Onderwijs

De sterke verhalen van OD 35

Een van de oudste studentenhuizen van Nederland, Oude Delft 35, viert haar 23ste lustrum. Al ruim een eeuw bewonen kranige mannen van het Delftsch Studenten Corps (DSC) het grachtenpand met een bewogen geschiedenis.

Huishond Butch draait zich nog een keer rusteloos om op zijn geïmproviseerde slaapplek. Sinds een paar dagen slaapt hij in de gang van het statige grachtenpand Oude Delft 35, tussen slordig opgestapelde houten planken en een grote gereedschapskist. De bewoners leggen de laatste hand aan de huisverbouwing, voor hun reúnie van zaterdag. Dan bestaat het studentenhuis 115 jaar en moet alles er picobello uitzien voor de oud-bewoners.

Sinds jaar en dag beschrijven de bewoners hun huis als een ‘echt mannenhuis’. Maar dat betekent zeker niet dat het een ranzig huis is. “Het mag hier geen klerezooi worden”, zegt huisoudste en zevendejaars student Floris Peters resoluut. “Als iemand in dit huis niet opruimt, spreken we hem op een heel directe manier aan. En als iemand vergeet de hond uit te laten, vindt hij hondenstront in zijn bed. Dat is de mannencultuur die hier heerst.”

Achter de parmantige gevels van ieder corpshuis aan de Oude Delft gaan tradities en sterke verhalen schuil. Zo ook bij ‘OD 35′. “Een paar jaar geleden kwamen twee ladderzatte huisjongsten ’s nachts thuis”, blikt Peters terug. “Ze hadden nog honger. Dus gingen ze barbecuen op de linoleumvloer in de voorkamer. De kamer zag blauw van de rook. Maar daar hadden ze geen last van, want ze hadden twee F16-helmen opgezet, met zuurstofslangen. Toen we in paniek binnenkwamen, keken ze ons droog aan en vroegen: ‘hé gasten, jullie ook een worstje’?”

Op dit moment wonen twintig corpsstudenten in het huis. En ze smeren allemaal hun eigen boterhammen. Dat was zeventig jaar geleden wel anders, herinnert oud-bewoner ir. A. Boey zich. Hij woonde er vanaf 1936 en bewaart warme herinneringen aan die tijd. “Wij zaten toen met acht studenten, iedereen had een eigen slaapkamer. Rooie Mien, een fantastisch mens, runde het huis met verve. Ze kon heel goed met jonge mannen overweg. Zij zorgde voor het eten en maakte alles schoon.”

Boey maakte de meest bewogen periode van OD 35 van dichtbij mee. “Tijdens de oorlog zijn twee huisgenoten opgepakt. Zij zaten in het verzet en waren onvoorzichtig geweest. Wij waren daarom ook een doelwit van de Duitsers. Ik heb tijdens de oorlog steeds op andere adressen in Delft gewoond. Die twee huisgenoten zijn uiteindelijk omgekomen in een Duits kamp.”

Na de oorlog werd het huis weer door studenten betrokken. De nieuwe generatie die zijn intrek nam was anders, vond Boey. “Ik kwam uit de conservatieve corpswereld met vaste spelregels uit de jaren dertig. Er was bijvoorbeeld een koperen drempel tussen de midden- en de voorzaal, waar de huisjongsten niet overheen mochten. Deden ze dat toch, dan werd ingegrepen. Na de oorlog werd daar bijvoorbeeld minder zwaar aan getild. Ik vond het jammer dat steeds losser met regels werd omgesprongen.”

De OD 35-bewoners van nu, glimlachen bij het horen van het verhaal. Vandaag de dag gaat het er inderdaad anders aan toe. “Toen ik hier zeven jaar geleden kwam wonen, spraken de huisoudsten niet eens met me, omdat ik huisjongste was”, zegt Peters. “Dat gebeurt nu niet meer. De sociale omgang is meer ontspannen geworden en dat komt de sfeer zeker ten goede. Bij te veel hiërarchie gaat de gezelligheid verloren.”

Een ‘relaxte sfeer’ mag hoog in het vaandel staan, dat betekent niet dat bezoekende vriendinnen het gemakkelijk hebben. Vroeger was er geen vrouwenbezoek door de week, nu zijn ze iedere dag welkom. Maar een warm onthaal krijgt het andere geslacht niet. “Op meisjes komen we heel intimiderend over”, zegt tweedejaars bewoner Lennart Maaskant. “Een huisgenoot nam laatst zijn vriendin mee. Toen zaten we allemaal in de tv-kelder naar het programma ‘spuiten en slikken’ te kijken. Tien jongens roepen dan geile dingen en daar moet je als meisje tussen zitten.”

Naar de reúnie kijken de bewoners reikhalzend uit. “Dan vliegen de sterke verhalen je om de oren”, zegt Peters. “Wij hebben sinds kort een cijfercode, waarmee je de deur kunt openen. Ik had laatst een brief naar de oud-bewoners gestuurd met de code, zodat ze altijd binnen kunnen als ze daar zin in hebben. Kreeg ik allemaal reacties dat in hun tijd de deur altijd open was, omdat toch niemand naar binnen durfde. Zo werd het huis gevreesd. Dat soort stoere mannenpraat.”

Aan het vorige lustrum denkt Peters met veel plezier terug. “In de tuin zaten drie stokoude mannen aan een tafel. Ze waren ver in de tachtig. Steeds dezelfde oude man ging bier halen voor de anderen. Ik wilde hem helpen door het bier te brengen, maar daar wilde hij niets van weten. Hij was vroeger hun huisjongste geweest en die hoorde bier te halen. Dat soort verhalen hoor je anders niet.”

“Bij te veel hiërarchie gaat de gezelligheid verloren.” (Foto: OD 35)

Huishond Butch draait zich nog een keer rusteloos om op zijn geïmproviseerde slaapplek. Sinds een paar dagen slaapt hij in de gang van het statige grachtenpand Oude Delft 35, tussen slordig opgestapelde houten planken en een grote gereedschapskist. De bewoners leggen de laatste hand aan de huisverbouwing, voor hun reúnie van zaterdag. Dan bestaat het studentenhuis 115 jaar en moet alles er picobello uitzien voor de oud-bewoners.

Sinds jaar en dag beschrijven de bewoners hun huis als een ‘echt mannenhuis’. Maar dat betekent zeker niet dat het een ranzig huis is. “Het mag hier geen klerezooi worden”, zegt huisoudste en zevendejaars student Floris Peters resoluut. “Als iemand in dit huis niet opruimt, spreken we hem op een heel directe manier aan. En als iemand vergeet de hond uit te laten, vindt hij hondenstront in zijn bed. Dat is de mannencultuur die hier heerst.”

Achter de parmantige gevels van ieder corpshuis aan de Oude Delft gaan tradities en sterke verhalen schuil. Zo ook bij ‘OD 35′. “Een paar jaar geleden kwamen twee ladderzatte huisjongsten ’s nachts thuis”, blikt Peters terug. “Ze hadden nog honger. Dus gingen ze barbecuen op de linoleumvloer in de voorkamer. De kamer zag blauw van de rook. Maar daar hadden ze geen last van, want ze hadden twee F16-helmen opgezet, met zuurstofslangen. Toen we in paniek binnenkwamen, keken ze ons droog aan en vroegen: ‘hé gasten, jullie ook een worstje’?”

Op dit moment wonen twintig corpsstudenten in het huis. En ze smeren allemaal hun eigen boterhammen. Dat was zeventig jaar geleden wel anders, herinnert oud-bewoner ir. A. Boey zich. Hij woonde er vanaf 1936 en bewaart warme herinneringen aan die tijd. “Wij zaten toen met acht studenten, iedereen had een eigen slaapkamer. Rooie Mien, een fantastisch mens, runde het huis met verve. Ze kon heel goed met jonge mannen overweg. Zij zorgde voor het eten en maakte alles schoon.”

Boey maakte de meest bewogen periode van OD 35 van dichtbij mee. “Tijdens de oorlog zijn twee huisgenoten opgepakt. Zij zaten in het verzet en waren onvoorzichtig geweest. Wij waren daarom ook een doelwit van de Duitsers. Ik heb tijdens de oorlog steeds op andere adressen in Delft gewoond. Die twee huisgenoten zijn uiteindelijk omgekomen in een Duits kamp.”

Na de oorlog werd het huis weer door studenten betrokken. De nieuwe generatie die zijn intrek nam was anders, vond Boey. “Ik kwam uit de conservatieve corpswereld met vaste spelregels uit de jaren dertig. Er was bijvoorbeeld een koperen drempel tussen de midden- en de voorzaal, waar de huisjongsten niet overheen mochten. Deden ze dat toch, dan werd ingegrepen. Na de oorlog werd daar bijvoorbeeld minder zwaar aan getild. Ik vond het jammer dat steeds losser met regels werd omgesprongen.”

De OD 35-bewoners van nu, glimlachen bij het horen van het verhaal. Vandaag de dag gaat het er inderdaad anders aan toe. “Toen ik hier zeven jaar geleden kwam wonen, spraken de huisoudsten niet eens met me, omdat ik huisjongste was”, zegt Peters. “Dat gebeurt nu niet meer. De sociale omgang is meer ontspannen geworden en dat komt de sfeer zeker ten goede. Bij te veel hiërarchie gaat de gezelligheid verloren.”

Een ‘relaxte sfeer’ mag hoog in het vaandel staan, dat betekent niet dat bezoekende vriendinnen het gemakkelijk hebben. Vroeger was er geen vrouwenbezoek door de week, nu zijn ze iedere dag welkom. Maar een warm onthaal krijgt het andere geslacht niet. “Op meisjes komen we heel intimiderend over”, zegt tweedejaars bewoner Lennart Maaskant. “Een huisgenoot nam laatst zijn vriendin mee. Toen zaten we allemaal in de tv-kelder naar het programma ‘spuiten en slikken’ te kijken. Tien jongens roepen dan geile dingen en daar moet je als meisje tussen zitten.”

Naar de reúnie kijken de bewoners reikhalzend uit. “Dan vliegen de sterke verhalen je om de oren”, zegt Peters. “Wij hebben sinds kort een cijfercode, waarmee je de deur kunt openen. Ik had laatst een brief naar de oud-bewoners gestuurd met de code, zodat ze altijd binnen kunnen als ze daar zin in hebben. Kreeg ik allemaal reacties dat in hun tijd de deur altijd open was, omdat toch niemand naar binnen durfde. Zo werd het huis gevreesd. Dat soort stoere mannenpraat.”

Aan het vorige lustrum denkt Peters met veel plezier terug. “In de tuin zaten drie stokoude mannen aan een tafel. Ze waren ver in de tachtig. Steeds dezelfde oude man ging bier halen voor de anderen. Ik wilde hem helpen door het bier te brengen, maar daar wilde hij niets van weten. Hij was vroeger hun huisjongste geweest en die hoorde bier te halen. Dat soort verhalen hoor je anders niet.”

“Bij te veel hiërarchie gaat de gezelligheid verloren.” (Foto: OD 35)

Redacteur Redactie

Heb je een vraag of opmerking over dit artikel?

delta@tudelft.nl

Comments are closed.