Misschien zijn ze er nauwelijks of misschien bewaren ze liever een angstvallig stilzwijgen. In ieder geval trad er afgelopen maandag in de hal van de aula geen enkele onderzoeker naar voren die wilde vertellen over zijn slechte ervaringen met onderzoek in opdracht van overheid en industrie.
Daarom bleef ook na het levendige debat over academische onafhankelijkheid tussen Eerste-Kamerlid Ronald van Raak (SP) en prof.dr.ir. Margot Weijnen (Techniek, Bestuur en Management) de vraag onbeantwoord of die onafhankelijkheid ook op de TU Delft in de knel dreigt te raken. De toehoorders leken daar verdeeld over.
Van Raak, uitgenodigd door het Platform Techniek en Ethiek, herhaalde zijn hartenkreet van de afgelopen jaren: de universiteit moet pal staan voor de academische waarden, en zich niet laten meesleuren met de aanzwellende derde geldstroom. Van Raak benadrukte dat het vooral ministeries zijn die onderzoekers onder druk zetten om onwelgevallige onderzoeksresultaten weg te poetsen. Het bedrijfsleven verweet hij vooral te weinig te investeren in Nederlands onderzoek. Margot Weijnen gaf hem daarin gelijk. “Het is vooral de overheid die de kennisinfrastructuur nog enigszins overeind houdt. Het bedrijfsleven schiet op dit punt tekort.”
Weijnen zei groot belang te hechten aan de vrijheid van de onderzoeker om zelf data te verzamelen en die data volgens een zelf gekozen methode te analyseren. “Een opdrachtgever mag de onderzoeker geen toegang weigeren tot een deel van de onderzoeksgegevens. Als ze dat proberen, moet je het contract niet tekenen.”
De vrijheid van de onderzoeker mag niet ontaarden in vrijblijvendheid, vond de TBM-hoogleraar. “Het afbakenen van onderzoeksgebieden komt de impact van het onderzoek ten goede. Binnen de grote onderzoekslijnen moet wel vrijheid bestaan.”
Prof.dr.ir. Peter Kroes (sectie filosofie) wees er op dat het financieringsysteem van matching een zware wissel trekt op die vrijheid. De universiteit moet nu op bijna elke onderzoekseuro van NWO of het bedrijfsleven 54 eurocent toeleggen. Zo blijven er in het potje met geld van de overheid weinig euro’s over voor ander onderzoek.
Was afhankelijkheid van het bedrijfsleven wel zo’n probleem, vroegen sommige aanwezigen zich af. Als de enige beperking eruit bestaat dat je niet te ver van je onderzoeksthema mag afdwalen en dat je je onderzoeksresultaten pas publiceert nadat een octrooi is toegekend, is er dan wel reden tot klagen?
Om te benadrukken dat hij niet de enige was die zich zorgen maakte, las Van Raak een passage voor uit ‘Wetenschap op bestelling’, een recent rapport van de Koninklijke Nederlandse Academie voor Wetenschappen (KNAW). “Door bij de ontwikkelingen achterblijvende overheidsfinanciering worden universiteiten en onderzoekinstellingen te veel afhankelijk van externe opdrachten. Ontsporingen kunnen optreden.” Het KNAW bepleit in het rapport de introductie van een door opdrachtgever en onderzoeker te ondertekenen verklaring die de onafhankelijkheid van de wetenschapper garandeert. Volgens Van Raak wil minister Van der Hoeven die aanbeveling overnemen.
Joost Panhuysen
Misschien zijn ze er nauwelijks of misschien bewaren ze liever een angstvallig stilzwijgen. In ieder geval trad er afgelopen maandag in de hal van de aula geen enkele onderzoeker naar voren die wilde vertellen over zijn slechte ervaringen met onderzoek in opdracht van overheid en industrie. Daarom bleef ook na het levendige debat over academische onafhankelijkheid tussen Eerste-Kamerlid Ronald van Raak (SP) en prof.dr.ir. Margot Weijnen (Techniek, Bestuur en Management) de vraag onbeantwoord of die onafhankelijkheid ook op de TU Delft in de knel dreigt te raken. De toehoorders leken daar verdeeld over.
Van Raak, uitgenodigd door het Platform Techniek en Ethiek, herhaalde zijn hartenkreet van de afgelopen jaren: de universiteit moet pal staan voor de academische waarden, en zich niet laten meesleuren met de aanzwellende derde geldstroom. Van Raak benadrukte dat het vooral ministeries zijn die onderzoekers onder druk zetten om onwelgevallige onderzoeksresultaten weg te poetsen. Het bedrijfsleven verweet hij vooral te weinig te investeren in Nederlands onderzoek. Margot Weijnen gaf hem daarin gelijk. “Het is vooral de overheid die de kennisinfrastructuur nog enigszins overeind houdt. Het bedrijfsleven schiet op dit punt tekort.”
Weijnen zei groot belang te hechten aan de vrijheid van de onderzoeker om zelf data te verzamelen en die data volgens een zelf gekozen methode te analyseren. “Een opdrachtgever mag de onderzoeker geen toegang weigeren tot een deel van de onderzoeksgegevens. Als ze dat proberen, moet je het contract niet tekenen.”
De vrijheid van de onderzoeker mag niet ontaarden in vrijblijvendheid, vond de TBM-hoogleraar. “Het afbakenen van onderzoeksgebieden komt de impact van het onderzoek ten goede. Binnen de grote onderzoekslijnen moet wel vrijheid bestaan.”
Prof.dr.ir. Peter Kroes (sectie filosofie) wees er op dat het financieringsysteem van matching een zware wissel trekt op die vrijheid. De universiteit moet nu op bijna elke onderzoekseuro van NWO of het bedrijfsleven 54 eurocent toeleggen. Zo blijven er in het potje met geld van de overheid weinig euro’s over voor ander onderzoek.
Was afhankelijkheid van het bedrijfsleven wel zo’n probleem, vroegen sommige aanwezigen zich af. Als de enige beperking eruit bestaat dat je niet te ver van je onderzoeksthema mag afdwalen en dat je je onderzoeksresultaten pas publiceert nadat een octrooi is toegekend, is er dan wel reden tot klagen?
Om te benadrukken dat hij niet de enige was die zich zorgen maakte, las Van Raak een passage voor uit ‘Wetenschap op bestelling’, een recent rapport van de Koninklijke Nederlandse Academie voor Wetenschappen (KNAW). “Door bij de ontwikkelingen achterblijvende overheidsfinanciering worden universiteiten en onderzoekinstellingen te veel afhankelijk van externe opdrachten. Ontsporingen kunnen optreden.” Het KNAW bepleit in het rapport de introductie van een door opdrachtgever en onderzoeker te ondertekenen verklaring die de onafhankelijkheid van de wetenschapper garandeert. Volgens Van Raak wil minister Van der Hoeven die aanbeveling overnemen.
Joost Panhuysen
Comments are closed.