Onderwijs

‘Doe je voordeel met buitenlandse studiegenoten’

De TU mag dan steeds meer buitenlandse studenten tellen, de mate van integratie van die groep valt tegen. Als de TU werkelijk een internationale universiteit wil zijn, moet er nog veel gebeuren. Dat stelt de studentenraadsfractie van Oras in een onlangs verschenen rapport.

Ze kunnen het niet wetenschappelijk onderbouwen, maar hun eigen ervaringen en gesprekken met anderen zijn veelzeggend genoeg. Conclusie: studenten aan de TU Delft leven niet in een internationale gemeenschap. De Nederlanders gaan eigenlijk helemaal niet met de buitenlanders om, laat staan dat ze in die groep vrienden hebben. Welbeschouwd is Delft dan ook geen echt internationale universiteit . ook al wordt er nog zo veel internationaal onderzoek gedaan en neemt het aantal buitenlandse studenten nog zo fors toe.

Tina Sol (21, wiskunde) en Laura Smits (22, bouwkunde) zitten dit jaar voor Oras in de studentenraad. Afgelopen januari vlogen ze met hun fractie naar Canada en de Verenigde Staten (VS), om te kijken hoe universiteiten daar met buitenlandse studenten omgaan. En daar voor Delft iets van op te steken. Vijf universiteiten bezochten ze: drie in Canada, twee in de VS. Hun ervaringen beschreven ze in het onlangs verschenen rapport ‘Internationalization at DUT . Educating the engineer of the future!’

“We kozen voor Canada op advies van het international office”, vertelt Smits. “Dat land heeft namelijk echt moeite moeten doen om internationale studenten te trekken. Naar de VS kwamen die altijd vanzelf wel, Canada is van oudsher een minder vanzelfsprekende studiebestemming. In Canada is er dus alle aanleiding om het buitenlandse studenten echt naar de zin te maken. Wij waren benieuwd hoe zo’n land de zaken dan zou regelen. Dat we ook in de VS zijn geweest, komt eigenlijk doordat we toch al vlakbij de grens waren.”
Huiskamersfeer

Veel dingen bleken overzee inderdaad beter geregeld dan in Delft. “Op Queens University in Kingston, Canada, hadden ze er bijvoorbeeld heel veel aandacht en denkkracht aan besteed”, zegt Smits. Sol vult aan: “Ze hebben daar een International Center, een open, toegankelijke ruimte met een soort huiskamersfeer. Buitenlandse studenten kunnen daar studeren, maar er is ook een keuken waar ze eten kunnen koken. De medewerkers van het international office hebben er hun werkplek en Canadese studenten die naar het buitenland willen, kunnen er informatie krijgen. Internationale studenten hebben daar kortom echt een centrale plek. Daarmee is Kingston . voor zover ik weet – verder dan welke Nederlandse universiteit dan ook.”

Verder in elk geval dan de TU. Smits: “Hier gaan al het geld en de energie nog naar de basisdingen, zoals het soepel regelen van toelatingsprocedures en huisvesting. Het international office van de TU is aan al die andere dingen nog niet toegekomen.” Het is geen onwil, denken de studentes. “Ze zien ook wel dat er meer nodig is, maar ze hebben de mankracht en de middelen niet.”

Daar ligt volgens Oras een taak voor het college van bestuur. “Het college kan ervoor kiezen om meer geld hiernaartoe te schuiven”, zegt Sol. Daarnaast moet de universiteit volgens haar actief proberen de mentaliteit van de Nederlandse studenten te veranderen. “Door erop te wijzen dat je veel kunt leren van buitenlandse studiegenoten, dat je hier op de universiteit een internationale omgeving hebt, waar je je voordeel mee kunt doen.”

Wat ook zou helpen, is als meer Nederlandse studenten zelf buitenlandse ervaring zouden opdoen. “Als je zelf in het buitenland bent geweest, sta je meer open voor buitenlandse studiegenoten”, denkt Sol. Oras vindt daarom dat de TU in het beleid zou moeten opnemen dat elk jaar een bepaald percentage studenten naar het buitenland moet. “Ook bachelorstudenten”, benadrukt Smits. “Die zijn nu nog nauwelijks aan buitenlandse medestudenten gewend, doordat er op bachelorniveau maar weinig zijn. Op masterniveau komen ze ineens in een andere wereld terecht: het onderwijs is in het Engels en de helft van de groep . zeker over een paar jaar . bestaat uit buitenlanders.” Als de studenten tegen die tijd al internationale ervaring hadden opgedaan, zouden ze beter in staat zijn om daarmee om te gaan, denken Smits en Sol.
Effect

Verder zouden ze veel zien in speciale cursussen om docenten te trainen in het omgaan met studenten uit verschillende delen van de wereld. “In de Verenigde Staten en Canada werkt dat goed, werd ons overal verteld”, zegt Sol. “Met zo’n training zijn docenten ook beter in staat om groepjes te begeleiden waarin zowel Nederlandse als internationale studenten zitten. En dat heeft weer effect op de houding van de studenten.”

Oras heeft de conclusies van het onderzoek inmiddels gepresenteerd aan verantwoordelijk collegelid Paul Rullmann. “Hij reageerde in eerste instantie enthousiast”, aldus Smits. “Maar het is even afwachten wat het college er echt mee gaat doen.”

Rullmann zelf laat weten dat hij het nog te vroeg vindt om ‘ja of nee tegen het voorstel van Oras te roepen’. Hij wijst erop dat de universiteit druk bezig is met het uitvoeren van een beleidsnotitie over internationalisering. “Het gaat om een hele keten van activiteiten waardoor internationale uitwisseling wordt bevorderd en waardoor buitenlandse studenten zich hier thuis voelen.” Als voorbeeld noemt Rullmann de inrichting van een learning center in de bibliotheek en in een nieuw gebouw, tussen het gebouw van Werktuigbouwkunde, Maritieme Techniek en Technische Materiaalwetenschappen (3mE) en dat van Industrieel Ontwerpen in. “Daar vinden studenten straks een aantal voorzieningen: ze kunnen er laptops huren, er komen studieplekken, onderwijsruimten, ontmoetingsplekken, catering, tentoonstellingen. Zulke plekken zijn bedoeld om te zorgen dat studenten . juist ook de buitenlandse – zich thuis voelen.”

In het Oras-voorstel om vaste percentages studenten naar het buitenland te sturen, ziet hij minder. “Het verbaast mij eigenlijk dat de studentenraad, die meestal wars is van maatregelen die de student ‘sturen’, hiermee kennelijk geen moeite heeft.” Volgens Rullmann is het eerder de taak van de universiteit om studeren in het buitenland zodanig te ondersteunen en aantrekkelijk te maken, dat studenten het zelf graag willen.
Hoe wordt de TU een werkelijk internationale universiteit?

In haar rapport doet Oras zeventien aanbevelingen. Dit zijn de meest opvallende:

– Geef buitenlandse studenten een e-mailbuddy, iemand met wie ze al voor aankomst in Nederland contact kunnen onderhouden;

– Creëer een international student center, waar de medewerkers van het international office zitten, maar waar ook activiteiten worden georganiseerd en waar je kunt studeren, eten koken of gewoon wat rondhangen;

– Organiseer cursussen om docenten te trainen in het omgaan met studenten uit verschillende delen van de wereld;

– Zoek een manier om studenten te belonen wanneer ze projectgroepjes samenstellen met zowel Nederlandse als buitenlandse leden;

– Laat buitenlandse studenten bij voorkeur op de campus wonen;

– Maak het voor Nederlandse studenten mogelijk om temidden van buitenlandse studenten te wonen;

– Stel een percentage bachelor- en masterstudenten vast dat per studiejaar naar het buitenland gaat.
‘Nederlanders moeten de muur om zich heen afbreken’

Adewale Adebusoye (27) uit Nigeria is bijna klaar met zijn master computer engineering. De afgelopen twee jaar heeft hij zich in Delft vaak buitengesloten gevoeld.

“Ik ging een keer naar een lunch van de ETV, de studievereniging voor elektrotechniek. Daar ben ik lid van omdat ik dan gratis studieboeken krijg. Ik dacht: leuk, daar kan ik wat mensen leren kennen. Maar ik bleek de enige buitenlander. Iedereen sprak Nederlands, niemand bekommerde zich om mij. Zo gaat het hier bij alle studentenverenigingen: voor buitenlandse studenten is eigenlijk geen plaats.

Nederlandse studenten zeggen soms: leer dan ook Nederlands. Ik zou dat heel graag doen, maar ik heb twee jaar voor deze master, ik heb een deadline. Ik heb eigenlijk geen tijd om naast mijn studie goed Nederlands te leren. Dus in de praktijk komt het erop neer dat ik met andere buitenlanders omga. Of met Nederlanders die half Chinees zijn, of met Surinamers. En natuurlijk zijn er ook heel aardige Nederlandse studenten . het is zeker niet zo dat ik alleen maar klachten heb.

Als de TU écht internationaal wil worden, dan denk ik dat de verandering bij de Nederlanders zal moeten beginnen. Zij moeten een hand uitsteken, de muur om zich heen afbreken. Ik zou ook dolgraag een hand willen uitsteken, maar hoe kan ik dat doen als ik alleen maar een dichte deur zie?”
‘Op mijn afdeling was het vanaf het begin meteen goed’

Eka Budiarto (33) uit Indonesië arriveerde een klein jaar geleden in Delft als PhD-student bij toegepaste wiskunde. Hij voelt zich prima thuis op zijn . zeer internationale . afdeling.

“Tot nu toe heb ik me nooit eenzaam gevoeld. Het scheelt natuurlijk enorm dat ik hier samen met mijn vrouw ben; ik heb altijd iemand om mee te praten. Maar ook op mijn afdeling ging het vanaf het begin meteen goed. We werken met ongeveer veertig mensen. De helft is Nederlands, de andere helft komt uit China, Pakistan, Roemenië, Rusland, Iran, Colombia, Polen en Oekraïne. Van de PhD-studenten komen er maar drie uit Nederland. We kunnen allemaal goed met elkaar opschieten. We gaan soms samen lunchen en we bespreken onze problemen.

Het enige wat ik wel zou willen, is dat ik meer kans kreeg om Nederlands te oefenen. Ik blijf zeker drie tot vier jaar, dus ik wil graag Nederlands leren. Maar als ik op de universiteit iemand in het Nederlands aanspreek, geeft die vaak antwoord in het Engels.

Ik heb een paar Nederlandse vrienden. Die ken ik via de International Student Chaplaincy waarvan ik lid ben geworden. Daar zitten ook Nederlanders bij.

Hoe de integratie van internationale studenten zou kunnen worden verbeterd? Misschien zou het handig zijn als er een website was met praktische informatie over dingen die je als nieuwkomer in Delft moet regelen. Adressen van dokters bijvoorbeeld, of informatie over verzekeringen en openbaar vervoer.”

Ze kunnen het niet wetenschappelijk onderbouwen, maar hun eigen ervaringen en gesprekken met anderen zijn veelzeggend genoeg. Conclusie: studenten aan de TU Delft leven niet in een internationale gemeenschap. De Nederlanders gaan eigenlijk helemaal niet met de buitenlanders om, laat staan dat ze in die groep vrienden hebben. Welbeschouwd is Delft dan ook geen echt internationale universiteit . ook al wordt er nog zo veel internationaal onderzoek gedaan en neemt het aantal buitenlandse studenten nog zo fors toe.

Tina Sol (21, wiskunde) en Laura Smits (22, bouwkunde) zitten dit jaar voor Oras in de studentenraad. Afgelopen januari vlogen ze met hun fractie naar Canada en de Verenigde Staten (VS), om te kijken hoe universiteiten daar met buitenlandse studenten omgaan. En daar voor Delft iets van op te steken. Vijf universiteiten bezochten ze: drie in Canada, twee in de VS. Hun ervaringen beschreven ze in het onlangs verschenen rapport ‘Internationalization at DUT . Educating the engineer of the future!’

“We kozen voor Canada op advies van het international office”, vertelt Smits. “Dat land heeft namelijk echt moeite moeten doen om internationale studenten te trekken. Naar de VS kwamen die altijd vanzelf wel, Canada is van oudsher een minder vanzelfsprekende studiebestemming. In Canada is er dus alle aanleiding om het buitenlandse studenten echt naar de zin te maken. Wij waren benieuwd hoe zo’n land de zaken dan zou regelen. Dat we ook in de VS zijn geweest, komt eigenlijk doordat we toch al vlakbij de grens waren.”
Huiskamersfeer

Veel dingen bleken overzee inderdaad beter geregeld dan in Delft. “Op Queens University in Kingston, Canada, hadden ze er bijvoorbeeld heel veel aandacht en denkkracht aan besteed”, zegt Smits. Sol vult aan: “Ze hebben daar een International Center, een open, toegankelijke ruimte met een soort huiskamersfeer. Buitenlandse studenten kunnen daar studeren, maar er is ook een keuken waar ze eten kunnen koken. De medewerkers van het international office hebben er hun werkplek en Canadese studenten die naar het buitenland willen, kunnen er informatie krijgen. Internationale studenten hebben daar kortom echt een centrale plek. Daarmee is Kingston . voor zover ik weet – verder dan welke Nederlandse universiteit dan ook.”

Verder in elk geval dan de TU. Smits: “Hier gaan al het geld en de energie nog naar de basisdingen, zoals het soepel regelen van toelatingsprocedures en huisvesting. Het international office van de TU is aan al die andere dingen nog niet toegekomen.” Het is geen onwil, denken de studentes. “Ze zien ook wel dat er meer nodig is, maar ze hebben de mankracht en de middelen niet.”

Daar ligt volgens Oras een taak voor het college van bestuur. “Het college kan ervoor kiezen om meer geld hiernaartoe te schuiven”, zegt Sol. Daarnaast moet de universiteit volgens haar actief proberen de mentaliteit van de Nederlandse studenten te veranderen. “Door erop te wijzen dat je veel kunt leren van buitenlandse studiegenoten, dat je hier op de universiteit een internationale omgeving hebt, waar je je voordeel mee kunt doen.”

Wat ook zou helpen, is als meer Nederlandse studenten zelf buitenlandse ervaring zouden opdoen. “Als je zelf in het buitenland bent geweest, sta je meer open voor buitenlandse studiegenoten”, denkt Sol. Oras vindt daarom dat de TU in het beleid zou moeten opnemen dat elk jaar een bepaald percentage studenten naar het buitenland moet. “Ook bachelorstudenten”, benadrukt Smits. “Die zijn nu nog nauwelijks aan buitenlandse medestudenten gewend, doordat er op bachelorniveau maar weinig zijn. Op masterniveau komen ze ineens in een andere wereld terecht: het onderwijs is in het Engels en de helft van de groep . zeker over een paar jaar . bestaat uit buitenlanders.” Als de studenten tegen die tijd al internationale ervaring hadden opgedaan, zouden ze beter in staat zijn om daarmee om te gaan, denken Smits en Sol.
Effect

Verder zouden ze veel zien in speciale cursussen om docenten te trainen in het omgaan met studenten uit verschillende delen van de wereld. “In de Verenigde Staten en Canada werkt dat goed, werd ons overal verteld”, zegt Sol. “Met zo’n training zijn docenten ook beter in staat om groepjes te begeleiden waarin zowel Nederlandse als internationale studenten zitten. En dat heeft weer effect op de houding van de studenten.”

Oras heeft de conclusies van het onderzoek inmiddels gepresenteerd aan verantwoordelijk collegelid Paul Rullmann. “Hij reageerde in eerste instantie enthousiast”, aldus Smits. “Maar het is even afwachten wat het college er echt mee gaat doen.”

Rullmann zelf laat weten dat hij het nog te vroeg vindt om ‘ja of nee tegen het voorstel van Oras te roepen’. Hij wijst erop dat de universiteit druk bezig is met het uitvoeren van een beleidsnotitie over internationalisering. “Het gaat om een hele keten van activiteiten waardoor internationale uitwisseling wordt bevorderd en waardoor buitenlandse studenten zich hier thuis voelen.” Als voorbeeld noemt Rullmann de inrichting van een learning center in de bibliotheek en in een nieuw gebouw, tussen het gebouw van Werktuigbouwkunde, Maritieme Techniek en Technische Materiaalwetenschappen (3mE) en dat van Industrieel Ontwerpen in. “Daar vinden studenten straks een aantal voorzieningen: ze kunnen er laptops huren, er komen studieplekken, onderwijsruimten, ontmoetingsplekken, catering, tentoonstellingen. Zulke plekken zijn bedoeld om te zorgen dat studenten . juist ook de buitenlandse – zich thuis voelen.”

In het Oras-voorstel om vaste percentages studenten naar het buitenland te sturen, ziet hij minder. “Het verbaast mij eigenlijk dat de studentenraad, die meestal wars is van maatregelen die de student ‘sturen’, hiermee kennelijk geen moeite heeft.” Volgens Rullmann is het eerder de taak van de universiteit om studeren in het buitenland zodanig te ondersteunen en aantrekkelijk te maken, dat studenten het zelf graag willen.
Hoe wordt de TU een werkelijk internationale universiteit?

In haar rapport doet Oras zeventien aanbevelingen. Dit zijn de meest opvallende:

– Geef buitenlandse studenten een e-mailbuddy, iemand met wie ze al voor aankomst in Nederland contact kunnen onderhouden;

– Creëer een international student center, waar de medewerkers van het international office zitten, maar waar ook activiteiten worden georganiseerd en waar je kunt studeren, eten koken of gewoon wat rondhangen;

– Organiseer cursussen om docenten te trainen in het omgaan met studenten uit verschillende delen van de wereld;

– Zoek een manier om studenten te belonen wanneer ze projectgroepjes samenstellen met zowel Nederlandse als buitenlandse leden;

– Laat buitenlandse studenten bij voorkeur op de campus wonen;

– Maak het voor Nederlandse studenten mogelijk om temidden van buitenlandse studenten te wonen;

– Stel een percentage bachelor- en masterstudenten vast dat per studiejaar naar het buitenland gaat.
‘Nederlanders moeten de muur om zich heen afbreken’

Adewale Adebusoye (27) uit Nigeria is bijna klaar met zijn master computer engineering. De afgelopen twee jaar heeft hij zich in Delft vaak buitengesloten gevoeld.

“Ik ging een keer naar een lunch van de ETV, de studievereniging voor elektrotechniek. Daar ben ik lid van omdat ik dan gratis studieboeken krijg. Ik dacht: leuk, daar kan ik wat mensen leren kennen. Maar ik bleek de enige buitenlander. Iedereen sprak Nederlands, niemand bekommerde zich om mij. Zo gaat het hier bij alle studentenverenigingen: voor buitenlandse studenten is eigenlijk geen plaats.

Nederlandse studenten zeggen soms: leer dan ook Nederlands. Ik zou dat heel graag doen, maar ik heb twee jaar voor deze master, ik heb een deadline. Ik heb eigenlijk geen tijd om naast mijn studie goed Nederlands te leren. Dus in de praktijk komt het erop neer dat ik met andere buitenlanders omga. Of met Nederlanders die half Chinees zijn, of met Surinamers. En natuurlijk zijn er ook heel aardige Nederlandse studenten . het is zeker niet zo dat ik alleen maar klachten heb.

Als de TU écht internationaal wil worden, dan denk ik dat de verandering bij de Nederlanders zal moeten beginnen. Zij moeten een hand uitsteken, de muur om zich heen afbreken. Ik zou ook dolgraag een hand willen uitsteken, maar hoe kan ik dat doen als ik alleen maar een dichte deur zie?”
‘Op mijn afdeling was het vanaf het begin meteen goed’

Eka Budiarto (33) uit Indonesië arriveerde een klein jaar geleden in Delft als PhD-student bij toegepaste wiskunde. Hij voelt zich prima thuis op zijn . zeer internationale . afdeling.

“Tot nu toe heb ik me nooit eenzaam gevoeld. Het scheelt natuurlijk enorm dat ik hier samen met mijn vrouw ben; ik heb altijd iemand om mee te praten. Maar ook op mijn afdeling ging het vanaf het begin meteen goed. We werken met ongeveer veertig mensen. De helft is Nederlands, de andere helft komt uit China, Pakistan, Roemenië, Rusland, Iran, Colombia, Polen en Oekraïne. Van de PhD-studenten komen er maar drie uit Nederland. We kunnen allemaal goed met elkaar opschieten. We gaan soms samen lunchen en we bespreken onze problemen.

Het enige wat ik wel zou willen, is dat ik meer kans kreeg om Nederlands te oefenen. Ik blijf zeker drie tot vier jaar, dus ik wil graag Nederlands leren. Maar als ik op de universiteit iemand in het Nederlands aanspreek, geeft die vaak antwoord in het Engels.

Ik heb een paar Nederlandse vrienden. Die ken ik via de International Student Chaplaincy waarvan ik lid ben geworden. Daar zitten ook Nederlanders bij.

Hoe de integratie van internationale studenten zou kunnen worden verbeterd? Misschien zou het handig zijn als er een website was met praktische informatie over dingen die je als nieuwkomer in Delft moet regelen. Adressen van dokters bijvoorbeeld, of informatie over verzekeringen en openbaar vervoer.”

Redacteur Redactie

Heb je een vraag of opmerking over dit artikel?

delta@tudelft.nl

Comments are closed.