Met het plaatsen van een vuurwerkfabriek of kerncentrale stel je omwonenden bloot aan gevaar. Maar wanneer is dat risico op gevaar gerechtvaardigd? Sabine Roeser onderzoekt die vraag en betrekt daarbij emoties. Ze krijgt er een Veni-subsidi voor van twee ton euro.
Onderzoek doen naar de rol van emoties bij het beoordelen van de aanvaardbaarheid van technologische risico’s – hoe pak je zoiets aan?
“Ik ga niet de straat op om emoties te meten. Dat is al gedaan door veiligheidskundigen en psychologen. Van dat materiaal maak ik dankbaar gebruik, want mijn onderzoek moet impact hebben op het debat over risico’s die nieuwe technologieën meebrengen. Iedereen weet dat emoties daarbij een rol spelen, maar wat moeten we ermee?
Ingenieurs roepen: ‘Het publiek heeft geen verstand van technologie, is irrationeel en moet dus naar ons luisteren.’ Psychologen zeggen: ‘Het publiek vindt dat nu eenmaal en dat moet worden meegenomen om draagvlak te creëren.’ Alleen, dit zijn geen morele argumenten. Mijn inzet is: emoties zijn niet per definitie irrationeel. Emoties heb je nodig om goed te snappen wat de problemen zijn bij risico’s.”
Kunt je een voorbeeld geven?
“Dat mensen bang zijn voor een ongeluk met een kerncentrale lijkt me rationeel. Het is irrationeel om te zeggen: ‘Het kan me niets schelen dat zojuist de kernreactor in Petten is ontploft en Nederland de komende vijftig jaar onbewoonbaar is.’ Het lijkt me rationeler om daarvoor te vrezen en daarom bereid te zijn voor duurdere energie te betalen en zonnepanelen op het dak te zetten. Ook al is dat minder mooi.”
Waarom is jouw benadering beter dan de empirische benadering van psychologen en ingenieurs?
“Zij hebben een verkeerd begrip van ethiek. Psychologen zeggen: ‘Het publiek neemt emoties mee in zijn oordeel over nieuwe technologieën.’ Dat zijn dus subjectieve overwegingen. Daar zit mijn kritiek: ik vind dat je die opvattingen van het publiek met morele argumenten moet onderbouwen of weerleggen.
De emoties van het publiek lijken mij vaak gerechtvaardigde emoties waarvoor ik argumenten kan bedenken. Doordat ik argumenten kan geven en omdat die emoties gerechtvaardigd zijn, zijn het geen subjectieve oordelen en emoties.
Verder vind ik dat emoties juist nodig zijn om een goed beeld te krijgen van de morele werkelijkheid. Denk aan het feit dat we verontwaardigd raken over onrechtvaardige situaties en aan ons inlevingsvermogen. Daarmee zijn emoties eigenlijk rationeel en objectief.”
Dat klinkt controversieel.
“Dat is het ook. Helemaal voor sociale wetenschappers en ingenieurs die worden opgevoed met het idee dat als dingen niet zijn te meten, ze subjectief zijn. Filosofen debatteren al duizenden jaren over de vraag of ethiek objectief of subjectief is. Een paar jaar geleden was iedereen het erover eens: ethiek is subjectief. Daar ben ik het niet mee eens. Neem de man die zijn vrouw slaat, een hot issue in het maatschappelijke debat over cultuurrelativisme. Als ethiek subjectief zou zijn, zou ik die man niet mogen veroordelen. Want als hij dat wil doen, wie ben ik dan om dat te veroordelen? Maar ik doe het wel.”
Sommigen beweren dat vrouwen slaan door de cultuur wordt bepaald.
“Je moet onderscheiden wat mensen doen en vinden, en wat moreel goed en verkeerd is. Natuurlijk wordt vrouwen slaan door sommige culturen goedgekeurd. Maar de rol van ethiek is juist om kritisch naar het gedrag en de meningen van mensen te kijken.
Redeneer ik door op de vraag waarom vrouwen slaan slecht is, dan kom ik op het argument: alle mensen zijn gelijkwaardig. Dit is een basaal morele waarheid die je niet verder kunt beargumenteren.”
Maar hoe ga je aantonen dat emoties een onmisbare gids zijn bij het beoordelen van technologische risico’s?
“Door te beargumenteren dat we zonder emoties geen goede morele oordelen kunnen vellen. Oftewel: puur rationele wezens . denk aan Data van ‘Star Trek’ of een robot – snappen niet waarom bepaalde dingen moreel goed of verkeerd zijn.
Uit neurologisch onderzoek blijkt dat dit waar is: mensen die geen emoties hebben als gevolg van een hersenbeschadiging, maken geen goede morele beslissingen meer. Plaats deze mensen in een concrete situatie en ze zitten met de handen in het haar. Ze zullen niet zeggen: ‘Ben je gek geworden?’ als je van plan bent iets te stelen of op iemand te schieten.”
Wat zal jouw onderzoek betekenen?
“Het geeft beleidsmakers een extra argument in handen om een afkeer die bij het publiek leeft serieus te nemen, maar ook om wetenschappers aan te moedigen. Neem het boek ‘Prey’ van Michael Crichton, waarvan nanotechnologen zeggen dat het complete onzin is. Het maakt het publiek onterecht bang voor de ontwikkelingen in dit veld. Een onderzoeker zou op grond hiervan kunnen besluiten niet meer met het grote publiek te praten, omdat de emoties intussen zo hoog zijn opgelopen. Het is voor hem zinloos geworden om uit te leggen dat er geen gevaren aan nanotechnologie kleven.
Ik argumenteer: deze emoties zijn op verkeerde informatie gebaseerd en in die zin irrationeel. Door mensen argumenten en informatie te geven kunnen emoties veranderen en een bepaalde afkeer omdraaien. Want die emoties komen niet uit het niets. Die zijn gebaseerd op doomscenario’s geschetst in sciencefictionromans. Het lijkt me juist een uitdaging voor wetenschappers om de emoties van het publiek in die zin serieus te nemen – ook al zijn ze gebaseerd op verkeerde informatie. Geef de hoop niet op dat je met publiek niet zou kunnen communiceren.”
Na je studie aan de kunstacademie ging je filosofie studeren omdat in de schilderkunst gaan droog brood te verdienen was. Filosofie lijkt me ook geen studie waarvan je denkt: als ik dat af heb, liggen de banen voor het oprapen.
“Filosofie was op dat moment voor mij de leukste studie. Daarnaast deed ik politicologie. Met drie nutteloze studies moet het toch wel goed komen, was mijn gedachte. (lacht) Politicologie koos ik omdat ik vond dat ik ook eens feiten moest leren. Ik had dat tot dan toe altijd weten te omzeilen.”
Waarom?
“Ik vind het leuker om zelf creatief aan de slag te gaan. Een kunstenaar doet dat per definitie. Een filosoof ook, maar anders: hij of zij ontwikkelt ideeën waarbij het meer gaat om argumenten en redenaties. Feitenkennis ben ik daarom altijd uit de weg gegaan. Toen ik filosofie ging studeren, merkte ik dat het bij ethische discussies toch belangrijk is om te weten wat er eigenlijk aan de hand is in andere landen als je het bijvoorbeeld hebt over volkenrecht. Daarom ben ik er politicologie bij gaan doen, om eindelijk eens mijn feitenkennis van landen op te schroeven.”
En hoe staat het daar nu mee?
“Mijn vriend lacht me altijd uit omdat ik de volgorde van de kleuren van de Nederlandse vlag door elkaar haal. Ik ben geen politicoloog in hart en nieren, maar door die studie heb ik wat hiaten opgevuld.”
Een exacte studie was misschien ook een goede keuze geweest? Daarbij gaat het om het snappen van formules in plaats van ‘domweg’ uit je hoofd leren.
“Mijn vader had graag gezien dat ik ingenieur was geworden. Hij is zelf civiel ingenieur en vond alfastudies maar gezwets. Nu zit ik in Delft en zie ik de mensen die filosofie maar gezwets vinden wéér. Ik zie hier de mentaliteit van mijn vader.”
Gezwets en gezweef. Is dat ook niet wat de studenten vinden die verplicht filosofie-onderwijs bij je moeten volgen?
“Inderdaad. De typische bÈtastudent zegt: ‘Ik ben rationeel en objectief. Al het andere is gezwets en gezweef en filosofie is zelfs het toppunt van gezweef.’ Onze sectie probeert ze duidelijk te maken dat je over morele opvattingen moet argumenteren. Je kunt niet zomaar zeggen: dat vind ik, punt uit. Een mening moet onderbouwd worden. Daarvoor moeten studenten een logische, geldige redenering maken met premissen en een conclusie. Daarna zien studenten de parallellen met wiskunde, waar ze ook een bewijs opbouwen. Ik begin mijn colleges daarom vaak met een verwijzing naar Descartes, de filosoof die het assenstelsel heeft bedacht. En door te zeggen: ‘Jullie denken dat filosofie vaag is, maar alle wetenschappen komen voort uit de filosofie.’ Om te laten zien dat de huidige wetenschappen verzelfstandigde takjes zijn uit de filosofie.”
WIE IS SABINE ROESER?
Sabine Roeser (33) kreeg deze zomer twee ton Veni-subsidie om uit te zoeken of we emoties nodig hebben om te bepalen of technologische risico’s moreel aanvaardbaar zijn. Roeser is universitair docent bij de sectie filosofie (Techniek, Bestuur en Management) en stond eerder in de belangstelling met haar proefschrift ‘Ethical Intuitions and Emotions’. Daarin beweert ze dat emotie leidt tot morele kennis.
Roeser is fietsverslaafd en woont met haar vriend in Haarlem, zodat ze elke dag haar 23-kilometerrondje kan fietsen door de Kennemerduinen. “Ik word knettergek als ik een dag niet kan fietsen.”
Voordat ze afstudeerde als filosoof deed ze de kunstacademie, afstudeerrichting schilderen. De filosofe heeft het schilderen onlangs weer opgepakt voor schilderijtjes in de kinderkamer. Die moet in december af zijn.
(Foto’s: Sam Rentmeester)
Onderzoek doen naar de rol van emoties bij het beoordelen van de aanvaardbaarheid van technologische risico’s – hoe pak je zoiets aan?
“Ik ga niet de straat op om emoties te meten. Dat is al gedaan door veiligheidskundigen en psychologen. Van dat materiaal maak ik dankbaar gebruik, want mijn onderzoek moet impact hebben op het debat over risico’s die nieuwe technologieën meebrengen. Iedereen weet dat emoties daarbij een rol spelen, maar wat moeten we ermee?
Ingenieurs roepen: ‘Het publiek heeft geen verstand van technologie, is irrationeel en moet dus naar ons luisteren.’ Psychologen zeggen: ‘Het publiek vindt dat nu eenmaal en dat moet worden meegenomen om draagvlak te creëren.’ Alleen, dit zijn geen morele argumenten. Mijn inzet is: emoties zijn niet per definitie irrationeel. Emoties heb je nodig om goed te snappen wat de problemen zijn bij risico’s.”
Kunt je een voorbeeld geven?
“Dat mensen bang zijn voor een ongeluk met een kerncentrale lijkt me rationeel. Het is irrationeel om te zeggen: ‘Het kan me niets schelen dat zojuist de kernreactor in Petten is ontploft en Nederland de komende vijftig jaar onbewoonbaar is.’ Het lijkt me rationeler om daarvoor te vrezen en daarom bereid te zijn voor duurdere energie te betalen en zonnepanelen op het dak te zetten. Ook al is dat minder mooi.”
Waarom is jouw benadering beter dan de empirische benadering van psychologen en ingenieurs?
“Zij hebben een verkeerd begrip van ethiek. Psychologen zeggen: ‘Het publiek neemt emoties mee in zijn oordeel over nieuwe technologieën.’ Dat zijn dus subjectieve overwegingen. Daar zit mijn kritiek: ik vind dat je die opvattingen van het publiek met morele argumenten moet onderbouwen of weerleggen.
De emoties van het publiek lijken mij vaak gerechtvaardigde emoties waarvoor ik argumenten kan bedenken. Doordat ik argumenten kan geven en omdat die emoties gerechtvaardigd zijn, zijn het geen subjectieve oordelen en emoties.
Verder vind ik dat emoties juist nodig zijn om een goed beeld te krijgen van de morele werkelijkheid. Denk aan het feit dat we verontwaardigd raken over onrechtvaardige situaties en aan ons inlevingsvermogen. Daarmee zijn emoties eigenlijk rationeel en objectief.”
Dat klinkt controversieel.
“Dat is het ook. Helemaal voor sociale wetenschappers en ingenieurs die worden opgevoed met het idee dat als dingen niet zijn te meten, ze subjectief zijn. Filosofen debatteren al duizenden jaren over de vraag of ethiek objectief of subjectief is. Een paar jaar geleden was iedereen het erover eens: ethiek is subjectief. Daar ben ik het niet mee eens. Neem de man die zijn vrouw slaat, een hot issue in het maatschappelijke debat over cultuurrelativisme. Als ethiek subjectief zou zijn, zou ik die man niet mogen veroordelen. Want als hij dat wil doen, wie ben ik dan om dat te veroordelen? Maar ik doe het wel.”
Sommigen beweren dat vrouwen slaan door de cultuur wordt bepaald.
“Je moet onderscheiden wat mensen doen en vinden, en wat moreel goed en verkeerd is. Natuurlijk wordt vrouwen slaan door sommige culturen goedgekeurd. Maar de rol van ethiek is juist om kritisch naar het gedrag en de meningen van mensen te kijken.
Redeneer ik door op de vraag waarom vrouwen slaan slecht is, dan kom ik op het argument: alle mensen zijn gelijkwaardig. Dit is een basaal morele waarheid die je niet verder kunt beargumenteren.”
Maar hoe ga je aantonen dat emoties een onmisbare gids zijn bij het beoordelen van technologische risico’s?
“Door te beargumenteren dat we zonder emoties geen goede morele oordelen kunnen vellen. Oftewel: puur rationele wezens . denk aan Data van ‘Star Trek’ of een robot – snappen niet waarom bepaalde dingen moreel goed of verkeerd zijn.
Uit neurologisch onderzoek blijkt dat dit waar is: mensen die geen emoties hebben als gevolg van een hersenbeschadiging, maken geen goede morele beslissingen meer. Plaats deze mensen in een concrete situatie en ze zitten met de handen in het haar. Ze zullen niet zeggen: ‘Ben je gek geworden?’ als je van plan bent iets te stelen of op iemand te schieten.”
Wat zal jouw onderzoek betekenen?
“Het geeft beleidsmakers een extra argument in handen om een afkeer die bij het publiek leeft serieus te nemen, maar ook om wetenschappers aan te moedigen. Neem het boek ‘Prey’ van Michael Crichton, waarvan nanotechnologen zeggen dat het complete onzin is. Het maakt het publiek onterecht bang voor de ontwikkelingen in dit veld. Een onderzoeker zou op grond hiervan kunnen besluiten niet meer met het grote publiek te praten, omdat de emoties intussen zo hoog zijn opgelopen. Het is voor hem zinloos geworden om uit te leggen dat er geen gevaren aan nanotechnologie kleven.
Ik argumenteer: deze emoties zijn op verkeerde informatie gebaseerd en in die zin irrationeel. Door mensen argumenten en informatie te geven kunnen emoties veranderen en een bepaalde afkeer omdraaien. Want die emoties komen niet uit het niets. Die zijn gebaseerd op doomscenario’s geschetst in sciencefictionromans. Het lijkt me juist een uitdaging voor wetenschappers om de emoties van het publiek in die zin serieus te nemen – ook al zijn ze gebaseerd op verkeerde informatie. Geef de hoop niet op dat je met publiek niet zou kunnen communiceren.”
Na je studie aan de kunstacademie ging je filosofie studeren omdat in de schilderkunst gaan droog brood te verdienen was. Filosofie lijkt me ook geen studie waarvan je denkt: als ik dat af heb, liggen de banen voor het oprapen.
“Filosofie was op dat moment voor mij de leukste studie. Daarnaast deed ik politicologie. Met drie nutteloze studies moet het toch wel goed komen, was mijn gedachte. (lacht) Politicologie koos ik omdat ik vond dat ik ook eens feiten moest leren. Ik had dat tot dan toe altijd weten te omzeilen.”
Waarom?
“Ik vind het leuker om zelf creatief aan de slag te gaan. Een kunstenaar doet dat per definitie. Een filosoof ook, maar anders: hij of zij ontwikkelt ideeën waarbij het meer gaat om argumenten en redenaties. Feitenkennis ben ik daarom altijd uit de weg gegaan. Toen ik filosofie ging studeren, merkte ik dat het bij ethische discussies toch belangrijk is om te weten wat er eigenlijk aan de hand is in andere landen als je het bijvoorbeeld hebt over volkenrecht. Daarom ben ik er politicologie bij gaan doen, om eindelijk eens mijn feitenkennis van landen op te schroeven.”
En hoe staat het daar nu mee?
“Mijn vriend lacht me altijd uit omdat ik de volgorde van de kleuren van de Nederlandse vlag door elkaar haal. Ik ben geen politicoloog in hart en nieren, maar door die studie heb ik wat hiaten opgevuld.”
Een exacte studie was misschien ook een goede keuze geweest? Daarbij gaat het om het snappen van formules in plaats van ‘domweg’ uit je hoofd leren.
“Mijn vader had graag gezien dat ik ingenieur was geworden. Hij is zelf civiel ingenieur en vond alfastudies maar gezwets. Nu zit ik in Delft en zie ik de mensen die filosofie maar gezwets vinden wéér. Ik zie hier de mentaliteit van mijn vader.”
Gezwets en gezweef. Is dat ook niet wat de studenten vinden die verplicht filosofie-onderwijs bij je moeten volgen?
“Inderdaad. De typische bÈtastudent zegt: ‘Ik ben rationeel en objectief. Al het andere is gezwets en gezweef en filosofie is zelfs het toppunt van gezweef.’ Onze sectie probeert ze duidelijk te maken dat je over morele opvattingen moet argumenteren. Je kunt niet zomaar zeggen: dat vind ik, punt uit. Een mening moet onderbouwd worden. Daarvoor moeten studenten een logische, geldige redenering maken met premissen en een conclusie. Daarna zien studenten de parallellen met wiskunde, waar ze ook een bewijs opbouwen. Ik begin mijn colleges daarom vaak met een verwijzing naar Descartes, de filosoof die het assenstelsel heeft bedacht. En door te zeggen: ‘Jullie denken dat filosofie vaag is, maar alle wetenschappen komen voort uit de filosofie.’ Om te laten zien dat de huidige wetenschappen verzelfstandigde takjes zijn uit de filosofie.”
WIE IS SABINE ROESER?
Sabine Roeser (33) kreeg deze zomer twee ton Veni-subsidie om uit te zoeken of we emoties nodig hebben om te bepalen of technologische risico’s moreel aanvaardbaar zijn. Roeser is universitair docent bij de sectie filosofie (Techniek, Bestuur en Management) en stond eerder in de belangstelling met haar proefschrift ‘Ethical Intuitions and Emotions’. Daarin beweert ze dat emotie leidt tot morele kennis.
Roeser is fietsverslaafd en woont met haar vriend in Haarlem, zodat ze elke dag haar 23-kilometerrondje kan fietsen door de Kennemerduinen. “Ik word knettergek als ik een dag niet kan fietsen.”
Voordat ze afstudeerde als filosoof deed ze de kunstacademie, afstudeerrichting schilderen. De filosofe heeft het schilderen onlangs weer opgepakt voor schilderijtjes in de kinderkamer. Die moet in december af zijn.
(Foto’s: Sam Rentmeester)
Comments are closed.