Wetenschap
Stedenbouw

TU-onderzoekers presenteren frisse blik op de woningcrisis

Het is misschien wel de meest urgente kwestie in Nederland: de woningcrisis. Het Delftse Vision Team Wonen toont prikkelende ideeën in een tijdelijke tentoonstelling.

Jonge alumni gaven hun visie op wonen in de tijdelijke tentoonstelling 'Ruimte voor Wonen' in de faculteit Bouwkunde. (Foto: Thijs van Reeuwijk)

‘De woningcrisis is juist een kans’, stelt het TU Delft Vision Team Wonen, ‘de kans om een duurzaam en langdurig gezond woonklimaat te realiseren.’ Een team van tien onderzoekers uit verschillende faculteiten (Bouwkunde, Industrieel Ontwerpen, Techniek, Bestuur en Management en Civiele Techniek en Geowetenschappen) werkte anderhalf jaar aan het rapport ‘Ruimte voor wonen’ dat op dinsdag 2 april werd gepresenteerd. In essentie geeft het Vision Team Wonen antwoord op drie vragen: Waar wonen? Hoe wonen? Hoe bouwen?

De woningcrisis staat niet op zichzelf, schrijven de onderzoekers. Dus moeten de oplossingen die ze voorstellen niet alleen woonruimte scheppen, maar tevens bijdragen aan oplossingen voor andere crises. Ze noemen klimaatadaptatie, demografische veranderingen, energietransitie, circulariteit, industrie, landbouw, infrastructuur en natuur.

Alumni van de faculteit Bouwkunde hebben oplossingen voor de wooncrisis afgebeeld op vier grote doeken van twee bij zes meter. Samen vormen ze een tijdelijke tentoonstelling in de Oostserre van het gebouw voor Bouwkunde.

  • De tentoonstelling is te zien van 2 tot en met 16 april en van 22 tot en met 29 april.

De doeken tonen verschillende perspectieven op de woningcrisis:

  1. Toekomstbestendige ruimtelijke plannen, die beter gebruikmaken van kansrijke locaties;
  2. Weerbare wijken, die de fysieke en sociale randvoorwaarden creëren voor een langdurig prettige woon- en leefomgeving;
  3. Variatie in woonvormen, die ingaan op een verscheidenheid van woonwensen en behoeftes;
BK-expo ruimte voor wonen #5
Leden van het Vision Team Wonen, dr.ing. Gerard van Bortel en Dipl.Ing. Ulf Hackauf, zijn blij met de visietentoonstelling. (Foto: Thijs van Reeuwijk)

Onderzoeker dipl.-ing. Ulf Hackauf en zijn collega dr. ing. Gerard van Bortel leidden het visieteam. Beiden zijn verbonden aan de faculteit Bouwkunde. Hackauf vertelt over de presentatie.

Jullie adviezen zijn breed gericht, aan overheid, provincies, gemeenten, woningcorporaties en zo meer. Waren die allemaal aanwezig bij de presentatie?

“Zeker niet allemaal, het was meer een interne discussieavond. Ik heb wel mensen gezien van het ministerie van Binnenlandse Zaken, van de gemeente Delft en van de Woonbond. Die vroegen na afloop of we de presentatie bij hun op kantoor konden herhalen. Daarvoor willen we nog op pad gaan.”

‘We staan voor een bouwopgave vergelijkbaar met de wederopbouw’

Jullie wijzen naar industriegebieden als mogelijke plek voor woningbouw. Hoe maak je daar een aantrekkelijke wijk van?

“Dat is een idee van collega Alex Wandl. Hij identificeert bedrijfsterreinen, kantoorparken en andere ‘tussengebieden’ als plekken met lage dichtheid en toch in de nabijheid van steden, die de potentie hebben om bedrijvigheid met wonen te verbinden. Die transformaties van industrie naar wonen of naar een mengvorm zien we steeds vaker gebeuren. Denk aan Buiksloterham in Amsterdam-Noord, een voormalig industrieterrein waar nu woonwijken komen met allerlei bedrijvigheid. Waar vroeger scheepswerven stonden gaan nu appartementen voor meer dan een miljoen euro van de hand. De Binckhorst in Den Haag geeft een vergelijkbaar beeld.”

Gezinnen ontstaan of gaan uit elkaar. Hoe kun je woningen aanpassen aan veranderende levensfasen?

“Een woongebouw met meerdere etages kun je aanpasbaar houden door meerdere toegangsdeuren mogelijk te maken, en de draagconstructie zo te ontwerpen dat muren verplaatsbaar zijn. Moeilijker worden de installaties van douche- en toiletruimten en keukens. Hoe je leidingen zo aanlegt dat de inrichting aanpasbaar blijft, is nog een puzzel.”

Zien jullie een rol voor jonge architecten in de nieuwe woonvormen?

“Zeker. In de jaren ’80 waren er woningbouwprijsvragen met bouwgarantie. Zo was er de opdracht voor jongerenwoningen aan het Kruisplein in Rotterdam. Drie Delftse afstudeerders wonnen de prijsvraag. Dat werd het begin van architectenbureau Mecanoo (1983, red). Francine Houben heeft dat bureau voortgezet en Dick van Gameren, een van de partners, is nu decaan van Bouwkunde. Dat jongerenhuis staat er nog steeds en Mecanoo is internationaal befaamd. Dus zo kan het ook. Studenten moeten kansen krijgen. We moeten meer van dat soort prijsvragen hebben. En dan niet belonen met een bosje bloemen en een geldbedrag, maar met bouwen.”

Hoe draagt dit rapport bij aan het doorbreken van de impasse in de bouw?

“We staan voor een bouwopgave die vergelijkbaar is met de wederopbouw na de Tweede Wereldoorlog. Toen werd het Bouwcentrum in Rotterdam opgericht als kenniscentrum voor opdrachtgevers, bouwers, ontwerpers en ingenieurs. Zoiets hebben we nu weer nodig, met daarbij steun van collectief bouwen.”

Geef eens een voorbeeld van collectief bouwen?

“Afgelopen zomer was ik in Hamburg waar de gemeente middenin het havengebied een aantal kavels heeft gereserveerd voor bouwgroepen. Dat zijn mensen die samen als opdrachtgever fungeren voor een woongebouw. Vrienden van me, een gezin met twee kinderen, wonen daar in een relatief kleine woning. Daarnaast hebben ze een gemeenschappelijke ruimte om te koken, of om iets te vieren. Er is een theater, een café, gastenkamers en vijf dakterrassen. Dan is het niet erg als je zelf een beetje klein woont. Toen dacht ik: dat zou in Nederland ook moeten gebeuren. Dan helpt het als je de financiële en juridische kennis daarvoor beschikbaar hebt in een Kenniscentrum Wonen.”

Woondeals
Tot 2030 zouden er een miljoen woningen bij moeten komen. De Rijksoverheid geeft aan waar hoeveel. (Beeld: Ministerie van BZK)
Wetenschapsredacteur Jos Wassink

Heb je een vraag of opmerking over dit artikel?

j.w.wassink@tudelft.nl

Comments are closed.