Onderwijs

Harmonisering ondersteunende functies

Voor P&O-medewerkers is er nu het boekje ‘Reeksen Ondersteunende Functies’, een aanvulling op het ‘rode boekje’ voor de waardering van ondersteunende functies.

Het dient als handvat om de functiewaardering TU-breed te harmoniseren.

Twee jaar geleden is de modernisering ondersteunende diensten (MOD) afgerond. Sindsdien is een veel gehoorde klacht van de vakbonden en het management van de faculteiten dat op het oog gelijke, ondersteunende functies verschillend worden gewaardeerd. Conform de CAO Nederlandse Universiteiten gebeurt dit nog volgens het oude systeem van het ministerie van Binnenlandse Zaken. Dit waarderingssysteem is echter in 1994 bevroren en dus verouderd. ,,Veel P&O-medewerkers worstelen regelmatig met dit verouderde waarderingssysteem en passen in de praktijk schaalverhogingen toe van +1 of +2 om mee te lopen met de salarisontwikkelingen buiten de TU”, aldus Bart Moors van Staf P&O. ,,Aangezien dit per faculteit naar eigen inzicht wordt ingevuld, bestaat de kans op oneigenlijke interne concurrentie. Daarom is een heldere normering voor de waardering van de ondersteunende functies voor de gehele TU niet alleen een wens van de vakbonden maar ook van P&O en het management.”

Simone Blenk, hoofd Personeel & Organisatie van de Bibliotheek, was voorzitter van de speciaal ingestelde projectgroep Harmonisering Functiewaardering TU-Breed. Na anderhalf jaar bestuderen, vergelijken en discussiëren kon als eindresultaat de bundel ‘Reeksen Ondersteunende Diensten’, met instemming van de vakbonden, worden gepresenteerd. Blenk benadrukt dat de bundel is bedoeld als naslagwerk voor personeelsfunctionarissen en dat het een verbijzondering op het rode boekje van de TU is en niet de nieuwe norm. In 2003 verschijnt een nieuw functiewaarderingssysteem voor alle universiteiten en de Vsnu ontwikkelt dit onder de naam UFO: Universitair Functie Ordenen. Blenk: ,,Wel zal de TU zijn nieuwe functiereeksen als input presenteren bij de Vsnu.”

Aansluiting praktijk

,,Voordat we begonnen, hebben we bij alle faculteiten en diensten de functieomschrijvingen en waarderingen opgevraagd. Op die manier wisten we zeker dat onze omschrijvingen zouden aansluiten op de praktijksituatie”, vertelt Blenk. De projectgroep was een gemêleerd gezelschap bestaande uit P&O’ers, een vertegenwoordiger van de vakcentrales en een deskundige op het gebied van het arbeidsrecht. Blenk: ,,Gelukkig waren er ook enkele liefhebbers van functieomschrijvingen in ons midden om de vele papierstapels door te spitten. Het was bijzonder veel bureauwerk en een continue afweging van belangen die met veel spanningen gepaard gaat. Functiewaarderen is een vak apart.”

De projectgroep heeft de ondersteunende functies uiteindelijk in acht reeksen onderverdeeld: financiën, onderwijs en studenten, informatisering en automatisering, personeel en organisatie, communicatie, facilitaire diensten, technische onderzoeks- enonderwijsondersteuning en managementondersteuning. Moors: ,,Het was lastige materie. Hoe dichter je de microscoop op twee vergelijkbare functies zet, hoe groter de verschillen lijken. We hebben tenslotte maar achttien salarisschalen voor zo’n zesduizend medewerkers.”

Ieder lid van de werkgroep heeft een tweedaagse cursus moeten volgen om met het nieuwe waarderingssysteem volgens de Hay-methode te kunnen werken. Dit Hay-systeem is eveneens de basis voor het UFO-project.

Moors: ,,Het nieuwe Hay-systeem werkt niet zoals het oude systeem dat gebruik maakt van een ‘beredeneerde vergelijking’. Het werkt met punten die op basis van taken, verantwoordelijkheden en vereiste vaardigheden worden toegekend. De optelsom per functie levert de uiteindelijke indeling in de ordening en waardering van de universitaire functies.”

Met het gebruik van de nieuwe functiereeksen kan de overgang naar de nieuwe, landelijke CAO in 2003 geleidelijk verlopen. De reeksen vormen een hulpmiddel bij de periodieke herziening van functies en formaties, dat doorgaans zo eens in de twee jaar gebeurt. Moors: ,,Er is echter geen sprake van terugwerkende kracht als blijkt dat bij herwaardering de functie te laag of te hoog was ingeschaald. In dit laatste geval geldt uiteraard een schaalgarantie. Niemand kan ineens in salaris achteruit gaan.”

Voor P&O-medewerkers is er nu het boekje ‘Reeksen Ondersteunende Functies’, een aanvulling op het ‘rode boekje’ voor de waardering van ondersteunende functies. Het dient als handvat om de functiewaardering TU-breed te harmoniseren.

Twee jaar geleden is de modernisering ondersteunende diensten (MOD) afgerond. Sindsdien is een veel gehoorde klacht van de vakbonden en het management van de faculteiten dat op het oog gelijke, ondersteunende functies verschillend worden gewaardeerd. Conform de CAO Nederlandse Universiteiten gebeurt dit nog volgens het oude systeem van het ministerie van Binnenlandse Zaken. Dit waarderingssysteem is echter in 1994 bevroren en dus verouderd. ,,Veel P&O-medewerkers worstelen regelmatig met dit verouderde waarderingssysteem en passen in de praktijk schaalverhogingen toe van +1 of +2 om mee te lopen met de salarisontwikkelingen buiten de TU”, aldus Bart Moors van Staf P&O. ,,Aangezien dit per faculteit naar eigen inzicht wordt ingevuld, bestaat de kans op oneigenlijke interne concurrentie. Daarom is een heldere normering voor de waardering van de ondersteunende functies voor de gehele TU niet alleen een wens van de vakbonden maar ook van P&O en het management.”

Simone Blenk, hoofd Personeel & Organisatie van de Bibliotheek, was voorzitter van de speciaal ingestelde projectgroep Harmonisering Functiewaardering TU-Breed. Na anderhalf jaar bestuderen, vergelijken en discussiëren kon als eindresultaat de bundel ‘Reeksen Ondersteunende Diensten’, met instemming van de vakbonden, worden gepresenteerd. Blenk benadrukt dat de bundel is bedoeld als naslagwerk voor personeelsfunctionarissen en dat het een verbijzondering op het rode boekje van de TU is en niet de nieuwe norm. In 2003 verschijnt een nieuw functiewaarderingssysteem voor alle universiteiten en de Vsnu ontwikkelt dit onder de naam UFO: Universitair Functie Ordenen. Blenk: ,,Wel zal de TU zijn nieuwe functiereeksen als input presenteren bij de Vsnu.”

Aansluiting praktijk

,,Voordat we begonnen, hebben we bij alle faculteiten en diensten de functieomschrijvingen en waarderingen opgevraagd. Op die manier wisten we zeker dat onze omschrijvingen zouden aansluiten op de praktijksituatie”, vertelt Blenk. De projectgroep was een gemêleerd gezelschap bestaande uit P&O’ers, een vertegenwoordiger van de vakcentrales en een deskundige op het gebied van het arbeidsrecht. Blenk: ,,Gelukkig waren er ook enkele liefhebbers van functieomschrijvingen in ons midden om de vele papierstapels door te spitten. Het was bijzonder veel bureauwerk en een continue afweging van belangen die met veel spanningen gepaard gaat. Functiewaarderen is een vak apart.”

De projectgroep heeft de ondersteunende functies uiteindelijk in acht reeksen onderverdeeld: financiën, onderwijs en studenten, informatisering en automatisering, personeel en organisatie, communicatie, facilitaire diensten, technische onderzoeks- enonderwijsondersteuning en managementondersteuning. Moors: ,,Het was lastige materie. Hoe dichter je de microscoop op twee vergelijkbare functies zet, hoe groter de verschillen lijken. We hebben tenslotte maar achttien salarisschalen voor zo’n zesduizend medewerkers.”

Ieder lid van de werkgroep heeft een tweedaagse cursus moeten volgen om met het nieuwe waarderingssysteem volgens de Hay-methode te kunnen werken. Dit Hay-systeem is eveneens de basis voor het UFO-project.

Moors: ,,Het nieuwe Hay-systeem werkt niet zoals het oude systeem dat gebruik maakt van een ‘beredeneerde vergelijking’. Het werkt met punten die op basis van taken, verantwoordelijkheden en vereiste vaardigheden worden toegekend. De optelsom per functie levert de uiteindelijke indeling in de ordening en waardering van de universitaire functies.”

Met het gebruik van de nieuwe functiereeksen kan de overgang naar de nieuwe, landelijke CAO in 2003 geleidelijk verlopen. De reeksen vormen een hulpmiddel bij de periodieke herziening van functies en formaties, dat doorgaans zo eens in de twee jaar gebeurt. Moors: ,,Er is echter geen sprake van terugwerkende kracht als blijkt dat bij herwaardering de functie te laag of te hoog was ingeschaald. In dit laatste geval geldt uiteraard een schaalgarantie. Niemand kan ineens in salaris achteruit gaan.”

Redacteur Redactie

Heb je een vraag of opmerking over dit artikel?

delta@tudelft.nl

Comments are closed.