Onderwijs

Zelftest voor wetenschappers

Verkoop ik mijn onderzoek goed genoeg? Over die vraag hoeven wetenschappers zich niet langer het hoofd te breken: de Relevantiewijzer van het Rathenau Instituut geeft het antwoord.


Een middelbare scholier wil je interviewen; stem je daarmee in? Je wordt gevraagd om een praatje te houden voor een thematische werkgroep van ambtenaren; voel je hiervoor? Je doet een ontdekking waar je een commercieel product op zou kunnen baseren; hoe reageer je?


Zulke vragen krijgen wetenschappers voorgelegd als ze de Relevantiewijzer invullen. Ze kunnen kiezen voor emotionele antwoorden als ‘geen zin in’ of ‘wauw!’, maar ook voor een calculerend antwoord als ‘daar krijg ik geen uren voor’ of ‘ik doe het, want dat telt mee bij de evaluatie van de onderzoeksgroep’.


Als de wetenschapper na zestien van zulke scenariovragen nog wat informatie geeft over zijn deelname aan adviesgroepen, zijn samenwerking met bedrijfsleven en het schrijven van opinieartikelen, dan volgt de uitslag. Er zijn volgens de makers vier typen wetenschappers: de liefhebber (‘je vindt het belangrijk om kennis te verspreiden’), de onderzoeker pur sang (‘Je vindt dat je de wetenschap het best dient met wetenschappelijke publicaties’), de welwillende (‘je zou graag meer willen valoriseren dan je nu doet’) en de bedachtzame (‘als je eerlijk bent, doe je zelf weinig moeite om je kennis te ‘verkopen’ en laat je dat liever over aan anderen.’)


Alle vier krijgen ze tips. De liefhebber moet het voortouw nemen en anderen enthousiast maken voor de ‘valorisatie’ van hun onderzoek. De anderen zouden meer met hun collega’s moeten praten over het belang van kennisverspreiding.


De jongerenafdeling van wetenschapsgenootschap KNAW (De Jonge Akademie) werkte mee aan de Relevantietest. Die is ook bedoeld om de Valorisatieparade onder de aandacht brengen, die op 1 november in Utrecht wordt gehouden.


 

“Do you ride a bike? The answer is probably yes. If you do, you’re more sustainable than you think you are. You’re probably thinking, ‘sure, I ride a bike, and I know it doesn’t burn gas’, but remember that sustainability is about more than the environment. It’s not just the gas you don’t burn, it’s the entire way the city is arranged because people bike, and the way people treat each other on the road, all of which encourages more cycling. In other words, because you bike, you make it easier for other people to bike, and to walk. This is because personal choice in transportation has large social ramifications due to the creation of a positive feedback loop: if more people drove, there would be more parking lots and fewer bike lanes, and so things would be farther apart and it would be harder to bike, and so more people would drive, and so there would be more parking lots and fewer bike lanes….

See what I mean? Let me explain how it works where I’m from, the United States: the thing that sticks out is how many parking lots we have, not how many bikes. And if you ask someone if they ride a bike and they say yes, it’s probably because (a) they’re 12 years old, because as soon as you’re old enough to drive you get a car, or (b) they’re a professional triathlete and love how they look in spandex shorts. This makes sense, because in the US very little is reachable by bike – the house I grew up in was a 45-minute walk to the nearest store (in a city of 300,000 people), and whether you were walking or biking, you had to share the road with the cars, which isn’t pleasant.
The concept of positive feedback and bikes also applies to social attitudes: if more people always drove, fewer people would understand what it’s like to be on a bike and so would be less courteous to bikers, and so more people would drive…. Before I moved here, I lived in Portland, Oregon, supposedly the most bike-friendly large city in the US, but many drivers there hate the bikers. My last summer in Portland there were three well-publicized violent incidents between drivers and cyclists, one of which resulted in a video recording of a cyclist hanging by the windshield wipers of a car doing 50mph down the road. But this is the result of a divided road, where there are bikers and there are drivers, and each has contempt for the other.

So believe me: you’re more sustainable than you think you are. Every time you climb on your bike, not only are you saving money and saving the environment by not burning gas, you’re making it easier for other people to make the same choice. And for people who can’t drive (the old, young, infirm and poor) you’re making their lives just a little bit easier, too.  When I try and tell Dutch people that their country is quite sustainable, they look at me quizzically and say, ‘No it isn’t’. But believe me, it is!”

Devin Malone, a second-year MSc student of industrial ecology, is from Anchorage, Alaska. He has lived, worked, and traveled in 21 countries on four continents.
 

Redacteur Redactie

Heb je een vraag of opmerking over dit artikel?

delta@tudelft.nl

Comments are closed.