Wetenschap

Stroomuitval

Miljoenen huishoudens zaten zaterdagavond in West-Europa plotseling zonder stroom. Oorzaak was een stroomstoring in Duitsland.

Vijf miljoen Fransen zaten opeens in het donker. Ook in Duitsland, België, Portugal en Spanje moesten de kaarsen aan. In Nederland bleef de schade beperkt. Alleen een deel van Brabant en de Veluwe zat zonder stroom. De Parijse brandweer rukte veertig keer uit om mensen uit vastgelopen liften te bevrijden en de Belgische spoorwegen vervoerden gestrande reizigers met bussen en taxi’s naar hun bestemming. Wat ging er mis?

“In het elektriciteitsnet draait alles om de balanshandhaving”, zegt prof.ir. Lou van der Sluis van elektrotechniek desgevraagd. “Energie kun je namelijk niet goed opslaan, daarom wordt de frequentie in het netwerk constant op vijftig hertz gehouden in ons deel van de wereld. Als meer stroom afgenomen wordt dan kan worden geleverd, dan gaat de frequentie omlaag. In Duitsland waren blijkbaar meerdere problemen ontstaan, het is nog onduidelijk wat precies. Bij een lage frequentie wordt als beveiligingmechanisme de belasting van het net direct afgeschakeld. En dan heb je een stroomstoring.”

Europa werd gesplitst in drie eilanden, elk met een eigen netwerk. De energienetwerken van de West-Europese landen zijn allemaal aan elkaar gekoppeld. Daarom viel de stroom uit in zoveel Europese landen, als een domino-effect. “De interconnectie heeft als groot voordeel dat je leentjebuur kunt spelen. Als er in Nederland een centrale niet werkt, kun je van Duitsland en België ‘lenen’. Maar omdat al die landen in verbinding staan met elkaar, kan een stroomstoring ook heel groot uitpakken.”

Van der Sluis is bezorgd over de uitbreiding van het netwerk. “De Balkanlanden en delen van Rusland horen binnenkort ook tot het Europese netwerk. Dat zijn onzekere landen.”

“Mijn stelling is dat grotere stroomstoringen, zoals deze, zullen toenemen”, zegt Van der Sluis. “We gaan meer gebruik maken van windenergie en dat is een zeer onzekere leverancier van energie. Het energienetwerk is al heel complex. Windenergie maakt dat met het fluctuerende aanbod alleen maar complexer. Maar we zijn daar wel op aangewezen, omdat de grondstoffen opraken.”

Een ander probleem zou de liberalisering kunnen vormen. “Het Nederlandse energienetwerk is zo’n veertig jaar oud. Er zijn economen die beweren dat we het netwerk ten volle moeten benutten en pas later grote investeringen moeten doen. Zij denken dat we makkelijk energie uit het buitenland kunnen halen. Dat is een heel korte termijnvisie. Want dat maakt je heel kwetsbaar. Je moet investeren in een betrouwbaar systeem.” Van der Sluis werkt aan een groot project om fouten in het systeem, zoals in Duitsland, eerder te zien aankomen. “Hopelijk kan dan eerder actie worden ondernomen, zodat de balans wordt hersteld voordat de stroom eraf ligt.” (RV)

Vijf miljoen Fransen zaten opeens in het donker. Ook in Duitsland, België, Portugal en Spanje moesten de kaarsen aan. In Nederland bleef de schade beperkt. Alleen een deel van Brabant en de Veluwe zat zonder stroom. De Parijse brandweer rukte veertig keer uit om mensen uit vastgelopen liften te bevrijden en de Belgische spoorwegen vervoerden gestrande reizigers met bussen en taxi’s naar hun bestemming. Wat ging er mis?

“In het elektriciteitsnet draait alles om de balanshandhaving”, zegt prof.ir. Lou van der Sluis van elektrotechniek desgevraagd. “Energie kun je namelijk niet goed opslaan, daarom wordt de frequentie in het netwerk constant op vijftig hertz gehouden in ons deel van de wereld. Als meer stroom afgenomen wordt dan kan worden geleverd, dan gaat de frequentie omlaag. In Duitsland waren blijkbaar meerdere problemen ontstaan, het is nog onduidelijk wat precies. Bij een lage frequentie wordt als beveiligingmechanisme de belasting van het net direct afgeschakeld. En dan heb je een stroomstoring.”

Europa werd gesplitst in drie eilanden, elk met een eigen netwerk. De energienetwerken van de West-Europese landen zijn allemaal aan elkaar gekoppeld. Daarom viel de stroom uit in zoveel Europese landen, als een domino-effect. “De interconnectie heeft als groot voordeel dat je leentjebuur kunt spelen. Als er in Nederland een centrale niet werkt, kun je van Duitsland en België ‘lenen’. Maar omdat al die landen in verbinding staan met elkaar, kan een stroomstoring ook heel groot uitpakken.”

Van der Sluis is bezorgd over de uitbreiding van het netwerk. “De Balkanlanden en delen van Rusland horen binnenkort ook tot het Europese netwerk. Dat zijn onzekere landen.”

“Mijn stelling is dat grotere stroomstoringen, zoals deze, zullen toenemen”, zegt Van der Sluis. “We gaan meer gebruik maken van windenergie en dat is een zeer onzekere leverancier van energie. Het energienetwerk is al heel complex. Windenergie maakt dat met het fluctuerende aanbod alleen maar complexer. Maar we zijn daar wel op aangewezen, omdat de grondstoffen opraken.”

Een ander probleem zou de liberalisering kunnen vormen. “Het Nederlandse energienetwerk is zo’n veertig jaar oud. Er zijn economen die beweren dat we het netwerk ten volle moeten benutten en pas later grote investeringen moeten doen. Zij denken dat we makkelijk energie uit het buitenland kunnen halen. Dat is een heel korte termijnvisie. Want dat maakt je heel kwetsbaar. Je moet investeren in een betrouwbaar systeem.” Van der Sluis werkt aan een groot project om fouten in het systeem, zoals in Duitsland, eerder te zien aankomen. “Hopelijk kan dan eerder actie worden ondernomen, zodat de balans wordt hersteld voordat de stroom eraf ligt.” (RV)

Redacteur Redactie

Heb je een vraag of opmerking over dit artikel?

delta@tudelft.nl

Comments are closed.