Onderwijs

‘Doel bsa bij meeste faculteiten gehaald’

TU-studenten zitten bij de meeste faculteiten eerder op de juiste plaats. Dat blijkt uit een evaluatie van het bindend studieadvies. Sinds de invoering hiervan is het aantal studieswitchers meer dan verdubbeld en stoppen studenten eerder als zij onvoldoende studiepunten dreigen te halen.


Het bindend studie advies (bsa) werd in 2009 bij de TU ingevoerd. Eerstejaars studenten moesten minimaal dertig van de zestig studiepunten halen, anders mochten zij niet verder met hun opleiding. Voor de opleidingen life science & technology en molecular science & technology gold een bsa van veertig studiepunten. De faculteit Luchtvaart- en Ruimtevaarttechniek voerde het bsa een jaar later in, in 2010.


Met het bsa wil de universiteit studenten die uitvallen of aanzienlijke studievertraging oplopen sneller op de juiste plek krijgen. Vóór invoering van het bsa viel circa twintig procent van de studenten na een jaar uit en nog eens twintig tot vijfentwintig procent in de jaren daarna. Juist aan die late uitval wilde de TU iets doen.


In het eerste jaar van het bsa kreeg 23 procent een negatief advies. Dat percentage daalde in de jaren daarna naar achttien procent. Studenten bleken eerder en vaker te zijn gestopt. Zo steeg het aantal stakers – studenten die zich voor 1 februari uitschreven, waarna geen bsa volgt – van zes naar tien procent.


Het percentage positieve adviezen steeg licht tussen 2009 en 2011: van 68 naar 70 procent. Ook was er een lichte stijging in het aantal studiepunten: van gemiddeld 35 naar veertig over de gehele TU.


Wel zijn grote verschillen tussen de faculteiten. In 2012 varieerde het percentage positieve adviezen van 58 procent bij Luchtvaart- en Ruimtevaarttechniek (LR) tot 85 procent bij Bouwkunde. Ook het percentage stakers varieerde nogal: van zes bij Civiele Techniek en Geowetenschappen tot dertien procent bij 3mE en Elektrotechniek, Wiskunde en Informatica (EWI).


Enorme verschillen zijn er ook in het aantal studenten dat zijn propedeuse in één jaar haalt: variërend van zeventien procent bij werktuigbouwkunde en molecular science &technology tot 39 procent bij bouwkunde. Er geldt een grote variatie bij de kleine opleidingen, maar de grote opleidingen blijven constant. Over de hele linie stijgen de p-in-1 percentages wel.


De totale uitval in de propedeuse lijkt vooralsnog niet te veranderen, totdat gekeken wordt naar hoe het een jaar later gaat met studenten die hun propedeuse niet hebben gehaald. Het percentage uitvallers in die groep is na invoering van het bsa flink gedaald bij 3mE, EWI, LR, Industrieel Ontwerpen en Technische Natuurwetenschappen. Studenten zijn hier eerder op hun plaats, concludeert de universiteit. “We zijn de doelstelling van het bsa bij de meeste faculteiten aan het halen”, zegt Dagmar Stadler van de dienst Onderwijs en Studentenzaken.


Na invoering van het bsa verdubbelde het aantal studieswitchers, zoals te voorspellen was. Switchers doen het echter aanzienlijk minder goed dan niet-switchers. Wie switcht loopt dus risico. Verder gaan slechts weinig studenten in beroep tegen een negatief advies.


Om zeker te weten dat weggestuurde studenten – met een negatief bsa dus – wel alle informatie hadden gehad, hield de universiteit een exit-enquête onder 615 studenten uit cohort 2009-2010. Een op de drie reageerde. Negentig procent vond dat er voldoende informatie was over de studievoortgang.


“Schokkend was dat 43 procent in maart nog dacht voldoende studiepunten te kunnen halen”, zegt Stadler. Eenderde was zelfs doorgegaan als er geen bsa had bestaan. Bij LR reageerde zelfs niemand op het ‘zwaarwegende gesprek’ bij slechte resultaten. De universiteit verwacht dat dit anders zal zijn in het huidige collegejaar met een verhoogd bsa van 45 punten.


Slechts iets meer dan de helft zocht hulp bij tegenvallende resultaten. Van de mensen die geen hulp zochten, gaf zeventig procent aan geen hulp te willen ontvangen. Over de voorlichting van de TU werd zeer wisselend gedacht. Zo’n 37 procent vond de voorlichting een goed beeld geven van de studie. Bijna 27 procent vond de voorlichting neutraal en eenzelfde percentage vond haar slecht.


Overigens gaf ruim een op de drie studenten aan een andere studie aan de TU te willen gaan doen. Iets minder studenten wilden naar een hogeschool gaan.

Redacteur Redactie

Heb je een vraag of opmerking over dit artikel?

delta@tudelft.nl

Comments are closed.