De belofte van de ACT
De Academic Career Track zou een overzichtelijk academisch carrièrepad zijn, maar de werkelijkheid is anders, ziet Britte Bouchaut. Doordat criteria flexibeler en persoonlijker zijn geworden, zijn ze juist minder scherp.
De Academic Career Track zou een overzichtelijk academisch carrièrepad zijn, maar de werkelijkheid is anders, ziet Britte Bouchaut. Doordat criteria flexibeler en persoonlijker zijn geworden, zijn ze juist minder scherp.

(Foto: Sam Rentmeester)
Er is een moment waarop je denkt het te hebben gemaakt in de academie. Na jaren als promovendus en postdoc word je assistant professor (universitair docent, UD). Je hoort er nu echt bij: je eigen plekje in het systeem. En dat systeem heeft sinds een paar jaar een nieuw helder pad: de Academic Career Track (ACT).
Het klonk allemaal zo geruststellend. Starten als UD2, na vier jaar een midterm, en bij voldoende prestaties bevordering naar UD1. Daarna zou, in principe, de weg open liggen naar associate professor (universitair hoofddocent, UHD), en misschien ooit naar full professor (hoogleraar). Schema’s en flowcharts maken het overzichtelijk. Transparant, eerlijk, voorspelbaar.
Althans, zo leek het. Tot het ergens tussen belofte en werkelijkheid begon te wringen.
De criteria – waar alles uiteindelijk om draait, zeker als je richting UHD wilt – zijn juist minder scherp geworden. Ze zijn flexibeler en meer persoonlijk waardoor iedereen kan excelleren op diens eigen manier. En laat dat duidelijk zijn: daar ben ik voorstander van. De één is een inspirerende docent, de ander een onderzoeker met impact, weer een ander excelleert in outreach of leiderschap. Dat verschil erkennen is logisch én wenselijk. Alleen: het maakt het systeem moeilijk te overzien.
Want als iedereen op zijn eigen manier mag excelleren, wat is dan nog de maatstaf? Wanneer ben je klaar voor de volgende stap? Het antwoord blijkt rekbaar, en daar zit nu juist het probleem. Een systeem voor academische loopbaanontwikkeling kan een bron worden van angst en frustratie wanneer het te weinig houvast biedt, zoals beschreven in Delta. Niet omdat mensen niet willen presteren – integendeel – maar omdat ze niet precies weten waarop ze beoordeeld worden.
Wat moet ik doen om promotie te krijgen? Het eerlijke antwoord: niemand weet het precies
Die onzekerheid is overal voelbaar. Nieuwe collega’s stellen vrijwel meteen dezelfde vraag: “Wat moet ik doen om promotie te krijgen?” Het eerlijke antwoord is ongemakkelijk: niemand weet het precies. Dus houden we elkaar voor dat het wel goed komt en dat kwaliteit vanzelf wordt gezien, terwijl we ons voorbereiden op R&O-gesprekken met een knagend gevoel: doe ik wel het juiste? Is dit genoeg?
Wat het extra wrang maakt, is wat je om je heen ziet. Collega’s die, voor zover de criteria concreet zijn, aan alles lijken te voldoen om UHD te worden, maar toch blijven hangen. Ze publiceren, halen onderzoeksgeld binnen, geven fantastisch onderwijs en dragen bij aan de organisatie. En toch is het blijkbaar niet genoeg. Tegelijkertijd zie je anderen die wél promotie maken, terwijl dat van buitenaf niet altijd te rijmen is met diezelfde criteria.
En juist daar schuurt het. Want het idee van de ACT is dat verschillende profielen evenveel kans maken op promotie. Maar als dat in de praktijk niet zo uitpakt, ligt het probleem kennelijk niet alleen in de criteria, maar in de interpretatie ervan – en door wie.
In die ruimte ontstaat een ongemakkelijke gedachte. In een column in Delta werd het scherp verwoord: “het moet je gegúnd worden”. Ik wil dat eigenlijk niet geloven, omdat het botst met het idee van de academie als meritocratie. Maar zodra criteria vervagen, wordt objectiviteit rekbaar en subjectiviteit onvermijdelijk, met angst en frustratie als gevolg. Laat de ACT daarom geen systeem zijn waar je op moet hopen, maar iets waar je op kunt bouwen.
Britte Bouchaut is universitair docent bij de sectie veiligheidskunde aan de faculteit Techniek, Bestuur en Management. Britte forenst iedere dag tussen Eindhoven en Delft, is vaak (on)terecht boos op de wereld en schrijft dit dan graag van zich af.
Heb je een vraag of opmerking over dit artikel?
B.F.H.J.Bouchaut@tudelft.nl
Comments are closed.