Opinie

Harry legt uit

O, o, dat college van bestuur toch! Ik zat gewoon te blozen. Hoewel ik geen overdreven negatief zelfbeeld heb, werd het me na het lezen van de op het thuisadres bezorde brief aan de leden van de wetenschappelijke staf toch wel even te machtig:,,Het college beschouwt, zonder anderen tekort te doen, de leden van de wetenschappelijke staf als belangrijke stake holders in de universitaire organisatie.

Zij bepalen in hoge mate het gezicht naar buiten van de ondernemende universiteit.”

Wat mooi, zeg. En hoe het dan verder gaat:

,,Het college van bestuur wil gunstige voorwaarden scheppen, een algemeen kader bieden en met passende incentives stimuleren. Ons beleidsinstrumentarium moet de dynamiek van mens en organisatie uitstralen.”

En pats, daar sta je met de voeten weer op de grond. De ervaring leert immers dat, als ze op het hoofdgebouw het beleidsinstrumentarium gaan zitten te slijpen, je op de werkplek maar beter onder je bureau kan gaan zitten. Verdere lezing van de vier pagina’s tellende brief leert waar het over gaat: bijverdiensten.

,,Teneinde voor de te ontwikkelen beleidsinstrumenten een juist en op de werkelijkheid gebaseerd referentiekader te kunnen ontwikkelen dat tevens kan dienen als ontwikkelingsrichting van de ondersteunende processen” moeten we opgeven wat voor nevenwerkzaamheden wij zoal verrichten. Al ging je er een dag voor zitten, dan verzin je zo’n formulering nog niet. Daarom, geacht college, hierbij een brief aan u:

Waarom, college, laat u de gevoelige – toegegeven – kwestie van de nevenverdiensten omfloersen door het proza van een management-trainee die op weg naar de cursus ‘Hoe Motiveer Ik Mijn Staf’ verzeild is geraakt in een sessie van Jomanda. Daar trappen uw stake holders toch echt niet in. Waarom, college, stelt u niet duidelijke richtlijnen voor bijverdiensten op? Het rechtspositiereglement geeft u de basis, de VSNU gaf u een uitgangspunt, de politiek vraagt u er om. Vervolgens vraagt u iedereen die van mening is in een situatie te zijn die strijdig is met de richtlijnen, dit te melden. Op stafleden die wel in strijd met de richtlijnen handelen maar dat niet melden stuurt u dan de bijverdiensten-politie af. Dát is bestuurlijke moed.

Want, college, ,,los van ons vertrouwen in u en van onze waardering voor uw inzet en werkzaamheid ten dienste van de universiteit achten wij het in een normale en zakelijke verhouding tussen werkgever en werknemer vanzelfsprekend” dat u de u opgedragen verantwoordelijkheden neemt en ons als werknemers niet lastigvalt met onbegrijpelijke produkten van ambtelijk onvermogen.

Op weg naar huis kwam ik langs de koffietent van Haagse Harry. ,,Harry, doe mij een lol en vat even samen wat er in die brief staat.” ,,Okee mop, omdat jij het bent”:

,,Mense van de TU Delluf, het lèk urop dat jullie wâh buituh de deur snabbuluh, met van die stichtinkjes ensoh, laat dat de bovubazuh effe wetuh, voor wie en wat het schuift, dan kunne se dat regele en afromuh. En doe het nou gewoon uit juh eige, want met de regels kenne se jullie toch niks makuh.”

Enfin, stake holders, Harry het et effe uitgelegen, nou toch die brief maar insturen voor 1 december. Een postzegel hoeft niet.

O, o, dat college van bestuur toch! Ik zat gewoon te blozen. Hoewel ik geen overdreven negatief zelfbeeld heb, werd het me na het lezen van de op het thuisadres bezorde brief aan de leden van de wetenschappelijke staf toch wel even te machtig:

,,Het college beschouwt, zonder anderen tekort te doen, de leden van de wetenschappelijke staf als belangrijke stake holders in de universitaire organisatie. Zij bepalen in hoge mate het gezicht naar buiten van de ondernemende universiteit.”

Wat mooi, zeg. En hoe het dan verder gaat:

,,Het college van bestuur wil gunstige voorwaarden scheppen, een algemeen kader bieden en met passende incentives stimuleren. Ons beleidsinstrumentarium moet de dynamiek van mens en organisatie uitstralen.”

En pats, daar sta je met de voeten weer op de grond. De ervaring leert immers dat, als ze op het hoofdgebouw het beleidsinstrumentarium gaan zitten te slijpen, je op de werkplek maar beter onder je bureau kan gaan zitten. Verdere lezing van de vier pagina’s tellende brief leert waar het over gaat: bijverdiensten.

,,Teneinde voor de te ontwikkelen beleidsinstrumenten een juist en op de werkelijkheid gebaseerd referentiekader te kunnen ontwikkelen dat tevens kan dienen als ontwikkelingsrichting van de ondersteunende processen” moeten we opgeven wat voor nevenwerkzaamheden wij zoal verrichten. Al ging je er een dag voor zitten, dan verzin je zo’n formulering nog niet. Daarom, geacht college, hierbij een brief aan u:

Waarom, college, laat u de gevoelige – toegegeven – kwestie van de nevenverdiensten omfloersen door het proza van een management-trainee die op weg naar de cursus ‘Hoe Motiveer Ik Mijn Staf’ verzeild is geraakt in een sessie van Jomanda. Daar trappen uw stake holders toch echt niet in. Waarom, college, stelt u niet duidelijke richtlijnen voor bijverdiensten op? Het rechtspositiereglement geeft u de basis, de VSNU gaf u een uitgangspunt, de politiek vraagt u er om. Vervolgens vraagt u iedereen die van mening is in een situatie te zijn die strijdig is met de richtlijnen, dit te melden. Op stafleden die wel in strijd met de richtlijnen handelen maar dat niet melden stuurt u dan de bijverdiensten-politie af. Dát is bestuurlijke moed.

Want, college, ,,los van ons vertrouwen in u en van onze waardering voor uw inzet en werkzaamheid ten dienste van de universiteit achten wij het in een normale en zakelijke verhouding tussen werkgever en werknemer vanzelfsprekend” dat u de u opgedragen verantwoordelijkheden neemt en ons als werknemers niet lastigvalt met onbegrijpelijke produkten van ambtelijk onvermogen.

Op weg naar huis kwam ik langs de koffietent van Haagse Harry. ,,Harry, doe mij een lol en vat even samen wat er in die brief staat.” ,,Okee mop, omdat jij het bent”:

,,Mense van de TU Delluf, het lèk urop dat jullie wâh buituh de deur snabbuluh, met van die stichtinkjes ensoh, laat dat de bovubazuh effe wetuh, voor wie en wat het schuift, dan kunne se dat regele en afromuh. En doe het nou gewoon uit juh eige, want met de regels kenne se jullie toch niks makuh.”

Enfin, stake holders, Harry het et effe uitgelegen, nou toch die brief maar insturen voor 1 december. Een postzegel hoeft niet.

Redacteur Redactie

Heb je een vraag of opmerking over dit artikel?

delta@tudelft.nl

Comments are closed.