Campus

Ik ben altijd techneut gebleven

Universiteiten moeten beter hun best doen om studenten te interesseren voor een technische studie, vindt staatssecretaris Karien van Gennip van Economische Zaken, die zelf natuurkunde studeerde in Delft.

Als het aan haar ligt, krijgen straks meer techneuten de kans om een eigen bedrijf te starten. ,,Eenderde van de innovatie in Nederland komt van technostarters.”

U studeerde technische natuurkunde in Delft. Heeft u nog wat aan die kennis?

,,Ik heb op de TU geleerd om analytisch te denken, problemen uiteen te rafelen en daar oplossingen voor te zoeken. Die kennis kan ik nu goed gebruiken. Overigens heeft ook mijn ervaring in het bedrijfsleven nieuwe inzichten gebracht. Feeling voor techniek helpt in de discussie over innovatie en technostarters. Het is handig als je weet wat een nieuw computerprogramma is als je in een fabriek iets wilt stroomlijnen, of dat je je wat kunt voorstellen bij fundamentele research. Je kunt de discussie wat meer vanuit je eigen ervaring voeren.”

Een paar maanden geleden ging het Innovatieplatform van start, met premier Balkenende als voorzitter. Het platform wil de technologische vernieuwing in Nederland stimuleren. Vindt u het jammer dat u hier niet in zit?

,,Van het kabinet zitten verder alleen de ministers van economische zaken en onderwijs erin, maar ik ben er natuurlijk wel nauw bij betrokken. Het voorstel over technostarters zal van mij komen. Eenderde van de innovatie in Nederland komt van technostarters, dus het is belangrijk om die te stimuleren. We willen dat meer studenten, promovendi of mensen die al een paar jaar afgestudeerd zijn een eigen bedrijf beginnen, met een focus op technologie. We willen sowieso meer starters in Nederland, dat is goed voor de werkgelegenheid en de economie en dynamiek. Het aantal technostarters van universiteiten is lager dan in de ons omringende landen. Daar willen we wat aan doen.”

Wat houden die plannen concreet in?

,,Mensen die een bedrijf beginnen, hebben moeite om hun technische uitvinding te commercialiseren. Daarom willen we het ondernemerschap bevorderen op de universiteit, als vak. We zijn aan het kijken naar de manier waarop we technostarters kunnen financieren. De eerste 20 à 30 duizend euro kost hen vaak geen moeite, maar wel om de grotere bedragen te krijgen als ze eenmaal wat verder zijn. Ook willen we de kennisexploitatie bevorderen door te zorgen dat universiteiten instrumenten kunnen aanschaffen die door verschillende starters gebruikt kunnen worden. Geen schaartjes ofzo, maar grote apparaten. Daar komt extra geld voor beschikbaar.”

U verwacht veel van de samenwerking van de drie technische universiteiten. Binnen de TU Delft roept de samenwerking met de andere twee TU’s niet altijd even enthousiaste reacties op. Sommigen zien meer in samenwerking met bijvoorbeeld Leiden. Niet alleen vanwege de regiofunctie, maar ook omdat Leiden en Delft al opleidingen samen doen.

,,Het moet allebei kunnen. Naast de samenwerking tussen verschillende technische universiteiten, nationaal of internationaal, moet je samenwerking zoeken met niet-technische universiteiten. Zodat je kennis die je in Delft hebt, combineert met kennis die er in Rotterdam of Leiden is. Samenwerking met het bedrijfsleven is ook belangrijk, al zal dat vooral in het midden- en kleinbedrijf moeten. De samenwerking met grote bedrijven verloopt al goed, die weten de weg naar de universiteiten al te vinden. Zij financieren al allerlei vakken en via de tweede en derde geldstroom ook onderzoeken.”

Technische studies zijn niet populair in Nederland. Hoe kunnen we techniek ‘hipper’ maken?

,,Een TU moet daar zelf een strategie voor bedenken: het gaat niet goed met het imago van onze studies, we krijgen steeds minder studenten, wat kunnen we daar aan doen? Samenwerking is een manier, maar je kunt ook laten zien hoe leuk techniek is. Je moet op zoek naar mensen die techniek leuk vinden, die dat willen uitdragen, zodat je weer meer technische studenten krijgt. Mensen zoals ik. Ik ben een staatssecretaris die het leuk vindt om techneut te zijn en die geen genoeg kan krijgen van allerlei gadgets.”

Wat komt u doen op de Technologiedag?

,,Ik ga laten zien hoe leuk technologie is. Zelfs al doe je er later niets meer mee in je beroep. Ik ben geen ingenieur geworden, maar de interesse heb ik wel gehouden. Ik heb bewondering voor mensen die er wel in doorgaan, die dingen uitvinden.”

U doet nu niets meer met techniek. Mist u dat niet?

,,Nee, want ik heb er via innovatie en starters toch weer mee te maken. Na mijn afstuderen ben ik gelijk het bedrijfsleven ingegaan. Ik ben wel altijd bezig gebleven met techniek en heb die interesse gehouden. Niet alleen omdat ik met een techneut ben getrouwd, maar veel vrienden zijn techneuten. Dus je blijft praten over nieuwe ontwikkelingen. Als iemand trots komt vertellen dat ze de nieuwe biertap van Heineken heeft ontwikkeld, en wat voor materialen ervoor nodig zijn, en hoe die bierdruk werkt. Daar is ze twee jaar mee bezig geweest. Ze mocht nooit vertellen wat ze deed, en nu kan ze het vertellen. Dat zijn leuke gesprekken.”

Wouter Bos heeft ooit gezegd dat hij voor Shell koos omdat hij wel eens wilde weten of hij aan de hoge eisen van dat bedrijf kon voldoen. Speelde zoiets ook mee in uw beslissing om bij McKinsey te gaan werken?

,,Het was wel zo dat je wat was, als je bij McKinsey ging werken. Dus dat speelde natuurlijk wel mee. Maar ik heb nog nooit iets gedaan puur om te kijken of ik aan de hoge eisen kon voldoen. Een van de redenen dat ik natuurkunde ben gaan doen, was dat ik iets moeilijks wilde studeren. Omdat het een uitdaging was. Ook omdat ik natuurkunde heel interessant vond natuurlijk. De studie is niet tegengevallen, ik denk dat natuurkunde een van de leukere studies is.”

Toch hebt u geen technisch beroep gekozen.

,,Nee, en dat zal ook niet meer zo snel gebeuren. Daarvoor ben ik er te lang uit. Ik voel me heel snel thuis in een technische omgeving. Stel dat ik naar het bedrijfsleven terugga, dan zal het in een technische omgeving zijn.”

Bent u al gewend aan de Haagse politieke cultuur?

,,Of je in Delft studeert of werkt, bij McKinsey werkt of in de politiek zit, elke groep of organisatie waar je komt kent zijn eigen cultuur. Daar moet je aan wennen, maar dat moet je ook als je als socioloog de politiek ingaat. Beslissingen in het bedrijfsleven zijn vaak een- of tweedimensionaal. Er zijn een paar belangrijke dingen die spelen, waarop je de beslissing baseert. In de politiek heb je soms met tientallen belangen te maken die je tegen elkaar moet afwegen. En dat maakt de beslissing gecompliceerder. En ook interessanter, trouwens. Soms moet je dingen tegen elkaar afwegen die heel moeilijk vergelijkbaar zijn. Zoals geld tegen sociale impact. In het bedrijfsleven kun je bijna alles in geld uitdrukken, bij politieke beslissingen zitten ook vaak ethische en morele aspecten aan. Hoe je inkomen en welvaart herverdeelt, dat is iets anders dan een beslissing nemen waar je het meeste geld mee verdient.”

Uw vader, mr. Jos van Gennip, zit in de Eerste Kamer voor het CDA. Is hij een inspiratiebron geweest?

,,Ja, maar mijn moeder ook. Mijn moeder is zeer maatschappelijk betrokken. De discussies bij ons thuis, zowel met mijn ouders als met mijn zusjes, gaan al zolang ik me kan herinneren over maatschappelijke kwesties. De keus voor het CDA lag voor de hand, maar ik ben pas lid geworden van de partij toen het heel slecht ging met het CDA.”

U bent nu een half jaar staatssecretaris. Hoe bevalt het tot nog toe?

,,Het is natuurlijk verschrikkelijk druk, maar dat maakt het ook leuk. Lekker hectisch. Ik zoek altijd nieuwe uitdagingen. Ik denk dat de ervaring in de Delftse universiteitsraad me goed van pas is gekomen. Ik heb al een jaar aan den lijve ondervonden wat politiek is. Weliswaar in een andere setting, maar je leert wat moties en amendementen zijn, wat onderhandelen is.”

Toen u lid was van de universiteitsraad was u tegenstander van het uitkleden van de bevoegdheden van de U-raad. Zodat de universiteit slagvaardiger en dynamischer kon opereren in ‘de markt’. Nu zou u daar misschien niet meer zo hard voor strijden?

,,Ik ben voor of tegen veel dingen geweest, het is twaalf jaar geleden en de wereld is ook een beetje veranderd. Overigens ben ik ontzettend blij dat we toen hebben ingezet tegen de vijfjarige cursusduur. Kijk maar eens wat ervan gekomen is. We waren toen ook tegen de invoering van de OV-jaarkaart en nu die dreigt afgeschaft te worden, zijn studenten weer tegen afschaffing. Zo zie je maar hoe de tijden veranderen.”

Woonde u in Delft in uw studententijd?

,,Ja, dus ik had geen OV-kaart nodig. Door lid te worden van het corps heb ik een jaarclub van vriendinnen gekregen die dat nu nog bijna allemaal zijn. Bij natuurkunde zaten nauwelijks meisjes, je komt wel in een mannenwereld terecht. Wel allemaal leuke mannen natuurlijk. Eentje was zo leuk, dat ik ermee ben getrouwd.”

U gaat eind januari met zwangerschapsverlof en bent in april uitgerekend. Hoe gaat u werk en gezin combineren? Wordt u de eerste parttime staatssecretaris?

,,Dat moeten we nog maar even zien, we zijn het nu allemaal aan het bedenken. Het is ons eerste kind, dus we hebben er nog geen ervaring mee. Wordt vervolgd.”

www.technologiedag.tudelft.nl

WIE IS KARIEN VAN GENNIP?

Ir. C.E.G. (Karien) van Gennip MBA (1968, Leidschendam) is sinds 27 mei 2003 staatssecretaris van economische zaken. Na het afronden van het vwo aan het Aloysius College in Den Haag ging ze technische natuurkunde studeren in Delft. Tijdens haar studie was ze actief bij Oras en lid van het Delfts Studenten Corps. Ze studeerde af bij het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieuhygiene in De Bilt.

Na haar afstuderen in 1993 deed ze Master of Business Administration (MBA) bij het European Institute of Business Administratioen in Fontainebleau. Ze werkte bij McKinsey en bij de Autoriteit Financiële Markten en was bestuurslid van het CDA in Amsterdam.

Karien van Gennip is gehuwd met een Delftse alumnus elektrotechniek en verwacht in het voorjaar haar eerste kind. Ze spreekt aanstaande zaterdag op de TU Delft tijdens de Technologiedag 2003.

Universiteiten moeten beter hun best doen om studenten te interesseren voor een technische studie, vindt staatssecretaris Karien van Gennip van Economische Zaken, die zelf natuurkunde studeerde in Delft. Als het aan haar ligt, krijgen straks meer techneuten de kans om een eigen bedrijf te starten. ,,Eenderde van de innovatie in Nederland komt van technostarters.”

U studeerde technische natuurkunde in Delft. Heeft u nog wat aan die kennis?

,,Ik heb op de TU geleerd om analytisch te denken, problemen uiteen te rafelen en daar oplossingen voor te zoeken. Die kennis kan ik nu goed gebruiken. Overigens heeft ook mijn ervaring in het bedrijfsleven nieuwe inzichten gebracht. Feeling voor techniek helpt in de discussie over innovatie en technostarters. Het is handig als je weet wat een nieuw computerprogramma is als je in een fabriek iets wilt stroomlijnen, of dat je je wat kunt voorstellen bij fundamentele research. Je kunt de discussie wat meer vanuit je eigen ervaring voeren.”

Een paar maanden geleden ging het Innovatieplatform van start, met premier Balkenende als voorzitter. Het platform wil de technologische vernieuwing in Nederland stimuleren. Vindt u het jammer dat u hier niet in zit?

,,Van het kabinet zitten verder alleen de ministers van economische zaken en onderwijs erin, maar ik ben er natuurlijk wel nauw bij betrokken. Het voorstel over technostarters zal van mij komen. Eenderde van de innovatie in Nederland komt van technostarters, dus het is belangrijk om die te stimuleren. We willen dat meer studenten, promovendi of mensen die al een paar jaar afgestudeerd zijn een eigen bedrijf beginnen, met een focus op technologie. We willen sowieso meer starters in Nederland, dat is goed voor de werkgelegenheid en de economie en dynamiek. Het aantal technostarters van universiteiten is lager dan in de ons omringende landen. Daar willen we wat aan doen.”

Wat houden die plannen concreet in?

,,Mensen die een bedrijf beginnen, hebben moeite om hun technische uitvinding te commercialiseren. Daarom willen we het ondernemerschap bevorderen op de universiteit, als vak. We zijn aan het kijken naar de manier waarop we technostarters kunnen financieren. De eerste 20 à 30 duizend euro kost hen vaak geen moeite, maar wel om de grotere bedragen te krijgen als ze eenmaal wat verder zijn. Ook willen we de kennisexploitatie bevorderen door te zorgen dat universiteiten instrumenten kunnen aanschaffen die door verschillende starters gebruikt kunnen worden. Geen schaartjes ofzo, maar grote apparaten. Daar komt extra geld voor beschikbaar.”

U verwacht veel van de samenwerking van de drie technische universiteiten. Binnen de TU Delft roept de samenwerking met de andere twee TU’s niet altijd even enthousiaste reacties op. Sommigen zien meer in samenwerking met bijvoorbeeld Leiden. Niet alleen vanwege de regiofunctie, maar ook omdat Leiden en Delft al opleidingen samen doen.

,,Het moet allebei kunnen. Naast de samenwerking tussen verschillende technische universiteiten, nationaal of internationaal, moet je samenwerking zoeken met niet-technische universiteiten. Zodat je kennis die je in Delft hebt, combineert met kennis die er in Rotterdam of Leiden is. Samenwerking met het bedrijfsleven is ook belangrijk, al zal dat vooral in het midden- en kleinbedrijf moeten. De samenwerking met grote bedrijven verloopt al goed, die weten de weg naar de universiteiten al te vinden. Zij financieren al allerlei vakken en via de tweede en derde geldstroom ook onderzoeken.”

Technische studies zijn niet populair in Nederland. Hoe kunnen we techniek ‘hipper’ maken?

,,Een TU moet daar zelf een strategie voor bedenken: het gaat niet goed met het imago van onze studies, we krijgen steeds minder studenten, wat kunnen we daar aan doen? Samenwerking is een manier, maar je kunt ook laten zien hoe leuk techniek is. Je moet op zoek naar mensen die techniek leuk vinden, die dat willen uitdragen, zodat je weer meer technische studenten krijgt. Mensen zoals ik. Ik ben een staatssecretaris die het leuk vindt om techneut te zijn en die geen genoeg kan krijgen van allerlei gadgets.”

Wat komt u doen op de Technologiedag?

,,Ik ga laten zien hoe leuk technologie is. Zelfs al doe je er later niets meer mee in je beroep. Ik ben geen ingenieur geworden, maar de interesse heb ik wel gehouden. Ik heb bewondering voor mensen die er wel in doorgaan, die dingen uitvinden.”

U doet nu niets meer met techniek. Mist u dat niet?

,,Nee, want ik heb er via innovatie en starters toch weer mee te maken. Na mijn afstuderen ben ik gelijk het bedrijfsleven ingegaan. Ik ben wel altijd bezig gebleven met techniek en heb die interesse gehouden. Niet alleen omdat ik met een techneut ben getrouwd, maar veel vrienden zijn techneuten. Dus je blijft praten over nieuwe ontwikkelingen. Als iemand trots komt vertellen dat ze de nieuwe biertap van Heineken heeft ontwikkeld, en wat voor materialen ervoor nodig zijn, en hoe die bierdruk werkt. Daar is ze twee jaar mee bezig geweest. Ze mocht nooit vertellen wat ze deed, en nu kan ze het vertellen. Dat zijn leuke gesprekken.”

Wouter Bos heeft ooit gezegd dat hij voor Shell koos omdat hij wel eens wilde weten of hij aan de hoge eisen van dat bedrijf kon voldoen. Speelde zoiets ook mee in uw beslissing om bij McKinsey te gaan werken?

,,Het was wel zo dat je wat was, als je bij McKinsey ging werken. Dus dat speelde natuurlijk wel mee. Maar ik heb nog nooit iets gedaan puur om te kijken of ik aan de hoge eisen kon voldoen. Een van de redenen dat ik natuurkunde ben gaan doen, was dat ik iets moeilijks wilde studeren. Omdat het een uitdaging was. Ook omdat ik natuurkunde heel interessant vond natuurlijk. De studie is niet tegengevallen, ik denk dat natuurkunde een van de leukere studies is.”

Toch hebt u geen technisch beroep gekozen.

,,Nee, en dat zal ook niet meer zo snel gebeuren. Daarvoor ben ik er te lang uit. Ik voel me heel snel thuis in een technische omgeving. Stel dat ik naar het bedrijfsleven terugga, dan zal het in een technische omgeving zijn.”

Bent u al gewend aan de Haagse politieke cultuur?

,,Of je in Delft studeert of werkt, bij McKinsey werkt of in de politiek zit, elke groep of organisatie waar je komt kent zijn eigen cultuur. Daar moet je aan wennen, maar dat moet je ook als je als socioloog de politiek ingaat. Beslissingen in het bedrijfsleven zijn vaak een- of tweedimensionaal. Er zijn een paar belangrijke dingen die spelen, waarop je de beslissing baseert. In de politiek heb je soms met tientallen belangen te maken die je tegen elkaar moet afwegen. En dat maakt de beslissing gecompliceerder. En ook interessanter, trouwens. Soms moet je dingen tegen elkaar afwegen die heel moeilijk vergelijkbaar zijn. Zoals geld tegen sociale impact. In het bedrijfsleven kun je bijna alles in geld uitdrukken, bij politieke beslissingen zitten ook vaak ethische en morele aspecten aan. Hoe je inkomen en welvaart herverdeelt, dat is iets anders dan een beslissing nemen waar je het meeste geld mee verdient.”

Uw vader, mr. Jos van Gennip, zit in de Eerste Kamer voor het CDA. Is hij een inspiratiebron geweest?

,,Ja, maar mijn moeder ook. Mijn moeder is zeer maatschappelijk betrokken. De discussies bij ons thuis, zowel met mijn ouders als met mijn zusjes, gaan al zolang ik me kan herinneren over maatschappelijke kwesties. De keus voor het CDA lag voor de hand, maar ik ben pas lid geworden van de partij toen het heel slecht ging met het CDA.”

U bent nu een half jaar staatssecretaris. Hoe bevalt het tot nog toe?

,,Het is natuurlijk verschrikkelijk druk, maar dat maakt het ook leuk. Lekker hectisch. Ik zoek altijd nieuwe uitdagingen. Ik denk dat de ervaring in de Delftse universiteitsraad me goed van pas is gekomen. Ik heb al een jaar aan den lijve ondervonden wat politiek is. Weliswaar in een andere setting, maar je leert wat moties en amendementen zijn, wat onderhandelen is.”

Toen u lid was van de universiteitsraad was u tegenstander van het uitkleden van de bevoegdheden van de U-raad. Zodat de universiteit slagvaardiger en dynamischer kon opereren in ‘de markt’. Nu zou u daar misschien niet meer zo hard voor strijden?

,,Ik ben voor of tegen veel dingen geweest, het is twaalf jaar geleden en de wereld is ook een beetje veranderd. Overigens ben ik ontzettend blij dat we toen hebben ingezet tegen de vijfjarige cursusduur. Kijk maar eens wat ervan gekomen is. We waren toen ook tegen de invoering van de OV-jaarkaart en nu die dreigt afgeschaft te worden, zijn studenten weer tegen afschaffing. Zo zie je maar hoe de tijden veranderen.”

Woonde u in Delft in uw studententijd?

,,Ja, dus ik had geen OV-kaart nodig. Door lid te worden van het corps heb ik een jaarclub van vriendinnen gekregen die dat nu nog bijna allemaal zijn. Bij natuurkunde zaten nauwelijks meisjes, je komt wel in een mannenwereld terecht. Wel allemaal leuke mannen natuurlijk. Eentje was zo leuk, dat ik ermee ben getrouwd.”

U gaat eind januari met zwangerschapsverlof en bent in april uitgerekend. Hoe gaat u werk en gezin combineren? Wordt u de eerste parttime staatssecretaris?

,,Dat moeten we nog maar even zien, we zijn het nu allemaal aan het bedenken. Het is ons eerste kind, dus we hebben er nog geen ervaring mee. Wordt vervolgd.”

www.technologiedag.tudelft.nl

WIE IS KARIEN VAN GENNIP?

Ir. C.E.G. (Karien) van Gennip MBA (1968, Leidschendam) is sinds 27 mei 2003 staatssecretaris van economische zaken. Na het afronden van het vwo aan het Aloysius College in Den Haag ging ze technische natuurkunde studeren in Delft. Tijdens haar studie was ze actief bij Oras en lid van het Delfts Studenten Corps. Ze studeerde af bij het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieuhygiene in De Bilt.

Na haar afstuderen in 1993 deed ze Master of Business Administration (MBA) bij het European Institute of Business Administratioen in Fontainebleau. Ze werkte bij McKinsey en bij de Autoriteit Financiële Markten en was bestuurslid van het CDA in Amsterdam.

Karien van Gennip is gehuwd met een Delftse alumnus elektrotechniek en verwacht in het voorjaar haar eerste kind. Ze spreekt aanstaande zaterdag op de TU Delft tijdens de Technologiedag 2003.

Redacteur Redactie

Heb je een vraag of opmerking over dit artikel?

delta@tudelft.nl

Comments are closed.