Onderwijs

Waakhondfunctie moeilijk

Vooral het wetenschappelijk personeel heeft nog weinig animo voor de onderdeelcommissie (odc) van Bouwkunde. Heel enthousiast voor de MUB-structuur lijken ze op Bouwkunde nog niet. Medewerkers van de faculteit melden zich maar mondjesmaat aan voor de onderdeelcommissie.

Tot teleurstelling van de odc-voorzitter, drs. ing. J.P. Soeter: ,,Vooral het wetenschappelijke personeel is moeilijk te bewegen zitting in de odc te nemen.”

Soeter wijt dat aan een imago probleem. ,,De odc wordt gezien als een voortzetting van de medezeggenschapscommissie.” In de mc zaten weinig wp’ers omdat deze zich voornamelijk bezig hield met arbeidsvoorwaarden. Het wp koos eerder voor het faculteitsbestuur omdat zij vooral willen meedenken over onderwijs en onderzoek. ,,Wij hebben het wp nog niet duidelijk kunnen maken dat wij de decaan adviseren over een veel breder scala aan onderwerpen dan de mc vroeger.” Dat betekent niet dat de odc meer macht heeft. De voornaamste bevoegdheid over al dat soort onderwerpen is het adviesrecht. ,,En adviezen kun je altijd beredeneerd afwijzen.”

De huidige tegenstelling tussen Abva-Kabo en Democratisch Beleid werpt eveneens een schaduw over de odc. Bouwkunde had van oudsher in de faculteitsraad leden van DB. Het nog actieve deel hiervan kiest onder de huidige bestuurlijke verhoudingen voor de Abva-Kabolijst. Behalve één onafhankelijk kandidaat (die inmiddels buiten de TU is gaan werken) waren er verder geen kandidatenlijsten bij de verkiezing. ,,Het gevolg is dat de huidige odc alleen Abva-Kaboleden bevat. Zelf ben ik ook lid van de bond maar ik vind dit geen goede situatie. Wij profileren ons dan ook niet zodanig. Wij zijn in de eerste plaats zien vertegenwoordigers van de faculteit en niet van de vakbond.”
Hark

De afgelopen jaren veranderde op Bouwkunde meer dan alleen de medezeggenschap. De faculteit werd organisatorisch opnieuw ingericht. De oude harkstructuur is weer helemaal terug, volgens Soeter. Bovenaan staan de decaan en de centrale diensten. Daaronder komen drie servicebureaus, en de werkeenheden architectuur, stedenbouw en bouwtechniek: die bedienen zeventien werkverbanden waaronder weer veertig hoogleraren ressorteren.

Het oplossen van de naweeën van deze reorganisatie is volgens Soeter een belangrijke taak voor de odc. In de wetenschappelijke regionen heerst onvrede omdat de hoogleraren manangementtaken toebedeeld hebben gekregen. Voorheen werden die veel door universitaire (hoofd)docenten verricht. ,,Die zijn op een zijspoor gezet terwijl voor de hoogleraren de taken teveel zijn. De meeste van hen werken, in tegenstelling tot andere faculteiten, parttime. Die wetenschappelijke aansturing moet beter geregeld worden.”

Ook zijn door de reorganisatie mensen in de knel gekomen. Aan medewerkers zijn bijvoorbeeld beloften gedaan die later nooit zijn nagekomen. ,,Op dat terrein moet nog het nodige afhechtingswerk plaatsvinden en daar willen wij aan werken.Overigens werkt de nieuwe decaan hard aan het verbeteren van de verstoorde verhoudingen. Taak van de odc is om erover te waken dat dit ook op de best mogelijk manier gebeurt.”

Volgens Soeter zal de waakhondfunctie voor de odc niet eenvoudig zijn. Controleren van besluiten is onder de huidige MUB-structuur lastig. ,,Het verlangt eigenlijk van de odc-leden dat ze in het hoofd van de decaan kunnen kijken. Bij de faculteitsraad waren de discussies open en wist iedereen hoe een besluit tot stand kwam. Nu kan de decaan zelfstandiger beslissingen nemen, maar het is daarbij moeilijker te controleren hoe hij ertoe komt. Een decaan kan wellicht omgepraat zijn door een belangengroep. Dat weet je niet. Door deze ondoorzichtigheid is de huidige structuur veel gevoeliger voor lobbyen.”

Niet dat Soeter, voormalig lid van het faculteitsbestuur, alles bij het oude had willen laten. De afgelopen jaren liep het besluitvormingsproces meer en meer vast. Voor vernieuwingen in onderwijs en onderzoek was consensus vereist en deze bleek steeds moeilijker te bereiken. ,,Het was een noodrem-democratie. Er trok de laatste jaren altijd wel iemand aan die rem en dan rijdt de bus nooit meer.”

Voorlopig geeft Soeter de MUB-opzet het voordeel van de twijfel. ,,Een goed bestuur is nu erg afhankelijk van de persoonlijkheid van de decaan. Dat vind ik een gevaarlijk punt, zelfs nu ik alle vertrouwen heb in de nieuwe decaan.”

Heel enthousiast voor de MUB-structuur lijken ze op Bouwkunde nog niet. Medewerkers van de faculteit melden zich maar mondjesmaat aan voor de onderdeelcommissie. Tot teleurstelling van de odc-voorzitter, drs. ing. J.P. Soeter: ,,Vooral het wetenschappelijke personeel is moeilijk te bewegen zitting in de odc te nemen.”

Soeter wijt dat aan een imago probleem. ,,De odc wordt gezien als een voortzetting van de medezeggenschapscommissie.” In de mc zaten weinig wp’ers omdat deze zich voornamelijk bezig hield met arbeidsvoorwaarden. Het wp koos eerder voor het faculteitsbestuur omdat zij vooral willen meedenken over onderwijs en onderzoek. ,,Wij hebben het wp nog niet duidelijk kunnen maken dat wij de decaan adviseren over een veel breder scala aan onderwerpen dan de mc vroeger.” Dat betekent niet dat de odc meer macht heeft. De voornaamste bevoegdheid over al dat soort onderwerpen is het adviesrecht. ,,En adviezen kun je altijd beredeneerd afwijzen.”

De huidige tegenstelling tussen Abva-Kabo en Democratisch Beleid werpt eveneens een schaduw over de odc. Bouwkunde had van oudsher in de faculteitsraad leden van DB. Het nog actieve deel hiervan kiest onder de huidige bestuurlijke verhoudingen voor de Abva-Kabolijst. Behalve één onafhankelijk kandidaat (die inmiddels buiten de TU is gaan werken) waren er verder geen kandidatenlijsten bij de verkiezing. ,,Het gevolg is dat de huidige odc alleen Abva-Kaboleden bevat. Zelf ben ik ook lid van de bond maar ik vind dit geen goede situatie. Wij profileren ons dan ook niet zodanig. Wij zijn in de eerste plaats zien vertegenwoordigers van de faculteit en niet van de vakbond.”
Hark

De afgelopen jaren veranderde op Bouwkunde meer dan alleen de medezeggenschap. De faculteit werd organisatorisch opnieuw ingericht. De oude harkstructuur is weer helemaal terug, volgens Soeter. Bovenaan staan de decaan en de centrale diensten. Daaronder komen drie servicebureaus, en de werkeenheden architectuur, stedenbouw en bouwtechniek: die bedienen zeventien werkverbanden waaronder weer veertig hoogleraren ressorteren.

Het oplossen van de naweeën van deze reorganisatie is volgens Soeter een belangrijke taak voor de odc. In de wetenschappelijke regionen heerst onvrede omdat de hoogleraren manangementtaken toebedeeld hebben gekregen. Voorheen werden die veel door universitaire (hoofd)docenten verricht. ,,Die zijn op een zijspoor gezet terwijl voor de hoogleraren de taken teveel zijn. De meeste van hen werken, in tegenstelling tot andere faculteiten, parttime. Die wetenschappelijke aansturing moet beter geregeld worden.”

Ook zijn door de reorganisatie mensen in de knel gekomen. Aan medewerkers zijn bijvoorbeeld beloften gedaan die later nooit zijn nagekomen. ,,Op dat terrein moet nog het nodige afhechtingswerk plaatsvinden en daar willen wij aan werken.Overigens werkt de nieuwe decaan hard aan het verbeteren van de verstoorde verhoudingen. Taak van de odc is om erover te waken dat dit ook op de best mogelijk manier gebeurt.”

Volgens Soeter zal de waakhondfunctie voor de odc niet eenvoudig zijn. Controleren van besluiten is onder de huidige MUB-structuur lastig. ,,Het verlangt eigenlijk van de odc-leden dat ze in het hoofd van de decaan kunnen kijken. Bij de faculteitsraad waren de discussies open en wist iedereen hoe een besluit tot stand kwam. Nu kan de decaan zelfstandiger beslissingen nemen, maar het is daarbij moeilijker te controleren hoe hij ertoe komt. Een decaan kan wellicht omgepraat zijn door een belangengroep. Dat weet je niet. Door deze ondoorzichtigheid is de huidige structuur veel gevoeliger voor lobbyen.”

Niet dat Soeter, voormalig lid van het faculteitsbestuur, alles bij het oude had willen laten. De afgelopen jaren liep het besluitvormingsproces meer en meer vast. Voor vernieuwingen in onderwijs en onderzoek was consensus vereist en deze bleek steeds moeilijker te bereiken. ,,Het was een noodrem-democratie. Er trok de laatste jaren altijd wel iemand aan die rem en dan rijdt de bus nooit meer.”

Voorlopig geeft Soeter de MUB-opzet het voordeel van de twijfel. ,,Een goed bestuur is nu erg afhankelijk van de persoonlijkheid van de decaan. Dat vind ik een gevaarlijk punt, zelfs nu ik alle vertrouwen heb in de nieuwe decaan.”

Redacteur Redactie

Heb je een vraag of opmerking over dit artikel?

delta@tudelft.nl

Comments are closed.