Opinie
Ingezonden brief

‘Ontwerp een nieuwe werkcultuur in de architectuur’

Ontwerpopdrachten voor publieke gebouwen verlopen vaak via een aanbesteding. Die praktijk is slecht voor de architectuurbranche, en met name voor afstudeerders en jonge architecten, vindt Nima Morkoç, oprichter van architectenbureau HA-HA Design & Development. Het moet en kan anders, betoogt hij.

TU-alumnus en architect Nima Morkoç runt zijn eigen ontwerpbureau HA-HA design in Rotterdam. (Foto: Jaden Accord)

Door Nima Morkoç

Onderzoek door R. Uytenhaak (2015) toont aan dat een gemiddeld architectenbureau zich 24 keer moet aanmelden voor een aanbesteding, om vervolgens vier keer geselecteerd te worden en slechts één keer te winnen. De deelnamekosten voor aanbestedingen en prijsvragen bedroegen in 2022 ca. 35 duizend euro, terwijl de gemiddelde waarde van de opdracht 128 tot 164 duizend euro was (BNA, 2023). Dit resulteert in een aanzienlijke urendump, zowel voor degenen die opdrachten binnenhalen als voor degenen die de plannen beoordelen. Elke aanbesteding geeft hiermee economisch gezien een negatief resultaat op de architectenbranche als geheel en is simpelweg niet effectief. Dat kan toch beter?

Een veelgehoorde klacht is dat publiek opdrachtgevers architecten selecteren op basis van eerdere werkreferenties. Architectenbureaus voelen zich genoodzaakt om zich (steeds opnieuw) in te schrijven voor een specifiek project als bijvoorbeeld het ontwerpen van scholen, zodat zij deze specifieke projecten ook in de toekomst kunnen blijven doen. En zij hebben hier (te) veel voor over, want vaak schrijven ze in voor een te lage prijs. Ze brengen deelnamekosten zelden geheel in rekening. Het bureau is vervolgens alleen rendabel te runnen door het aantrekken van goedkope arbeid.

‘Jonge architecten moeten bijklussen als flitskoerier’

Niet voor niets verschijnen rondom aanbestedingen bij een deel van de topbureaus advertenties voor ‘talentvolle stagiairs en traineeships’ (‘wel je eigen laptop meenemen’). Het is schokkend om te horen dat zij, terwijl ze werken bij grote bureaus, moeten bijklussen als flitskoerier omdat hun salaris onvoldoende is, ondanks hun opleiding aan gerenommeerde universiteiten zoals de TU Delft. En vervolgens mogen ze na slecht betaalde aanstellingen van drie tot zes maanden weer vertrekken. De Brancheorganisatie Nederlandse Architecten (BNA) en de grote bureaus hebben de afgelopen decennia weinig gewicht in de strijd gelegd om deze situatie te verbeteren.

Het uitgangspunt van de aanbestedingswet is dat er gelijke kansen zijn voor iedere deelnemer, maar in de praktijk belemmert de wet de kansen van jonge architecten. Opdrachtgevers gunnen hun projecten herhaaldelijk aan dezelfde bureaus. Hierdoor blijven die bureaus vaker langer bestaan dan voorheen het geval was. De cycli van nieuwe aanwas zorgde in het verleden juist voor de innovatie waar de Nederlandse architectuur om bekend staat.

‘Als er uren gemaakt worden dient er betaald te worden’

Momenteel wordt het meest waardevolle bezit van ontwerpers, kennis en creativiteit, gratis als amuse aangeboden bij prijsvragen en aanbestedingen. Het idee –ongrijpbaar en moeilijk te bedenken– dat is juist het hoofdgerecht! Als de motor wordt opgestart en er uren gemaakt worden, dient er betaald te worden. Bureaus die dit principe niet begrijpen en doorgaan met wanpraktijken, kunnen, ook al zijn het er misschien niet veel, aanzienlijke schade aanrichten.

Is de branche dan zo onvolwassen dat er (tijdelijk) een beter-leven-keurmerk voor architectenbureaus moet komen? De rekening van incompetentie hoeft niet te liggen bij het onbetaalde werk van de jongste en meest kwetsbare lagen. De bureaus die nu beweren hun werkcultuur te verbeteren, moeten erkennen dat hun groei voornamelijk te danken is aan veel goedkope werknemers en een hoop onbetaald werk.

Urgent is vooral dat we ons minder richten op het verdelen van de te kleine taart binnen de architectenbranche en ons meer focussen op het verkrijgen van een eerlijke verdeling voor de hele branche. Zijn er manieren om het anders te doen?

  • Het is van cruciaal belang om de titel architect in de wet te verankeren, waardoor alleen een architect de bevoegdheid heeft om vergunningen aan te vragen.
  • Opdrachtgevers moeten meer kijken naar de ervaring van individuele ontwerpers in plaats van naar die van het gehele bureau.
  • Het Vlaamse model van aanbesteden werkt anders, waarbij ‘Open Oproepen’ worden gebruikt en architectenselecties worden uitgevoerd door een bouwmeester of een rijksbouwmeester op verzoek van gemeenten. Het inhoudelijke proces wordt hierdoor eerlijker. Wel moeten we erop passen dat het uiteindelijke doel is dat het gezamenlijk verbranden van werkuren juist wordt verkleind.
  • Bureaus zullen zich meer moeten profileren op hun specialisme, zoals in de advocatuur of de geneeskunde. Zo kun je je voorstaan op je expertise en bijbehorende tarieven rekenen.

De volledige bouwketen lijdt momenteel onder de bestaande aanbestedingspraktijken. Dit heeft niet alleen gevolgen voor het innovatieve klimaat in de Nederlandse architectuur, maar ook voor de internationale reputatie van de architectuur in Nederland. Laten we, voordat we weer twintig ontwerpen maken voor het volgende publieke gebouw, eerst een ontwerp maken voor een nieuwe werkcultuur.

Schrijver Opinie

Heb je een vraag of opmerking over dit artikel?

opinie.delta@tudelft.nl

Comments are closed.