Wat RTL kan, dat kan de Bond voor de Materialenkennis toch zeker ook? De eerbiedwaardige beroepsorganisatie voor materiaalkundigen organiseert dit jaar zijn eigen Idols: een verkiezing van de grootste Nederlandse materiaalkundige van de eeuw.
Wordt het Boud Vogelesang, de man van het vliegtuigmateriaal glare? Delftenaar J.M. Burgers, in de materiaalleer vooral bekend vanwege de ‘Burgers factor’? TU-geleerden Adriaan Beukers of Willem van Dreumel, misschien?
Voorlopig ligt de Twentse rubberexpert Jacques Noordermeer met 33 publieksstemmen op kop. Maar het wordt nog spannend: de in Delft gepromoveerde Noordermeer wordt op de hielen gezeten door Joop Schoonman (19 stemmen), de eveneens Delftse emeritushoogleraar metaalkunde P. Jongenburger en de Groningse hoogleraar toegepaste natuurkunde Jeff de Hosson (beiden 14 stemmen). In november, tijdens het tachtigjarig jubileumfeest van de bond, wordt bekend wie zich Mister Materiaalkunde van de eeuw mag noemen. Mister, want vrouwen staan niet op de kandidatenlijst.
De materiaalkunde kon wel wat meer schwung gebruiken, ziet de Bond voor de Materialenkennis in. Zeg ‘materiaalkunde’, en je denkt niet direct aan glamour en roem. Nee: je denkt aan iemand die zwijgend een monstertje materiaal onder zijn microscoop legt. Daar begint het gedonder al: noemt u eens even uit het blote hoofd tien materiaalkundigen? De shortlist die de Bond voor de Materialenkennis deze week op voordracht van zijn leden en connecties bekendmaakte, komt uit op 25 geleerden.
“Dat is het ‘m nou”, zegt Menno van der Winden, bondsbestuurder en bedenker van de wedstrijd. “Iedereen die materiaalkunde doet, vindt het enorm leuk. Maar toch staat het vak bekend als superspecialistisch en onduidelijk. Aan dat imago willen we iets doen.”
Hoewel materiaalkunde ooit begon als metaalkunde, heeft slechts een kwart van de genomineerden een achtergrond in de metallurgie. “Vooral de polymeerjongens vind ik opvallend sterk vertegenwoordigd”, zegt Van der Winden. Het Delftse stempel is zwaar: van de 25 genomineerde geleerden verdienden twaalf hun wetenschappelijke sporen in de Delftse laboratoria. Geen wonder, vindt Van der Winden: Delft had lange tijd ’s lands enige opleiding materiaalkunde in huis.
De top 25 van materiaalkundigen is trouwens nog niets. Zo mogelijk nog ludieker is de andere opvallende actie die de materialenbond deze week houdt tijdens zijn congres ‘Meeting Materials’ voor jonge materiaalkundigen: speed dating voor materiaalkundigen. Dat is precies wat je je ervan voorstelt, legt organisator Mirjam van Praag uit. Denk aan materiaalkundigen, die enkele minuten bij elkaar aan de tafel mogen zitten, totdat de bel gaat en ieder van gesprekspartner wisselt. “De gedachte is dat je zo op een veel leukere en directere manier kennis kunt opdoen. We zijn heel benieuwd hoe het werkt.”
Maarten Keulemans
Wat RTL kan, dat kan de Bond voor de Materialenkennis toch zeker ook? De eerbiedwaardige beroepsorganisatie voor materiaalkundigen organiseert dit jaar zijn eigen Idols: een verkiezing van de grootste Nederlandse materiaalkundige van de eeuw. Wordt het Boud Vogelesang, de man van het vliegtuigmateriaal glare? Delftenaar J.M. Burgers, in de materiaalleer vooral bekend vanwege de ‘Burgers factor’? TU-geleerden Adriaan Beukers of Willem van Dreumel, misschien?
Voorlopig ligt de Twentse rubberexpert Jacques Noordermeer met 33 publieksstemmen op kop. Maar het wordt nog spannend: de in Delft gepromoveerde Noordermeer wordt op de hielen gezeten door Joop Schoonman (19 stemmen), de eveneens Delftse emeritushoogleraar metaalkunde P. Jongenburger en de Groningse hoogleraar toegepaste natuurkunde Jeff de Hosson (beiden 14 stemmen). In november, tijdens het tachtigjarig jubileumfeest van de bond, wordt bekend wie zich Mister Materiaalkunde van de eeuw mag noemen. Mister, want vrouwen staan niet op de kandidatenlijst.
De materiaalkunde kon wel wat meer schwung gebruiken, ziet de Bond voor de Materialenkennis in. Zeg ‘materiaalkunde’, en je denkt niet direct aan glamour en roem. Nee: je denkt aan iemand die zwijgend een monstertje materiaal onder zijn microscoop legt. Daar begint het gedonder al: noemt u eens even uit het blote hoofd tien materiaalkundigen? De shortlist die de Bond voor de Materialenkennis deze week op voordracht van zijn leden en connecties bekendmaakte, komt uit op 25 geleerden.
“Dat is het ‘m nou”, zegt Menno van der Winden, bondsbestuurder en bedenker van de wedstrijd. “Iedereen die materiaalkunde doet, vindt het enorm leuk. Maar toch staat het vak bekend als superspecialistisch en onduidelijk. Aan dat imago willen we iets doen.”
Hoewel materiaalkunde ooit begon als metaalkunde, heeft slechts een kwart van de genomineerden een achtergrond in de metallurgie. “Vooral de polymeerjongens vind ik opvallend sterk vertegenwoordigd”, zegt Van der Winden. Het Delftse stempel is zwaar: van de 25 genomineerde geleerden verdienden twaalf hun wetenschappelijke sporen in de Delftse laboratoria. Geen wonder, vindt Van der Winden: Delft had lange tijd ’s lands enige opleiding materiaalkunde in huis.
De top 25 van materiaalkundigen is trouwens nog niets. Zo mogelijk nog ludieker is de andere opvallende actie die de materialenbond deze week houdt tijdens zijn congres ‘Meeting Materials’ voor jonge materiaalkundigen: speed dating voor materiaalkundigen. Dat is precies wat je je ervan voorstelt, legt organisator Mirjam van Praag uit. Denk aan materiaalkundigen, die enkele minuten bij elkaar aan de tafel mogen zitten, totdat de bel gaat en ieder van gesprekspartner wisselt. “De gedachte is dat je zo op een veel leukere en directere manier kennis kunt opdoen. We zijn heel benieuwd hoe het werkt.”
Maarten Keulemans
Comments are closed.