Campus
Protesten

‘Mijn lichaam is hier, maar mijn gedachten zijn in Iran’

Terwijl het dodental van de protesten in Iran blijft oplopen, krijgen Iraanse TU-studenten en medewerkers niet of nauwelijks contact met dierbaren in hun geboorteland. “Het laatste wat ik van mijn nichtje hoorde, is dat ze de straat op ging om te demonstreren.”

Op 17 januari vond een protestmars door Den Haag plaats uit solidariteit met het Iraanse volk en tegen het Islamitische regime in Iran. (Foto: Nico Garstman/ANP)

TU-medewerker Farhad read-more-closed heft zijn mobieltje omhoog en slaat daarna een denkbeeldige laptop open. “Ik zat vannacht urenlang met vijf schermen open”, zegt hij. Zijn privélaptop stond afgestemd op Flight Radar, terwijl hij op zijn werkcomputer en drie mobieltjes constant X, websites van persbureaus en Whatsapp ververste. Het is zijn eigen geïmproviseerde opstelling om elk snippertje informatie te kunnen oppikken over de situatie in zijn geboorteland.

Het grootste deel van zijn familieleden en vrienden is nog in Iran, net als die van TU-student Masiha Kharazifard (Industrieel Ontwerpen) en TU-medewerker Sadaf Nadimi (Education & Student Affairs). “Ik heb nu al een paar dagen geen contact gehad met mijn zus”, zegt Nadimi. Midden in haar zin ontsnapt er een gaap aan haar mond. “Sorry daarvoor”, verontschuldigt ze zich waarna een wrange glimlach volgt. “Ik slaap nauwelijks meer.”

Radiostilte

Al sinds 8 januari is Iran afgesneden van de wereld door een internetblokkade, waardoor het moeilijk is om een beeld te krijgen van wat er gebeurt in het land. Dat het de bloedigst neergeslagen demonstraties zijn in lange tijd, is duidelijk. Schattingen van het dodental lopen uiteen van 5 duizend  tot 30 duizend read-more-closed . De NOS schrijft dat, nu de protesten op genadeloze wijze zijn neergeslagen, grote betogingen lijken uit te blijven.

‘Als je slechts een minuut met elkaar kunt praten, vertel je zulk nieuws niet’

Het lukt de drie Iraanse TU’ers slechts sporadisch om contact te krijgen met hun familieleden of vrienden. Bijvoorbeeld via berichtjes of een telefoongesprek van maximaal een minuut. Daarna wordt de verbinding automatisch verbroken. Het is net lang genoeg om te vragen hoe het met ze gaat of om te horen dat er overal in Teheran bloedspetters op gebouwen zitten. Meer dan dat zit er niet in. Kharazifard: “Het telefoonverkeer wordt afgeluisterd, dus ze durven niet te antwoorden als ik vraag of bepaalde video’s of berichten kloppen.” Ze sprak aan het begin van de demonstratiegolf met haar nichtje dat van plan was om te gaan demonstreren. Sindsdien heeft ze niks meer van haar gehoord. “Het is mij wel gelukt om contact te krijgen met mijn tante. Ze zegt dat het goed gaat met mijn nichtje, maar ik vermoed dat ze tegen mij liegt omdat ze mij niet van streek wil maken. Als je slechts een minuut met elkaar kunt praten, vertel je zulk nieuws niet.”

Schizofreen

Hoewel ze elke dag op de campus werken en studeren, vinden ze het moeilijk om zich te concentreren. “Mijn lichaam is hier, maar mijn gedachten zijn in Iran”, zegt Farhad. Nadimi: “Ik zie video’s voorbijkomen waarvan de beelden zo gruwelijk zijn dat ik ze niet kan vergeten en een half uur later moet ik vergaderen met collega’s. Dat verscheurt je, je voelt je schizofreen.”

‘Ik wist toen: als ik in Iran blijf, eindig ik dood of in de gevangenis’

De demonstraties begonnen eind december uit onvrede tegen de waardedaling van de Iraanse munt, maar groeiden razendsnel uit tot grootschalige protesten tegen het autoritaire regime van Iran. Nadimi weet hoe het is om op te komen voor de toekomst van haar land. Als eerstejaars bachelorstudent demonstreerde zij in 2009 tijdens de Green Movement in Iran, een protestbeweging tegen vermeende verkiezingsfraude en voor meer politieke vrijheid en burgerrechten. Ze werd gearresteerd. “Ik wist toen: als ik in Iran blijf, eindig ik dood of in de gevangenis.” Inmiddels woont en werkt ze nu acht jaar in Nederland. Ze zegt zich nutteloos te voelen omdat ze de betogers wil helpen, maar nauwelijks iets kan doen. Farhad deelt dat gevoel. “Ik kijk toe en kan niets doen, en dat maakt de frustratie hier alleen maar groter. Het voedt een innerlijke boosheid en ik weet niet hoe ik ermee om moet gaan.”

Op afstand doen ze wat ze kunnen. Nadimi door bijvoorbeeld te tweeten met de hashtags #digitalblackout en #iranmassacre en anderen te vragen om zich net als haar uit te spreken. “Op die manier hoop ik de aandacht van de wereld op Iran gevestigd te houden”, zegt Nadimi. Plotseling schaalt haar ringtone door de kleine vergaderruimte. “Oi”, zegt ze haast geschrokken. “Het is mijn zus.” Ze neemt op en loopt weg om in privacy te kunnen bellen.

Schuldgevoel

Kharazifard neemt het woord over. Ze vertelt dat ze voortdurend last heeft van een knagend schuldgevoel.  Een schuldgevoel omdat zij níet beschoten wordt wanneer ze demonstreert, bijvoorbeeld bij de Iraanse ambassade in Den Haag. Toch zijn Nederlandse Iraniërs zoals zij, Farhad of Nadimi in Nederland niet 100 procent veilig, blijkt uit onderzoeken van bijvoorbeeld de AIVD en journalistiek onderzoeksplatform Investico. Iraanse dissidenten, maar ook Iraniërs die zich online kritisch uitlaten tegen het regime, krijgen in Nederland bedreigingen. Vooral nu het Westen minder dominant is geworden, denkt Iran zich steeds meer tegen Iraniërs in het buitenland te kunnen permitteren, zei de AIVD in 2024 tegen Investico. De drie voelen zich regelmatig onveilig. Zo ontving Farhad onlangs vreemde telefoontjes. “Ik weet zeker dat ik op een soort watchlist sta”, zegt hij. “Maar het gaat mij niet alleen om mij, ik maak mij ook zorgen om andere TU-studenten of -medewerkers die zich uitspreken tegen het regime.”

De TU Delft heeft onder meer de afdeling Integrale Veiligheid en een meldpunt Sociale Veiligheid waar TU-studenten en medewerkers zich kunnen melden als ze zich onveilig voelen. Dat geldt ook voor dreigingen waar Iraanse TU’ers mee kampen.

Het College van Bestuur stuurde half januari een mail aan studentbegeleiders om te laten weten dat studenten uit de Iraanse gemeenschap een beroep kunnen doen op voorzieningen zoals de studieadviseur, bijvoorbeeld wanneer zij tegen studieproblemen aanlopen of een tentamen niet hebben kunnen maken door de situatie in Iran. Ook is er mentale ondersteuning aanwezig onder meer in de vorm van de studentpsychologen.

De universiteit heeft daarnaast financiële maatregelen getroffen. Zo staat de TU open voor betalingsregelingen wanneer studenten hun studie niet meer kunnen betalen en mogen aankomende studenten die nu in Iran zitten hun application fee vanwege de internetblokkade later betalen dan gebruikelijk.

Ondertussen is Nadimi weer bij het interview aangeschoven. Ze vertelt dat het goed gaat met haar zus, maar dat het gesprek kort duurde omdat de verbinding werd verbroken. Nadimi zegt dat ze voortdurend gestrest is. “Gisteren realiseerde ik mij pas om 3 uur ‘s middags dat ik die dag nog niet gegeten had of naar de wc was geweest. Het kwam niet zozeer doordat ik was vergéten te eten, ik had zelfs nog helemaal geen honger gehad. Het is alsof mijn lichaam in overlevingsstand staat.”

‘Vraag gewoon even hoe het met ons gaat’

Als student heeft Kharazifard deze periode veel tentamens en deadlines. Ze vindt het moeilijk om zich te concentreren. “Ik heb een gesprek geprobeerd te krijgen bij de studieadviseur, maar de eerste mogelijkheid was twee weken later. Dan zijn mijn tentamens al voorbij.” Masiha hoopt dat studenten uit de Iraanse gemeenschap een voorrangsregeling kunnen krijgen.

Knuffel van een collega

Ook denkt ze dat TU’ers zoals zij zijn geholpen met meer tijd en ruimte. Op haar bijbaan bij een Haagse middelbare school vroeg ze die tijd en ruimte, maar ving ze bot. “Ik wilde anderhalf uur weg om te demonstreren bij de Iraanse ambassade. Dat mocht niet van mijn supervisor, terwijl zij zelf wel een dag weg was geweest om mee te doen met de Rode Lijn-demonstraties. Het viel mij tegen dat ze geen begrip leek te hebben voor de ernst van de situatie in Iran. Het lijkt alsof wij niet belangrijk genoeg zijn.”

Zowel Farhad als Nadimi merken dat het enigszins helpt om met collega’s te praten over hun moederland. “Laatst kreeg ik een knuffel van een collega en daardoor kon ik weer een beetje op adem komen”, zegt Farhad. “Vraag gewoon even hoe het met ons gaat.” Ook hopen ze op begrip op de werkvloer. Nadimi: “Het helpt als collega’s wéten wat er speelt.”

Nieuwsredacteur Annebelle de Bruijn

Heb je een vraag of opmerking over dit artikel?

a.m.debruijn@tudelft.nl

Comments are closed.