Onderwijs

Meer internationale studenten

Een hoger collegegeld weerhoudt internationale studenten er niet van zich aan te melden voor een master aan de TU Delft. Op 1 november lag het aantal aanmeldingen een kwart hoger dan vorig jaar.

Stond de teller op 1 november 2009 op 828, nu is dat 1031. Internationale masterstudenten hebben tot 1 april de tijd om zich aan te melden voor een studie aan de TU, maar de universiteit probeert hen over te halen dat eerder te doen.

Daarom geldt dit jaar voor het eerst een application fee van vijftig euro voor studenten die pas na 1 november in actie komen. Elco van Noort, hoofd van het international office, denkt dat de toeslag één van de redenen is waarom het aantal aanmeldingen zoveel groter is.
Die stijging is extra opvallend, omdat het collegegeld voor niet-EU-studenten komend jaar wordt verhoogd van 8800 euro naar 12.500 euro. Aanleiding voor die prijsverhoging is het besluit van de landelijke overheid om de studies van internationale studenten in Nederland vanaf 2015 niet meer te bekostigen.
Over het algemeen betekent een prijsstijging een daling van de vraag, maar volgens Van Noort zijn er in deze markt andere mechanismen van kracht. Internationale studenten weten volgens hem dat kwaliteit een prijs heeft. “Bij een lage prijs vragen ze zich af of er iets aan de hand is.”

Verder is de vijfde plaats op de Times Higher Education-ranglijst erg belangrijk voor een grote toestroom, denkt Van Noort, net als positief gestemde (oud-)studenten. “Zij zijn tevreden, dat maakt het voor ons gemakkelijker goed te scoren”, weet Van Noort.

De 828 aanmeldingen van 1 november 2009 bleken een kwart te vormen van het totale aantal aanmeldingen: 3200. Uiteindelijk kwamen er dit studiejaar zevenhonderd internationale studenten naar Delft. Van Noort verwacht dat de verhouding tussen aanmeldingen en inschrijvingen dit jaar gunstiger zal uitvallen. Met het oog op de financiële crisis verwacht hij voor komend jaar extra veel aanmeldingen vanuit mediterrane landen.

Naam: Jan Anne Annema (48)
Doceert bij: Techniek, Bestuur en Management
Burgerlijke staat: Relatie, een dochter, een konijn waarvan ik het hok altijd schoon moet maken
Vak: Transportbeleid/economie

Zijn eerste college ging helemaal mis. Het was in een grote collegezaal waar hij nog nooit was geweest. Een collega had nog tegen hem gezegd: neem voor de zekerheid je eigen laptop mee. Jan Anne Annema begreep al gauw waarom: niets werkte. De techniek liet hem in de steek.
Gelukkig wist hij van het bestaan van servicepunten af en bleven zijn studenten rustig zitten toen hij er iemand bijhaalde. “Ik kreeg de tip van studenten om naar een andere zaal te gaan. Sindsdien ga ik eerder naar de zaal. Ook probeer ik met het servicepunt te regelen dat alles werkt. Ik ben een enorme computeranalfabeet: F5, alt en shift, ik weet het allemaal niet precies hoor.”

Wat deze afstudeercoördinator en modulemanager wel weet, is dat studenten hem met een negen waarderen. “Ongelofelijk. Misschien is het juist mijn spontaniteit en die houding van mij: ik doe het voor de eerste keer en laat ik maar zien waar het schip strandt.”

Misschien is zijn geheim ook wel dat hij – naar eigen zeggen – ‘heel naïef en onvoorbereid’ college is gaan geven. Ooit, in een grijs verleden, haalde hij zijn eerstegraads bevoegdheid. Hij studeerde scheikunde en is wat dat betreft min of meer ‘verdwaald’ op zijn huidige plek, grapt hij.
Annema werkte hiervoor bij het Milieu- en Natuurplanbureau en, de laatste twee jaar, bij het ministerie van verkeer & waterstaat. Dat blijkt een voordeel te zijn: studenten roemen zijn praktijkvoorbeelden. Zelf noemt hij dat ‘mazzel hebben’. “Er is altijd gesodemieter bij het onderwerp verkeer en waterstaat: files, rekeningrijden, de Noord-Zuidlijn.”

Hij vindt het leuk de discussie aan te gaan en studenten te leren zelfstandig na te denken. “Bij de minister komt een prachtig rapport, maar het eerste wat ik denk is: wie heeft wat geschreven in opdracht van wie? Dat speelt een rol bij hoe conclusies zijn opgeschreven.”

Ziedaar die praktijk. “Vaak zie je dat ministers proberen conclusies van tevoren af te zwakken. TBM-studenten moeten dat spel doorzien. Wie zegt wat en waarom? En wanneer? Timing is belangrijk en ook hoe het wordt gezegd. Je kunt een verhaal natuurlijk op veel verschillende manieren vertellen. Mijn studenten moeten dat weten en positie kiezen. Voor- en nadelen op een rijtje zetten.”

Als studenten vragen stellen, gaat hij er serieus op in. “Ik heb zelf ook gestudeerd en dan wil je duidelijkheid over het vak. Je wilt weten wat je wel en niet moet bestuderen. Daar besteed ik aandacht aan.” En dat blijkt: zijn studenten zeggen dat hij op elke vraag een antwoord heeft.
Als een college een keer niet zo lukt, komt hij er gewoon op terug. “Je merkt al snel aan vragen dat je boodschap niet helder is geweest. Dat kan met moeheid of met onrustige studenten te maken hebben”, zegt hij nuchter.
Misschien ook wel eens met een klassieke beginnersfout: soms heeft hij de neiging om sheets er even door heen te rammen. “Stom genoeg moet je vaak beter nadenken en meer tijd in voorbereiding stoppen om het spontaner te maken. Als je het verhaal vaker gedaan hebt, kun je beter improviseren.” 

Tips

  • Zit dicht tegen de realiteit en de praktijk aan in je voorbeelden en gebruik veel plaatjes
  • Stel vragen, lok studenten uit de tent
  • Wees niet bang om te zeggen dat je even opnieuw begint als het niet gaat.

Transportscenario’s en het geloof in een sprookje
Krijtje of laptop? Jan Anne Annema kiest duidelijk voor de laptop, zo blijkt tijdens zijn gastcollege ‘Transport-scenario’s: de praktijk’. De prille docent vindt het leuk om presentaties met veel afbeeldingen te maken. Hij is zich daarbij bewust van de valkuilen: sheets voor jezelf maken in plaats van voor je publiek, te veel tekst opschrijven, te veel voorlezen.
In die valkuilen is hij vandaag niet getrapt. Hij houdt de aandacht van zijn voornamelijk Aziatische studenten erbij met foto’s, praktijkvoorbeelden, een grafiekje, wat steekwoorden en vooral: vragen.
Vragen als: Dit is het scenario voor de luchtkwaliteit in 2040: wat zou jij doen als je politicus was? Of: wat denk je dat er is gebeurd na deze scenario’s voor de Betuwelijn? De respons is niet altijd even hoog aan het eind van deze middag. Desondanks lijkt Annema zijn gastcollege uit de losse pols te geven: hij ziet zijn PowerPointpresentatie op het scherm oplichten en formuleert ter plekke wat hij kwijt wil. Hij ziet wel waar het schip strandt.
Welnu: dat schip stuit soms op de Engelstaligheid van zijn studenten. Slechts drie studenten blijken Nederlands te verstaan terwijl Annema zelf zijn Engels een zwak punt noemt. Dat blijkt, want hoe leg je in het Engels en al improviserend uit wat het Cultureel Planbureau is? Of een krimpende bevolkingsgroei? Of de Betuwelijn?
Er volgen mooie praktijkvoorbeelden met soms zinnen als: “Should we build a Tweede Maasvlakte? Of: “If you believe in one future, you’re no scientist. Then you believe in a sprookje.”
Af en toe slaat Annema zichzelf voor zijn hoofd en slaakt hij een diepe zucht als hij de juiste vertaling niet tijdig vindt. Zijn boodschap – maak altijd meer scenario’s en wees duidelijk over aannames – komt in ieder geval aan.
Wie na afloop een studente vraagt wat zij van dit college vond, krijgt te horen dat Annema beter is dan andere docenten. Waarom? Zijn verhaal is duidelijk, hij weet de concentratie te vangen, heeft een goede presentatie met veel foto’s en… is funny.

Redacteur Redactie

Heb je een vraag of opmerking over dit artikel?

delta@tudelft.nl

Comments are closed.