De TU-wijk als weiland met kassen, een stoomtram door de binnenstad en de vader van schaker Jan Timman als hoogleraar. Mevrouw Frédérique Schouten heeft alles nog meegemaakt.
Vorige week werd ze honderd.
Al sinds 1951 woont de weduwe van professor J.P. Schouten, ooit hoogleraar bij elektrotechniek, op het Poortlandplein, tegenover de kerk. Nog altijd zelfstandig, in een van de huizen die na de oorlog voor nieuwe hoogleraren gebouwd werden. ,,Ik ben de enige die hier vanaf het begin woont.”
Vorige week kreeg ze ter gelegenheid van haar verjaardag een bloemetje van de rector magnificus. ,,Ik kende meneer Fokkema persoonlijk, hoor”, zegt ze kwiek. ,,Hij is bevriend met mijn zoon. Ik denk dat hij goede dingen voor de universiteit zal gaan doen. Het is een heel flinke man.”
Ondanks haar leeftijd straalt ze nog een jeugdige assertiviteit uit. Ze loopt zonder hulpmiddelen en houdt van breien (,,Iedereen wil sokken van mij hebben”). En van praten, trouwens. Over politiek en over de maatschappij, over de universiteit, over haar leven. Ze vertelt hoe er elk jaar studentenbesturen met het echtpaar Schouten kwamen kennismaken. En dat die dan ook iets te drinken en te eten wilden. ,, Maar ik had geen zin die jongens allemaal te bedienen, dus liet ik ze lootjes trekken: degene die het papiertje trok waarop ik een schortje had getekend, moest mij helpen.”
Zelf was ze ook actief binnen de TU-gemeenschap. Ze was betrokken bij de oprichting van de vereniging voor hoogleraarvrouwen. ,,Zo kon ik wat regelen. Ik was secretaris. Nee, president had ik niet willen zijn. Voor zo’n functie heb je een imposant iemand nodig, en ik ben natuurlijk maar een klein figuurtje.”
Met de vereniging werden excursies gemaakt en lezingen bijgewoond. Soms vond ze het te elitair worden. ,,Sommige hoogleraarvrouwen voelden zich verheven. Ik vond dat belachelijk. Het is toch niet hun verdienste dat hun man hoogleraar is? En dat zei ik dan ook. Ik neem geen blad voor de mond. Nu helemaal niet meer. Als je zo oud bent als ik kan dat. Dat recht heb ik me maar toegeëigend.”
De TU-wijk als weiland met kassen, een stoomtram door de binnenstad en de vader van schaker Jan Timman als hoogleraar. Mevrouw Frédérique Schouten heeft alles nog meegemaakt. Vorige week werd ze honderd.
Al sinds 1951 woont de weduwe van professor J.P. Schouten, ooit hoogleraar bij elektrotechniek, op het Poortlandplein, tegenover de kerk. Nog altijd zelfstandig, in een van de huizen die na de oorlog voor nieuwe hoogleraren gebouwd werden. ,,Ik ben de enige die hier vanaf het begin woont.”
Vorige week kreeg ze ter gelegenheid van haar verjaardag een bloemetje van de rector magnificus. ,,Ik kende meneer Fokkema persoonlijk, hoor”, zegt ze kwiek. ,,Hij is bevriend met mijn zoon. Ik denk dat hij goede dingen voor de universiteit zal gaan doen. Het is een heel flinke man.”
Ondanks haar leeftijd straalt ze nog een jeugdige assertiviteit uit. Ze loopt zonder hulpmiddelen en houdt van breien (,,Iedereen wil sokken van mij hebben”). En van praten, trouwens. Over politiek en over de maatschappij, over de universiteit, over haar leven. Ze vertelt hoe er elk jaar studentenbesturen met het echtpaar Schouten kwamen kennismaken. En dat die dan ook iets te drinken en te eten wilden. ,, Maar ik had geen zin die jongens allemaal te bedienen, dus liet ik ze lootjes trekken: degene die het papiertje trok waarop ik een schortje had getekend, moest mij helpen.”
Zelf was ze ook actief binnen de TU-gemeenschap. Ze was betrokken bij de oprichting van de vereniging voor hoogleraarvrouwen. ,,Zo kon ik wat regelen. Ik was secretaris. Nee, president had ik niet willen zijn. Voor zo’n functie heb je een imposant iemand nodig, en ik ben natuurlijk maar een klein figuurtje.”
Met de vereniging werden excursies gemaakt en lezingen bijgewoond. Soms vond ze het te elitair worden. ,,Sommige hoogleraarvrouwen voelden zich verheven. Ik vond dat belachelijk. Het is toch niet hun verdienste dat hun man hoogleraar is? En dat zei ik dan ook. Ik neem geen blad voor de mond. Nu helemaal niet meer. Als je zo oud bent als ik kan dat. Dat recht heb ik me maar toegeëigend.”
Comments are closed.