Campus

‘Je vindt het mooi of je vindt het niet mooi’

Bob Louwers (25) zorgt in zijn werktijd in de Bibliotheek van de TU voor het functioneren van alle systemen en software. Na het werk is Louwers voorzitter van de Nederlandse Jean Michel Jarre-fanclub.

Zijn liefde voor de elektronische muziek van Frankrijks grootste performer – het woord ‘liefde’ heeft hij al gebruikt voor hij het weet – slokt een flink deel van zijn vrije tijd op. Zeker nu de Nederlandse Jarre-fanclub deze week haar vijfjarig bestaan viert.

Met een eenjarige cursus informatica kwalificeerde Bob Louwers zich een paar jaar terug om als uitzendkracht op de afdeling informatietechnologie van de Bibliotheek te komen werken. Het computersysteem Aubid vergde toen nog enorm veel onderhoud en de tijdelijke baan werd omgezet in een vaste. Louwers omschrijft zijn werk als: ,,Een stuk netwerkbeheer en een stuk helpdesk, eigenlijk het draaiend houden van alle netwerken en pc’s. Het is heel verschillend; ik ben een soort trouble shooter. Dat is hartstikke leuk, maar het gebeurt wel eens dat ik me er aan het begin van de middag al op verheug om na het werk thuis lekker hard Jean Michel Jarre te draaien.”

Hoewel de ongeveer vierhonderd leden van de Jarre-fanclub, die vijf jaar geleden door hem is opgericht, overwegend ,,iets met pc’s doen”, zoals Louwers zegt, vindt hij het in zijn geval te gemakkelijk om zijn voorkeur voor de elektronische muziek van Jarre in verband te brengen met zijn werk in de automatisering. ,,Ik ben helemaal niet geïnteresseerd in synthesizers of chips of zo. Ik heb zelf ook niet een pc met een ontzettende geluidskaart waar ik Jarre-achtige muziek mee maak.”

,,Andere elektronische muziek, zoals van Tangerine Dream of Kraftwerk of noem maar op, daar vind ik meestal veel minder aan. Vooral Tangerine Dream heeft altijd van die langdradige uitgesponnen nummers, gewoon saai.”

Bij Louwers bestond de sympathie voor de muziek van Jarre al voordat hij de informatica in ging. ,,Toen ik een jaar of zeventien was, hoorde ik Jarre wel eens bij een vriend van me. In eerste instantie vond ik die muziek niet zo geweldig, maar die vriend nam het toch voor me op, op de lege eindjes van bandjes met allerlei andere platen erop. Toen begon het te bloeien, de liefde voor die muziek – of nou ja, liefde…”

,,Op een gegeven moment vind je muziek gewoon goed en omdat Jarre nou niet bepaald dagelijks in het nieuws is en ik wel heel nieuwsgierig was naar dingen als wanneer de nieuwe plaat kwam of wanneer er een concert was, besloot ik die fanclub te beginnen. Ik was toen op weg naar een concert in Engeland waar ik toevallig van gehoord had en op de boot ontmoette ik veel fans, die allemaal maar weinig meer van Jarre afwisten dan ikzelf en net zo’n honger naar informatie hadden.”

De fanclub is er nu nog voornamelijk om nieuws over platen en concerten naar buiten te brengen. Louwers zegt: ,,Ik heb daarom ook zo’n hekel aan het woord fanclub, want dat klinkt als meisjes van veertien die helemaal gek zijn van een artiest en flauwvallen en aaah!”, zegt hij wapperend met zijnhanden.”

Na officiële erkenning door Jarre himself, tijdens een vluchtige ontmoeting op een expositie in Parijs, was de fanclub van Bob Louwers de eerste echte Jarre fanclub ter wereld.
Dieper

Jean Michel Jarre was op dat moment al meer dan tien jaar overal ter wereld bekend door zijn spectaculaire shows. Begonnen als klassiek geschoolde componist van met name filmmuziek werden zijn eerste twee platen zo goed verkocht dat zijn eerste concert in 1979 op het Parijse Place de la Concorde een miljoen bezoekers en honderd miljoen televisiekijkers trok. Maar een Franse fanclub is er nog steeds niet. ,,Ze zijn daar heel huiverig voor fanclubs nadat er een keer een hele hoop fans van een of andere artiest door een club zijn opgelicht, waarna de artiest zelf heeft mee moeten betalen aan de schade.”

Bovendien denkt Louwers dat veel van de Franse Jarre fans meer chauvinist dan muziekliefhebber zijn. ,,Hij werd pas populair in Frankrijk toen hij populair was in de rest van de wereld. Zo gaat dat daar met artiesten.” Het is natuurlijk ook geen muziek die iedereen leuk vindt. ,,De meeste mensen hebben er moeite mee dat er geen zang bij zit”, licht Louwers toe. Hij vindt wel dat de melodieën van Jarre bepaald gunstig afsteken bij die van andere elektronische muziek uit de jaren tachtig.

,,De meeste mensen kennen de melodieën wel, maar koppelen de naam er niet aan. Jarre is eigenlijk de enige die het echt gemaakt heeft van al die mensen die tegen het eind van de jaren zeventig, toen de synthesizer net nieuw was, dat soort muziek gingen maken.” Volgens Louwers ligt dat aan de kwaliteit van de composities van Jarre: spannender dan Tangerine Dream en beter in het gehoor liggend dan Kraftwerk. Louwers zoekt naar woorden. ,,Jarre weet er steeds weer iets speciaals van te maken. Ook nu de synthesizer niet meer uit de popmuziek weg te denken is en iedere boerenlul in feite elektronische muziek kan maken, heeft de muziek van Jarre iets… een diepere gang.”
Vier spoortjes

Zijn het dan alleen de composities die het hem doen? ,,Ik heb er nooit zo over nagedacht of ik die muziek ook goed zou vinden als die niet elektronisch was. Als Jarre viool had gespeeld, dan zou het best kunnen zijn dat ik die composities te vreemd zou vinden. In elk geval heeft het er niets mee te maken dat ik een vreselijk georganiseerd iemand zou zijn of zoiets. Dat is Jarre zelf ook niet. In die begintijd aan het eind van de jaren zeventig, toen heeft hij alles zelf in moeten spelen, op maar vier spoortjes. Dat ging toen nog allemaal niet automatisch. Het werd pas echt strak, doorgerekend en georganiseerd bij de concerten. De beelden moeten natuurlijk precies goed getimed zijn met de muziek.”

Louwers vindt dat de muziek van Jarre zich ook bij uitstek laat lenen voor de ondersteuning door beelden, zoals gebeurt tijdens de shows. ,,Als je naar sommige platen luistert, Equinoxe of Oxygene bijvoorbeeld… daar passen beelden gewoonheel goed bij. Het is ook vaak zo dat Jarre’s muziek gebruikt wordt bij beelden, bij lasershows of in documentaires bijvoorbeeld.” Jarre is niet voor niets vaker op de tv te horen dan op de radio.

Over de muziek van Jarre is het meeste te horen op Internet. In een aparte e-mail brievenbus (jarre@cs.uwp.edu) zitten allerlei nieuwsberichten over concerten en bijeenkomsten en zelfs zijn er uitgebreide analyses van Jarres composities. ,,Dat is misschien iets voor mensen die proberen om hem na te spelen. Bij de viering van het lustrum, komend weekend, komt een band spelen en hebben we dia’s en lichtbeelden, ongeveer zoals Jarre die gebruikt. Het is geen Jarre, maar mensen die van Jarre houden zullen het prachtig vinden. Daar gaat het om. Ik vind het best leuk om met vrienden over Jarre te praten, maar ik hoef het niet helemaal te analyseren. Je vindt het mooi of je vindt het niet mooi.” (S.v.d.V.)

Sjoerd van der Veen

Bob Louwers (25) zorgt in zijn werktijd in de Bibliotheek van de TU voor het functioneren van alle systemen en software. Na het werk is Louwers voorzitter van de Nederlandse Jean Michel Jarre-fanclub. Zijn liefde voor de elektronische muziek van Frankrijks grootste performer – het woord ‘liefde’ heeft hij al gebruikt voor hij het weet – slokt een flink deel van zijn vrije tijd op. Zeker nu de Nederlandse Jarre-fanclub deze week haar vijfjarig bestaan viert.

Met een eenjarige cursus informatica kwalificeerde Bob Louwers zich een paar jaar terug om als uitzendkracht op de afdeling informatietechnologie van de Bibliotheek te komen werken. Het computersysteem Aubid vergde toen nog enorm veel onderhoud en de tijdelijke baan werd omgezet in een vaste. Louwers omschrijft zijn werk als: ,,Een stuk netwerkbeheer en een stuk helpdesk, eigenlijk het draaiend houden van alle netwerken en pc’s. Het is heel verschillend; ik ben een soort trouble shooter. Dat is hartstikke leuk, maar het gebeurt wel eens dat ik me er aan het begin van de middag al op verheug om na het werk thuis lekker hard Jean Michel Jarre te draaien.”

Hoewel de ongeveer vierhonderd leden van de Jarre-fanclub, die vijf jaar geleden door hem is opgericht, overwegend ,,iets met pc’s doen”, zoals Louwers zegt, vindt hij het in zijn geval te gemakkelijk om zijn voorkeur voor de elektronische muziek van Jarre in verband te brengen met zijn werk in de automatisering. ,,Ik ben helemaal niet geïnteresseerd in synthesizers of chips of zo. Ik heb zelf ook niet een pc met een ontzettende geluidskaart waar ik Jarre-achtige muziek mee maak.”

,,Andere elektronische muziek, zoals van Tangerine Dream of Kraftwerk of noem maar op, daar vind ik meestal veel minder aan. Vooral Tangerine Dream heeft altijd van die langdradige uitgesponnen nummers, gewoon saai.”

Bij Louwers bestond de sympathie voor de muziek van Jarre al voordat hij de informatica in ging. ,,Toen ik een jaar of zeventien was, hoorde ik Jarre wel eens bij een vriend van me. In eerste instantie vond ik die muziek niet zo geweldig, maar die vriend nam het toch voor me op, op de lege eindjes van bandjes met allerlei andere platen erop. Toen begon het te bloeien, de liefde voor die muziek – of nou ja, liefde…”

,,Op een gegeven moment vind je muziek gewoon goed en omdat Jarre nou niet bepaald dagelijks in het nieuws is en ik wel heel nieuwsgierig was naar dingen als wanneer de nieuwe plaat kwam of wanneer er een concert was, besloot ik die fanclub te beginnen. Ik was toen op weg naar een concert in Engeland waar ik toevallig van gehoord had en op de boot ontmoette ik veel fans, die allemaal maar weinig meer van Jarre afwisten dan ikzelf en net zo’n honger naar informatie hadden.”

De fanclub is er nu nog voornamelijk om nieuws over platen en concerten naar buiten te brengen. Louwers zegt: ,,Ik heb daarom ook zo’n hekel aan het woord fanclub, want dat klinkt als meisjes van veertien die helemaal gek zijn van een artiest en flauwvallen en aaah!”, zegt hij wapperend met zijnhanden.”

Na officiële erkenning door Jarre himself, tijdens een vluchtige ontmoeting op een expositie in Parijs, was de fanclub van Bob Louwers de eerste echte Jarre fanclub ter wereld.
Dieper

Jean Michel Jarre was op dat moment al meer dan tien jaar overal ter wereld bekend door zijn spectaculaire shows. Begonnen als klassiek geschoolde componist van met name filmmuziek werden zijn eerste twee platen zo goed verkocht dat zijn eerste concert in 1979 op het Parijse Place de la Concorde een miljoen bezoekers en honderd miljoen televisiekijkers trok. Maar een Franse fanclub is er nog steeds niet. ,,Ze zijn daar heel huiverig voor fanclubs nadat er een keer een hele hoop fans van een of andere artiest door een club zijn opgelicht, waarna de artiest zelf heeft mee moeten betalen aan de schade.”

Bovendien denkt Louwers dat veel van de Franse Jarre fans meer chauvinist dan muziekliefhebber zijn. ,,Hij werd pas populair in Frankrijk toen hij populair was in de rest van de wereld. Zo gaat dat daar met artiesten.” Het is natuurlijk ook geen muziek die iedereen leuk vindt. ,,De meeste mensen hebben er moeite mee dat er geen zang bij zit”, licht Louwers toe. Hij vindt wel dat de melodieën van Jarre bepaald gunstig afsteken bij die van andere elektronische muziek uit de jaren tachtig.

,,De meeste mensen kennen de melodieën wel, maar koppelen de naam er niet aan. Jarre is eigenlijk de enige die het echt gemaakt heeft van al die mensen die tegen het eind van de jaren zeventig, toen de synthesizer net nieuw was, dat soort muziek gingen maken.” Volgens Louwers ligt dat aan de kwaliteit van de composities van Jarre: spannender dan Tangerine Dream en beter in het gehoor liggend dan Kraftwerk. Louwers zoekt naar woorden. ,,Jarre weet er steeds weer iets speciaals van te maken. Ook nu de synthesizer niet meer uit de popmuziek weg te denken is en iedere boerenlul in feite elektronische muziek kan maken, heeft de muziek van Jarre iets… een diepere gang.”
Vier spoortjes

Zijn het dan alleen de composities die het hem doen? ,,Ik heb er nooit zo over nagedacht of ik die muziek ook goed zou vinden als die niet elektronisch was. Als Jarre viool had gespeeld, dan zou het best kunnen zijn dat ik die composities te vreemd zou vinden. In elk geval heeft het er niets mee te maken dat ik een vreselijk georganiseerd iemand zou zijn of zoiets. Dat is Jarre zelf ook niet. In die begintijd aan het eind van de jaren zeventig, toen heeft hij alles zelf in moeten spelen, op maar vier spoortjes. Dat ging toen nog allemaal niet automatisch. Het werd pas echt strak, doorgerekend en georganiseerd bij de concerten. De beelden moeten natuurlijk precies goed getimed zijn met de muziek.”

Louwers vindt dat de muziek van Jarre zich ook bij uitstek laat lenen voor de ondersteuning door beelden, zoals gebeurt tijdens de shows. ,,Als je naar sommige platen luistert, Equinoxe of Oxygene bijvoorbeeld… daar passen beelden gewoonheel goed bij. Het is ook vaak zo dat Jarre’s muziek gebruikt wordt bij beelden, bij lasershows of in documentaires bijvoorbeeld.” Jarre is niet voor niets vaker op de tv te horen dan op de radio.

Over de muziek van Jarre is het meeste te horen op Internet. In een aparte e-mail brievenbus (jarre@cs.uwp.edu) zitten allerlei nieuwsberichten over concerten en bijeenkomsten en zelfs zijn er uitgebreide analyses van Jarres composities. ,,Dat is misschien iets voor mensen die proberen om hem na te spelen. Bij de viering van het lustrum, komend weekend, komt een band spelen en hebben we dia’s en lichtbeelden, ongeveer zoals Jarre die gebruikt. Het is geen Jarre, maar mensen die van Jarre houden zullen het prachtig vinden. Daar gaat het om. Ik vind het best leuk om met vrienden over Jarre te praten, maar ik hoef het niet helemaal te analyseren. Je vindt het mooi of je vindt het niet mooi.” (S.v.d.V.)

Sjoerd van der Veen

Redacteur Redactie

Heb je een vraag of opmerking over dit artikel?

delta@tudelft.nl

Comments are closed.