Campus

Verstand van koper, volt en ampère

Elektrische energietechniek mag, versterkt nog wel, in de onderzoeksportfolio blijven. Nu de studenten nog.Lou van der Sluis (51) beoefent een vak zonder kapsones en is daar ook de man naar.

Hij is hoogleraar elektriciteitsvoorziening en voorzitter van de afdeling elektrische energietechniek. Met zo’n werkterrein heb je op feestjes niet automatisch de lachers op je hand. Denkbaar zou dan ook zijn dat de TU Delft bij haar grote voorjaarsschoonmaak energietechniek inwisselt voor een vak met een flitsendere uitstraling.

Het tegendeel is echter het geval: in de nieuwe ‘onderzoeksportfolio’ blijft elektrische energietechniek. Sterker nog, er is sprake van uitbreiding. Misschien, zo suggereert het Delftse college van bestuur, moeten we met de zusterinstelling in Eindhoven bezien of het niet beter is al het onderzoek te concentreren in Delft.

Prof.ir. Lou van der Sluis zal dus wel blij zijn met de portfolio? Nu ja, aan de ene kant wel natuurlijk, maar hij heeft ook kanttekeningen. Nadat al het Eindhovense onderzoek is overgeheveld naar Delft zal het onderwijs immers snel volgen, voorziet hij. En het eind van het liedje zal zijn dat je alleen nog in Delft elektrische energietechniek kunt studeren. Dat komt de toch al magere aantrekkingskracht bepaald niet ten goede.

,,Mijn vakgebied worstelt met het imago van stoffigheid”, erkent Van der Sluis ruiterlijk. ,,De maatschappij drijft op energie en informatie. Over informatie heeft iedereen het, maar in energie is bijna niemand geïnteresseerd.”

Elektrotechniek valt uiteen in twee delen die vroeger werden aangeduid met de overzichtelijke termen ‘zwakstroom’ en ‘sterkstroom’. Tegenwoordig is voor het laatste de aanduiding ‘elektrische energietechniek’ politiek correct. Het vak wordt beoefend in Delft en Eindhoven. Twente heeft geen energietechniek. In Delft omvat het drie deelgebieden: elektriciteitsvoorziening, vermogensconversie en hoogspanningstechniek. Er zijn vier hoogleraren.

Torenhoog

Wie in het hoogspanningslaboratorium aan de Mekelweg komt, ziet direct dat energietechniek geen vak is voor priegelaars. Werkelijk alles in de geheel metalen hal is buitenproportioneel: van de tangen en moersleutels die je met twee handen uit de gereedschapskist moet tillen tot, vooral, de drie torenhoge transformatoren. Ze zijn in cascade geschakeld en kunnen zo een spanning van anderhalf miljoen volt opwekken bij een stroom van een hele ampère – vooral dat laatste is een kras staaltje. In een nieuwe Hollywood-adaptatie van Frankenstein zouden ze niet misstaan.

De enorme apparaten zijn overigens op zichzelf niets bijzonders en ‘van de plank’ te koop. Hoe men de enorme spanning en stroom aanwendt om materialen en constructies door te meten is het geheim van de smid en datgene waarmee het ene laboratorium zich onderscheidt van het andere.

,,Met ons vak heeft de geest de stof echt overwonnen”, zegt Van der Sluis er mooi bij. ,,De wezenlijke elektrotechniek zit alleen nog in mijn vak. Wij hebben hier nog verstand van koper, volt, ampère. Als de TU kiest voor nanotechnologie is dat geweldig, maar je moet zulke elementaire kennis niet weggooien.”

Twee onderzoekers zijn bezig met een rudimentaire mock-up van een trein onder een bovenleiding. Over enige tijd schakelen de Nederlandse treinen over van 1500 volt gelijkspanning op 25.000 volt wisselspanning en de spoorwegen willen begrijpelijkerwijs graag weten wat er gebeurt als de bovenleiding er wat slordig bij hangt: een mooi stukje opdrachtonderzoek.

Computersimulaties

Elektrische energietechniek, legt Van der Sluis uit, heeft vooral te maken met het transport en de distributie van elektriciteit. Elektriciteitscentrales in enge zin horen er niet bij; die zijn het domein van de werktuigbouwkundige. Overigens, zo voegt hij toe, dienen we ons niet te laten misleiden door het indrukwekkende uiterlijk van het hoogspanningslaboratorium. Een flink deel van het onderzoek speelt zich af in de vorm van computersimulaties. Er zijn trouwens buiten de universiteiten in Delft en Eindhoven nog vier hoogspanningslaboratoria in Nederland: eentje zelfs in Delft, bij kabelfabriek Pirelli (voorheen NKF).

Visueel minder imposant maar een persoonlijke lieveling van Lou van der Sluis is een proefopstelling voor het kiemvrij maken van melk en andere vloeibare voedingsmiddelen. In plaats van door pasteuriseren (snel en kortstondig verhitten) kan dat ook door er heel kort (een microseconde) een hoogspanning van veertigduizend volt overheen te leggen. De smaak blijft beter bewaard en het vergt minder energie – een veelbelovende nieuwe toepassing van die goeie ouwe hoogspanning. Unilever en Coberco horen bij de opdrachtgevers van dit onderzoek. Op ongeveer dezelfde manier kunnen ook gassen worden gereinigd. Samen met het Prins Maurits Laboratorium van TNO heeft energietechniek een kenniscentrum voor dit soort onderwerpen in het leven geroepen.

Het andere terrein van Van der Sluis is de alternatieve energie: op het dak staat een installatie voor zonne- en windenergie die genoeg is voor tien huishoudens. Die kant gaat het hoe langer hoe meer op. Met zulke eigentijdse onderwerpen, benadrukt Van der Sluis keer op keer, hoopt hij de belangstelling voor energietechniek wat op te krikken.

Alarmerend

Want dat is hard nodig. Tien jaar geleden dienden zich in Delft nog vierhonderd eerstejaarsstudenten aan voor elektrotechniek, nu is honderd al uitzonderlijk veel. Al sinds jaar en dag kiest niet meer dan vijftien tot twintig procent voor energietechniek – ‘zwakstroom’ is veel populairder. Combineer dat met een studierendement van nauwelijks de helft en de conclusie is dat maar een handjevol studenten afstudeert in de energietechniek. Van der Sluis vindt het aantal alarmerend laag. ,,De BV Nederland heeft nu eenmaal een bepaald aantal ingenieurs nodig.”

Van de gedachte dat energietechniek rijp is voor concentratie en dat Delft zich ontfermt over de Eindhovense afdeling erkent Van der Sluis dat hij voor de hand ligt. Maar toch sluit hij zich er niet bij aan. Daarvoor heeft hij twee redenen.

De eerste is dat de schaarse toeloop van studenten ook nog regionaal bepaald is. Zowel naar Delft als naar Eindhoven komen vooral studenten uit de nabije omtrek. Die stappen echt niet over naar een andere universiteit vanwege een keuzevak. Kortom, als er straks in Eindhoven geen energietechniek meer is, komt er geen student extra op Delft af. Dan dreigen er echt te weinig studenten te komen om de BV Nederland nog van elektriciteit te voorzien.

Ten tweede: de enige in Nederland zijn is helemaal niet zo aantrekkelijk als het op het eerste gezicht lijkt. ,,Je kunt beter concurrentie hebben. In je eentje kun je niet laten zien dat je goedbent.” Het is, voegt hij toe, ook ietwat beschamend ten opzichte van bijvoorbeeld België, waar de universiteiten van Gent en Luik en de twee in Leuven allemaal energietechniek doceren. En dat terwijl Nederland toch best iets voorstelt, zegt Van der Sluis. Tussen neus en lippen wijst hij naar zijn boek ‘Transients in power systems’ dat vorig jaar uitkwam bij Wiley. ,,Dat wordt nu vertaald in het Chinees.”

Erbij komt dat de samenwerking met de Eindhovense afdeling nu al uitstekend is. Het laboratorium daar is weliswaar wat kleinschaliger maar heeft weer andere specialiteiten zoals de mogelijkheid om hoge stromen te bestuderen.

Elektrische energietechniek mag, versterkt nog wel, in de onderzoeksportfolio blijven. Nu de studenten nog.

Lou van der Sluis (51) beoefent een vak zonder kapsones en is daar ook de man naar. Hij is hoogleraar elektriciteitsvoorziening en voorzitter van de afdeling elektrische energietechniek. Met zo’n werkterrein heb je op feestjes niet automatisch de lachers op je hand. Denkbaar zou dan ook zijn dat de TU Delft bij haar grote voorjaarsschoonmaak energietechniek inwisselt voor een vak met een flitsendere uitstraling.

Het tegendeel is echter het geval: in de nieuwe ‘onderzoeksportfolio’ blijft elektrische energietechniek. Sterker nog, er is sprake van uitbreiding. Misschien, zo suggereert het Delftse college van bestuur, moeten we met de zusterinstelling in Eindhoven bezien of het niet beter is al het onderzoek te concentreren in Delft.

Prof.ir. Lou van der Sluis zal dus wel blij zijn met de portfolio? Nu ja, aan de ene kant wel natuurlijk, maar hij heeft ook kanttekeningen. Nadat al het Eindhovense onderzoek is overgeheveld naar Delft zal het onderwijs immers snel volgen, voorziet hij. En het eind van het liedje zal zijn dat je alleen nog in Delft elektrische energietechniek kunt studeren. Dat komt de toch al magere aantrekkingskracht bepaald niet ten goede.

,,Mijn vakgebied worstelt met het imago van stoffigheid”, erkent Van der Sluis ruiterlijk. ,,De maatschappij drijft op energie en informatie. Over informatie heeft iedereen het, maar in energie is bijna niemand geïnteresseerd.”

Elektrotechniek valt uiteen in twee delen die vroeger werden aangeduid met de overzichtelijke termen ‘zwakstroom’ en ‘sterkstroom’. Tegenwoordig is voor het laatste de aanduiding ‘elektrische energietechniek’ politiek correct. Het vak wordt beoefend in Delft en Eindhoven. Twente heeft geen energietechniek. In Delft omvat het drie deelgebieden: elektriciteitsvoorziening, vermogensconversie en hoogspanningstechniek. Er zijn vier hoogleraren.

Torenhoog

Wie in het hoogspanningslaboratorium aan de Mekelweg komt, ziet direct dat energietechniek geen vak is voor priegelaars. Werkelijk alles in de geheel metalen hal is buitenproportioneel: van de tangen en moersleutels die je met twee handen uit de gereedschapskist moet tillen tot, vooral, de drie torenhoge transformatoren. Ze zijn in cascade geschakeld en kunnen zo een spanning van anderhalf miljoen volt opwekken bij een stroom van een hele ampère – vooral dat laatste is een kras staaltje. In een nieuwe Hollywood-adaptatie van Frankenstein zouden ze niet misstaan.

De enorme apparaten zijn overigens op zichzelf niets bijzonders en ‘van de plank’ te koop. Hoe men de enorme spanning en stroom aanwendt om materialen en constructies door te meten is het geheim van de smid en datgene waarmee het ene laboratorium zich onderscheidt van het andere.

,,Met ons vak heeft de geest de stof echt overwonnen”, zegt Van der Sluis er mooi bij. ,,De wezenlijke elektrotechniek zit alleen nog in mijn vak. Wij hebben hier nog verstand van koper, volt, ampère. Als de TU kiest voor nanotechnologie is dat geweldig, maar je moet zulke elementaire kennis niet weggooien.”

Twee onderzoekers zijn bezig met een rudimentaire mock-up van een trein onder een bovenleiding. Over enige tijd schakelen de Nederlandse treinen over van 1500 volt gelijkspanning op 25.000 volt wisselspanning en de spoorwegen willen begrijpelijkerwijs graag weten wat er gebeurt als de bovenleiding er wat slordig bij hangt: een mooi stukje opdrachtonderzoek.

Computersimulaties

Elektrische energietechniek, legt Van der Sluis uit, heeft vooral te maken met het transport en de distributie van elektriciteit. Elektriciteitscentrales in enge zin horen er niet bij; die zijn het domein van de werktuigbouwkundige. Overigens, zo voegt hij toe, dienen we ons niet te laten misleiden door het indrukwekkende uiterlijk van het hoogspanningslaboratorium. Een flink deel van het onderzoek speelt zich af in de vorm van computersimulaties. Er zijn trouwens buiten de universiteiten in Delft en Eindhoven nog vier hoogspanningslaboratoria in Nederland: eentje zelfs in Delft, bij kabelfabriek Pirelli (voorheen NKF).

Visueel minder imposant maar een persoonlijke lieveling van Lou van der Sluis is een proefopstelling voor het kiemvrij maken van melk en andere vloeibare voedingsmiddelen. In plaats van door pasteuriseren (snel en kortstondig verhitten) kan dat ook door er heel kort (een microseconde) een hoogspanning van veertigduizend volt overheen te leggen. De smaak blijft beter bewaard en het vergt minder energie – een veelbelovende nieuwe toepassing van die goeie ouwe hoogspanning. Unilever en Coberco horen bij de opdrachtgevers van dit onderzoek. Op ongeveer dezelfde manier kunnen ook gassen worden gereinigd. Samen met het Prins Maurits Laboratorium van TNO heeft energietechniek een kenniscentrum voor dit soort onderwerpen in het leven geroepen.

Het andere terrein van Van der Sluis is de alternatieve energie: op het dak staat een installatie voor zonne- en windenergie die genoeg is voor tien huishoudens. Die kant gaat het hoe langer hoe meer op. Met zulke eigentijdse onderwerpen, benadrukt Van der Sluis keer op keer, hoopt hij de belangstelling voor energietechniek wat op te krikken.

Alarmerend

Want dat is hard nodig. Tien jaar geleden dienden zich in Delft nog vierhonderd eerstejaarsstudenten aan voor elektrotechniek, nu is honderd al uitzonderlijk veel. Al sinds jaar en dag kiest niet meer dan vijftien tot twintig procent voor energietechniek – ‘zwakstroom’ is veel populairder. Combineer dat met een studierendement van nauwelijks de helft en de conclusie is dat maar een handjevol studenten afstudeert in de energietechniek. Van der Sluis vindt het aantal alarmerend laag. ,,De BV Nederland heeft nu eenmaal een bepaald aantal ingenieurs nodig.”

Van de gedachte dat energietechniek rijp is voor concentratie en dat Delft zich ontfermt over de Eindhovense afdeling erkent Van der Sluis dat hij voor de hand ligt. Maar toch sluit hij zich er niet bij aan. Daarvoor heeft hij twee redenen.

De eerste is dat de schaarse toeloop van studenten ook nog regionaal bepaald is. Zowel naar Delft als naar Eindhoven komen vooral studenten uit de nabije omtrek. Die stappen echt niet over naar een andere universiteit vanwege een keuzevak. Kortom, als er straks in Eindhoven geen energietechniek meer is, komt er geen student extra op Delft af. Dan dreigen er echt te weinig studenten te komen om de BV Nederland nog van elektriciteit te voorzien.

Ten tweede: de enige in Nederland zijn is helemaal niet zo aantrekkelijk als het op het eerste gezicht lijkt. ,,Je kunt beter concurrentie hebben. In je eentje kun je niet laten zien dat je goedbent.” Het is, voegt hij toe, ook ietwat beschamend ten opzichte van bijvoorbeeld België, waar de universiteiten van Gent en Luik en de twee in Leuven allemaal energietechniek doceren. En dat terwijl Nederland toch best iets voorstelt, zegt Van der Sluis. Tussen neus en lippen wijst hij naar zijn boek ‘Transients in power systems’ dat vorig jaar uitkwam bij Wiley. ,,Dat wordt nu vertaald in het Chinees.”

Erbij komt dat de samenwerking met de Eindhovense afdeling nu al uitstekend is. Het laboratorium daar is weliswaar wat kleinschaliger maar heeft weer andere specialiteiten zoals de mogelijkheid om hoge stromen te bestuderen.

Redacteur Redactie

Heb je een vraag of opmerking over dit artikel?

delta@tudelft.nl

Comments are closed.