’But all my words come back to me in shades of mediocrity’, zo zongen Simon en Garfunkel ooit in de song ‘Homeward Bound’. “Dat gevoel herkent elke schrijver”, zegt A.F
.Th. van der Heijden. “Een roman waar je al jaren aan heb gewerkt kan je gelukkig soms toch nog verrassen, maar dan zoals een zorgenkindje je kan verrassen.”
Vorige week verzorgde de nieuwe gastdocent van de TU zijn eerste college, over film en literatuur. Hij brengt in zijn lezing de hooggespannen verwachtingen in herinnering die kunstenaars in het interbellum koesterden over de ontwikkeling van de filmkunst. Het steriel kopiëren van de werkelijkheid zou plaats maken voor het met natuurlijke middelen tot uitdrukking brengen van wat nu echt bijzonder was, voorzag de Duitstalige schrijver Franz Werfel in 1935. De gastschrijver constateert ruim zeventig jaar later dat juist een wezenloze vorm van realisme de Amerikaanse cinema vaak gedomineerd had. “Mijn kritiek op Hollywood betreft vooral de terreur van het happy end. Het zijn vaak knusse feel-goodmovies. Dat heeft iets onnatuurlijks, want het leven loopt niet goed af.”
Nu hij zich dan toch onder techneuten bevindt, wil de gastschrijver wel iets kwijt over de opmars van nieuwe technologie . “al besef ik dat het vloeken in de kerk is.” Hij hekelt de tirannieke kant van nieuwe technologie. “Kinderen worden van het schoolplein weggehoond omdat hun mobieltje alweer verouderd is. Wie zich niet aanpast, wordt uitgestoten. Zulke verschijnselen beklemmen me wel eens.”
Van der Heijden is zelf ook gezwicht voor de gruwelijke chantage van de techniek: hij heeft een computer aangeschaft. “Maar de muis is nog onbepoteld en het scherm fungeert als zwarte spiegel.”
Fonkelen
“Wat verwacht u eigenlijk van de samenwerking met de studenten als u zo beducht bent voor nieuwe technologie?” wil een student weten. Van der Heijden: “Dat ze me van mijn angsten afhelpen!” En iets serieuzer: “Ik wil juist veel te weten komen over de technieken die de studenten in de masterclass zullen gebruiken.”
“Stijl is veel meer dan formuleren, kiezen voor woorden die al of niet fonkelen”, zegt de gastschrijver na afloop van zijn Delftse gastcollege in een interview met Standaard-recensent Jeroen Overstijns. “Het is ook compositie. Maar dat hoort niet zichtbaar voor de lezer te zijn.”
Hij voelt zich als schrijver vaak het beste als hij even de handeling in een roman stil kan zetten. “Je kunt het vergelijken met een aria: de actie bevriest, maar de emoties zijn intens. Dat was de poëtica van ‘De Tandeloze Tijd’. Maar ik heb nu genoeg romans geschreven waarin ik mezelf zo vrij liet. Het is tijd voor andere verteltechnieken: de schrijver als onzichtbare ingenieur.”
Joost Panhuyzen
’But all my words come back to me in shades of mediocrity’, zo zongen Simon en Garfunkel ooit in de song ‘Homeward Bound’. “Dat gevoel herkent elke schrijver”, zegt A.F.Th. van der Heijden. “Een roman waar je al jaren aan heb gewerkt kan je gelukkig soms toch nog verrassen, maar dan zoals een zorgenkindje je kan verrassen.”
Vorige week verzorgde de nieuwe gastdocent van de TU zijn eerste college, over film en literatuur. Hij brengt in zijn lezing de hooggespannen verwachtingen in herinnering die kunstenaars in het interbellum koesterden over de ontwikkeling van de filmkunst. Het steriel kopiëren van de werkelijkheid zou plaats maken voor het met natuurlijke middelen tot uitdrukking brengen van wat nu echt bijzonder was, voorzag de Duitstalige schrijver Franz Werfel in 1935. De gastschrijver constateert ruim zeventig jaar later dat juist een wezenloze vorm van realisme de Amerikaanse cinema vaak gedomineerd had. “Mijn kritiek op Hollywood betreft vooral de terreur van het happy end. Het zijn vaak knusse feel-goodmovies. Dat heeft iets onnatuurlijks, want het leven loopt niet goed af.”
Nu hij zich dan toch onder techneuten bevindt, wil de gastschrijver wel iets kwijt over de opmars van nieuwe technologie . “al besef ik dat het vloeken in de kerk is.” Hij hekelt de tirannieke kant van nieuwe technologie. “Kinderen worden van het schoolplein weggehoond omdat hun mobieltje alweer verouderd is. Wie zich niet aanpast, wordt uitgestoten. Zulke verschijnselen beklemmen me wel eens.”
Van der Heijden is zelf ook gezwicht voor de gruwelijke chantage van de techniek: hij heeft een computer aangeschaft. “Maar de muis is nog onbepoteld en het scherm fungeert als zwarte spiegel.”
Fonkelen
“Wat verwacht u eigenlijk van de samenwerking met de studenten als u zo beducht bent voor nieuwe technologie?” wil een student weten. Van der Heijden: “Dat ze me van mijn angsten afhelpen!” En iets serieuzer: “Ik wil juist veel te weten komen over de technieken die de studenten in de masterclass zullen gebruiken.”
“Stijl is veel meer dan formuleren, kiezen voor woorden die al of niet fonkelen”, zegt de gastschrijver na afloop van zijn Delftse gastcollege in een interview met Standaard-recensent Jeroen Overstijns. “Het is ook compositie. Maar dat hoort niet zichtbaar voor de lezer te zijn.”
Hij voelt zich als schrijver vaak het beste als hij even de handeling in een roman stil kan zetten. “Je kunt het vergelijken met een aria: de actie bevriest, maar de emoties zijn intens. Dat was de poëtica van ‘De Tandeloze Tijd’. Maar ik heb nu genoeg romans geschreven waarin ik mezelf zo vrij liet. Het is tijd voor andere verteltechnieken: de schrijver als onzichtbare ingenieur.”
Joost Panhuyzen
Comments are closed.