiseren: ,,Zij doen geweldig werk, maar de vergelijking tussen IO en de specialistische ‘design centers’ kan absoluut niet worden gemaakt. Wij leveren mensen af die werkelijk bruikbaar zijn voor een bedrijf en niet alleen maar leuk kunnen tekenen.”

Redacteur Redactie

Heb je een vraag of opmerking over dit artikel?

delta@tudelft.nl

Comments are closed.