Campus

Wetenschap voor ambitieuze leerlingen

Biedt het vwo geen uitdaging? Kom naar Delft! Gemotiveerde scholieren maken op de junior TU Delft kennis met universitair onderwijs. Vijf vrijdagen volgen ze een multidisciplinair lesprogramma over de waterstofauto.

Een groepje jongens is geconcentreerd aan het biljarten. Even verderop wordt een zak chips luidruchtig geleegd. Bij de koffieautomaat staan twee meiden hun vriendenkring te bespreken. Alleen aan een rondslingerende multomap is te zien dat de Faculty Room van Scheikundige Technologie vandaag de setting is voor de junior TU Delft, een uitdagend onderwijsprogramma voor knappe koppen uit regionale vwo-5 klassen.

Pas als afgestudeerd IO’er Neele Kistemaker aankondigt de workshop te willen starten, wordt duidelijk waarom juist deze scholieren onderwijs aan de junior TU Delft volgen. Onmiddellijk is de groep een en al oor voor Kistemakers verhaal over consumentbeleving. Kistemaker, in het dagelijks leven actief in haar eigen onderzoeks/ontwerpbureau Muzus, vertelt hoe belangrijk het is vanuit een doelgroep te werken. Ze demonstreert dit aan de hand van persoonlijkheidsbeschrijvingen die ze gebruikt heeft bij het ontwikkelen van MP3-spelers voor specifieke doelgroepen. De scholieren krijgen allemaal een kaart met een persoonlijkheid toebedeeld. Ze moeten uitzoeken welke van de tentoongestelde MP3-spelers voor hun nieuw verworven persoonlijkheid zijn ontworpen. De kaartjes leiden tot grote hilariteit. “Shit, mijn persoonlijkheid is een loser!”, klinkt het teleurgesteld. En: “Ha, ik ben tenminste een leuke spontane meid!” De enthousiaste Kistemaker moet moeite doen om over de gesprekken heen te komen en de groep aan het werk te zetten. Het matchen van de persoonlijkheden en de MP3-spelers vormt nauwelijks een uitdaging. De scholieren doorzien al gauw dat het kleurgebruik op de persoonlijkheidskaart en de bijpassende MP3-spelerkaart overeenkomt, zodat de zoektocht vroegtijdig wordt afgerond.

Nu is het tijd voor het echte werk. Kistemaker verdeelt de scholieren in drie subgroepen, die een doelgroep moeten kiezen om voor te ontwerpen. Na verhitte discussies komen de groepen tot overeenstemming. Ze zullen ontwerpen voor een oma, een snelle yup en een wulpse dame, respectievelijk omgedoopt tot Truus, Erik en Paris. De leerlingen maken een persoonsbeschrijving en een collage om zich te verdiepen in de belevingswereld van de doelgroep. Stapels tijdschriften, lijm en stiften inspireren tot gevarieerde creaties. Een kleurige collage van ovenwanten geeft een beeld van oma Truus en uit de persoonsbeschrijving van de wulpse Paris blijkt dat zij ‘een IQ gelijk aan de pH waarde van haar bloed heeft’. Op basis van dit materiaal beschrijven de scholieren een dag uit het leven van Truus, Erik en Paris. Gauw bedenken ze nog producteigenschappen van een waterstofauto voor hun doelgroep en dan is het tijd voor de volgende activiteit. Met een luid applaus voor Kistemaker wordt de workshop afgesloten.
Fanatiek

De scholieren zijn in het begin van de middag opgesplitst in een groep ontwerpers, die de workshop consumentenbeleving volgt en een groep onderzoekers, die gelijktijdig in een computerzaal werkt aan hun eigen onderzoek. Waar de ontwerpers veel praten en lachen tijdens de workshop, is het bij de onderzoekers opmerkelijk rustig. De scholieren staren geconcentreerd naar hun beeldscherm en overleggen op serieuze toon onderling of met de rondlopende docenten. “In een paar uur hebben ze meer over waterstof en redoxreacties geleerd dan hun medescholieren in een hele lessenserie”, vertelt docent Aonne Kerkstra. “Het is opvallend hoe snel ze zich de stof eigen maken.” Fanatiek bediscussieert een groepje de kringloop van waterstof met hoogleraar Anorganische Chemie Joop Schoonman. Vaktermen worden niet geschuwd, maar Schoonman doet zijn best de chemie te relateren aan de belevingswereld van de jongeren. In zijn presentatie, die de scholieren die ochtend gevolgd hebben, sierden plaatjes van stoere auto’s de reactievergelijkingen op en vertaalde hij entropie naar wanorde. In plaats van alleen maar stoffige scheikundeformules bespreekt Schoonman actuele thema’s, zoals het rapport over biobrandstoffen dat minister Cramer de dag ervoor ontving.

De scholieren zijn enthousiast over deze insteek. Tjeerd Prins en Bart van den Berg van het Oranje Nassau-college in Zoetermeer: “Bij deze professor heb je het gevoel dat hij veel weet. Docenten op school leggen uit wat er in het boek staat. Als je een vraag hebt, kunnen ze vaak niet meer vertellen dan dat. De professor gaat heel diep in op het onderwerp. De les is veel moeilijker dan op school, maar wel erg interessant.” Hoewel ze onderwezen worden door docenten van de TU Delft, hebben Tjeerd en Bart niet het gevoel dat ze de universiteit beter leren kennen. “We hebben vooral veel gangen gezien en niet zoveel mensen. Het is leuk om in een andere omgeving te zijn, op school maak je telkens dezelfde dingen mee.”

Dat de scholieren op een wetenschappelijke manier aan de slag gaan met een hot item op de TU Delft, lijken ze niet te beseffen. Ook Angela Plomp van Scholengemeenschap Spieringshoek in Schiedam vindt haar onderzoek niet bijzonder. Met haar projectgenootje verdiept ze zich in bio-ethanol. “We onderzoeken onder andere hoe het gemaakt wordt, hoe het opgeslagen wordt en of dat schoon, veilig en duurzaam gebeurt. Voor een deel komt dat voort uit de opdracht op Blackboard, de rest leek ons wel logisch.”

De concentratieboog van de leerlingen is relatief lang, maar halverwege de middag beginnen er e-mails over sommige beeldschermen te vliegen. Gemiddeld blijft het evenwel opvallend rustig, zeker bij de groepen die de onderzoeksopdracht van de junior TU Delft gebruiken als hun profielwerkstuk.

Angela: “Het is handig dat we hier onder schooltijd aan ons profielwerkstuk kunnen werken. Bovendien leek het me interessant om me te verdiepen in de waterstofauto en meer te leren dan je normaal op school doet.” Haar medescholieren noemen verder als motivatie dat ze het doel willen zien van de ‘saaie’ theorie van scheikunde, interesse in techniek hebben en bekend willen worden met de TU Delft.
Vakjury

Na twee uur werken aan hun onderzoek voegt de groep onderzoekers zich bij de ontwerpers in de Faculty Room. Tien minuten wordt er gekletst, gelachen en ge-sms’t, daarna openen de leerlingen op verzoek van docent Aonne Kerkstra hun Binas. Het college redoxreacties gaat van start met de bespreking van het huiswerk. De scholieren denken mee met Kerkstra en vullen zijn zinnen vlot aan. In een aantal schriften ontbreken wat opgaven, maar een groot deel van de groep neemt actief deel aan de les. Er ontstaat een discussie tussen Kerkstra en een leerlinge over het wel of niet verlopen van een redoxreactie, die de leerlinge triomfantelijk wint. De groep houdt de docent scherp in de gaten. Toch komen de scholieren niet over als stereotype nerds. Ze dragen dezelfde skinny jeans, spijkerrokjes en veelkleurige hoodies als hun leeftijdsgenoten. Ook op de junior TU Delft gaat er een mobieltje af tijdens de les. De gesprekken in de pauze gaan ook over vrienden, relaties en voetbal. Maar dat het lesprogramma dat ze volgen de grootste angst van hun alfageoriënteerde leeftijdsgenootjes is, valt niet van hun gezichten af te lezen.

Na het college volgt een bezoek aan een prototype van een waterstofauto en dan zit de tweede dag in de serie van vijf er alweer op. De komende twee vrijdagen zullen de scholieren zich gaan verdiepen in Formula Zero, brandstofcellen en technisch modelleren. Tijdens de laatste bijeenkomst zullen de scholieren hun project presenteren aan een vakjury. Dat mag mondeling of via een Wiki (werkdocument op internet, red.). Angela en haar projectgenootje gaan voor een mondelinge presentatie. “Een Wiki maken is misschien wel leuk, maar het is lastig om de spelling goed te krijgen”, zegt Angela’s projectgenootje als een ware taalschuwe technicus.
Wat is de junior TU Delft?

De junior TU Delft heeft twee hoofdactiviteiten. Er worden themablokken ontwikkeld en gegeven aan ambitieuze leerlingen uit 5 en 6 vwo, zoals in dit geval de waterstofauto. Daarnaast worden vwo-cases van een blokuur samengesteld om te behandelen in vwo 3 en 4, die afgeleid kunnen worden van de themablokken. Met deze combinatie hoopt de junior TU Delft belangstelling voor technologie te wekken en levend houden, extra uitdaging te bieden en leerlingen kennis te laten maken met technisch onderwijs aan de TU Delft. Dit kan het keuzeproces voor een (universitaire) vervolgopleiding vergemakkelijken.

De junior TU Delft is tegelijkertijd een ontmoetingsplaats voor vwo- en TU-docenten. Vwo-docenten kunnen hun ervaringen met de junior TU Delft meenemen naar het vwo en TU-docenten krijgen op hun beurt een realistischer beeld van de vwo-scholier van nu. Ze ondervinden het kennisniveau en de leerstijl van de leerlingen en zien meer van de leerwijze op het vwo.

Scholieren, docenten en ouders zijn enthousiast en de junior TU Delft heeft na een pilotfase vorig jaar een vaste plek verworven in het aansluitingsprogramma van de TU Delft.
Lesgeven aan slimme vwo-ers

Niet alleen voor de leerlingen is de junior TU Delft anders dan anders. Ook de docenten moeten schakelen naar een andere manier van onderwijs geven. Oanne Kerkstra, die een collegereeks over redoxchemie geeft, was zelf jarenlang docent op het vwo. “Met deze groep scholieren kun je in hoog tempo door de stof heen gaan, ze zijn snel van begrip. De leerlingen kunnen meer diepgang aan dan in het conventionele scheikundeonderwijs geboden wordt. Op dit niveau les kunnen geven is heerlijk voor een docent”.

Joop Schoonman, hoogleraar Anorganische Chemie, was vanaf het begin enthousiast over de junior TU Delft. “De leerlingen zijn niet bekend met alle vaktermen, maar kunnen toch heel goed meekomen. Het belangrijkste in onderwijs is het overbrengen van bezieling. Ik zie lesgeven als verantwoord cabaret: iedereen die je college bezoekt moet op de eerste rij willen zitten. Daarom zie ik graag dat topdocenten lesgeven aan eerstejaars en vwo-ers.”

De junior TU Delft probeert in te spelen op actueel onderzoek aan de TU Delft en daarmee hoogleraren te betrekken bij het onderwijs, zodat toekomstige leerlingen verzekerd zijn van verantwoord cabaret van topniveau.

Een groepje jongens is geconcentreerd aan het biljarten. Even verderop wordt een zak chips luidruchtig geleegd. Bij de koffieautomaat staan twee meiden hun vriendenkring te bespreken. Alleen aan een rondslingerende multomap is te zien dat de Faculty Room van Scheikundige Technologie vandaag de setting is voor de junior TU Delft, een uitdagend onderwijsprogramma voor knappe koppen uit regionale vwo-5 klassen.

Pas als afgestudeerd IO’er Neele Kistemaker aankondigt de workshop te willen starten, wordt duidelijk waarom juist deze scholieren onderwijs aan de junior TU Delft volgen. Onmiddellijk is de groep een en al oor voor Kistemakers verhaal over consumentbeleving. Kistemaker, in het dagelijks leven actief in haar eigen onderzoeks/ontwerpbureau Muzus, vertelt hoe belangrijk het is vanuit een doelgroep te werken. Ze demonstreert dit aan de hand van persoonlijkheidsbeschrijvingen die ze gebruikt heeft bij het ontwikkelen van MP3-spelers voor specifieke doelgroepen. De scholieren krijgen allemaal een kaart met een persoonlijkheid toebedeeld. Ze moeten uitzoeken welke van de tentoongestelde MP3-spelers voor hun nieuw verworven persoonlijkheid zijn ontworpen. De kaartjes leiden tot grote hilariteit. “Shit, mijn persoonlijkheid is een loser!”, klinkt het teleurgesteld. En: “Ha, ik ben tenminste een leuke spontane meid!” De enthousiaste Kistemaker moet moeite doen om over de gesprekken heen te komen en de groep aan het werk te zetten. Het matchen van de persoonlijkheden en de MP3-spelers vormt nauwelijks een uitdaging. De scholieren doorzien al gauw dat het kleurgebruik op de persoonlijkheidskaart en de bijpassende MP3-spelerkaart overeenkomt, zodat de zoektocht vroegtijdig wordt afgerond.

Nu is het tijd voor het echte werk. Kistemaker verdeelt de scholieren in drie subgroepen, die een doelgroep moeten kiezen om voor te ontwerpen. Na verhitte discussies komen de groepen tot overeenstemming. Ze zullen ontwerpen voor een oma, een snelle yup en een wulpse dame, respectievelijk omgedoopt tot Truus, Erik en Paris. De leerlingen maken een persoonsbeschrijving en een collage om zich te verdiepen in de belevingswereld van de doelgroep. Stapels tijdschriften, lijm en stiften inspireren tot gevarieerde creaties. Een kleurige collage van ovenwanten geeft een beeld van oma Truus en uit de persoonsbeschrijving van de wulpse Paris blijkt dat zij ‘een IQ gelijk aan de pH waarde van haar bloed heeft’. Op basis van dit materiaal beschrijven de scholieren een dag uit het leven van Truus, Erik en Paris. Gauw bedenken ze nog producteigenschappen van een waterstofauto voor hun doelgroep en dan is het tijd voor de volgende activiteit. Met een luid applaus voor Kistemaker wordt de workshop afgesloten.
Fanatiek

De scholieren zijn in het begin van de middag opgesplitst in een groep ontwerpers, die de workshop consumentenbeleving volgt en een groep onderzoekers, die gelijktijdig in een computerzaal werkt aan hun eigen onderzoek. Waar de ontwerpers veel praten en lachen tijdens de workshop, is het bij de onderzoekers opmerkelijk rustig. De scholieren staren geconcentreerd naar hun beeldscherm en overleggen op serieuze toon onderling of met de rondlopende docenten. “In een paar uur hebben ze meer over waterstof en redoxreacties geleerd dan hun medescholieren in een hele lessenserie”, vertelt docent Aonne Kerkstra. “Het is opvallend hoe snel ze zich de stof eigen maken.” Fanatiek bediscussieert een groepje de kringloop van waterstof met hoogleraar Anorganische Chemie Joop Schoonman. Vaktermen worden niet geschuwd, maar Schoonman doet zijn best de chemie te relateren aan de belevingswereld van de jongeren. In zijn presentatie, die de scholieren die ochtend gevolgd hebben, sierden plaatjes van stoere auto’s de reactievergelijkingen op en vertaalde hij entropie naar wanorde. In plaats van alleen maar stoffige scheikundeformules bespreekt Schoonman actuele thema’s, zoals het rapport over biobrandstoffen dat minister Cramer de dag ervoor ontving.

De scholieren zijn enthousiast over deze insteek. Tjeerd Prins en Bart van den Berg van het Oranje Nassau-college in Zoetermeer: “Bij deze professor heb je het gevoel dat hij veel weet. Docenten op school leggen uit wat er in het boek staat. Als je een vraag hebt, kunnen ze vaak niet meer vertellen dan dat. De professor gaat heel diep in op het onderwerp. De les is veel moeilijker dan op school, maar wel erg interessant.” Hoewel ze onderwezen worden door docenten van de TU Delft, hebben Tjeerd en Bart niet het gevoel dat ze de universiteit beter leren kennen. “We hebben vooral veel gangen gezien en niet zoveel mensen. Het is leuk om in een andere omgeving te zijn, op school maak je telkens dezelfde dingen mee.”

Dat de scholieren op een wetenschappelijke manier aan de slag gaan met een hot item op de TU Delft, lijken ze niet te beseffen. Ook Angela Plomp van Scholengemeenschap Spieringshoek in Schiedam vindt haar onderzoek niet bijzonder. Met haar projectgenootje verdiept ze zich in bio-ethanol. “We onderzoeken onder andere hoe het gemaakt wordt, hoe het opgeslagen wordt en of dat schoon, veilig en duurzaam gebeurt. Voor een deel komt dat voort uit de opdracht op Blackboard, de rest leek ons wel logisch.”

De concentratieboog van de leerlingen is relatief lang, maar halverwege de middag beginnen er e-mails over sommige beeldschermen te vliegen. Gemiddeld blijft het evenwel opvallend rustig, zeker bij de groepen die de onderzoeksopdracht van de junior TU Delft gebruiken als hun profielwerkstuk.

Angela: “Het is handig dat we hier onder schooltijd aan ons profielwerkstuk kunnen werken. Bovendien leek het me interessant om me te verdiepen in de waterstofauto en meer te leren dan je normaal op school doet.” Haar medescholieren noemen verder als motivatie dat ze het doel willen zien van de ‘saaie’ theorie van scheikunde, interesse in techniek hebben en bekend willen worden met de TU Delft.
Vakjury

Na twee uur werken aan hun onderzoek voegt de groep onderzoekers zich bij de ontwerpers in de Faculty Room. Tien minuten wordt er gekletst, gelachen en ge-sms’t, daarna openen de leerlingen op verzoek van docent Aonne Kerkstra hun Binas. Het college redoxreacties gaat van start met de bespreking van het huiswerk. De scholieren denken mee met Kerkstra en vullen zijn zinnen vlot aan. In een aantal schriften ontbreken wat opgaven, maar een groot deel van de groep neemt actief deel aan de les. Er ontstaat een discussie tussen Kerkstra en een leerlinge over het wel of niet verlopen van een redoxreactie, die de leerlinge triomfantelijk wint. De groep houdt de docent scherp in de gaten. Toch komen de scholieren niet over als stereotype nerds. Ze dragen dezelfde skinny jeans, spijkerrokjes en veelkleurige hoodies als hun leeftijdsgenoten. Ook op de junior TU Delft gaat er een mobieltje af tijdens de les. De gesprekken in de pauze gaan ook over vrienden, relaties en voetbal. Maar dat het lesprogramma dat ze volgen de grootste angst van hun alfageoriënteerde leeftijdsgenootjes is, valt niet van hun gezichten af te lezen.

Na het college volgt een bezoek aan een prototype van een waterstofauto en dan zit de tweede dag in de serie van vijf er alweer op. De komende twee vrijdagen zullen de scholieren zich gaan verdiepen in Formula Zero, brandstofcellen en technisch modelleren. Tijdens de laatste bijeenkomst zullen de scholieren hun project presenteren aan een vakjury. Dat mag mondeling of via een Wiki (werkdocument op internet, red.). Angela en haar projectgenootje gaan voor een mondelinge presentatie. “Een Wiki maken is misschien wel leuk, maar het is lastig om de spelling goed te krijgen”, zegt Angela’s projectgenootje als een ware taalschuwe technicus.
Wat is de junior TU Delft?

De junior TU Delft heeft twee hoofdactiviteiten. Er worden themablokken ontwikkeld en gegeven aan ambitieuze leerlingen uit 5 en 6 vwo, zoals in dit geval de waterstofauto. Daarnaast worden vwo-cases van een blokuur samengesteld om te behandelen in vwo 3 en 4, die afgeleid kunnen worden van de themablokken. Met deze combinatie hoopt de junior TU Delft belangstelling voor technologie te wekken en levend houden, extra uitdaging te bieden en leerlingen kennis te laten maken met technisch onderwijs aan de TU Delft. Dit kan het keuzeproces voor een (universitaire) vervolgopleiding vergemakkelijken.

De junior TU Delft is tegelijkertijd een ontmoetingsplaats voor vwo- en TU-docenten. Vwo-docenten kunnen hun ervaringen met de junior TU Delft meenemen naar het vwo en TU-docenten krijgen op hun beurt een realistischer beeld van de vwo-scholier van nu. Ze ondervinden het kennisniveau en de leerstijl van de leerlingen en zien meer van de leerwijze op het vwo.

Scholieren, docenten en ouders zijn enthousiast en de junior TU Delft heeft na een pilotfase vorig jaar een vaste plek verworven in het aansluitingsprogramma van de TU Delft.
Lesgeven aan slimme vwo-ers

Niet alleen voor de leerlingen is de junior TU Delft anders dan anders. Ook de docenten moeten schakelen naar een andere manier van onderwijs geven. Oanne Kerkstra, die een collegereeks over redoxchemie geeft, was zelf jarenlang docent op het vwo. “Met deze groep scholieren kun je in hoog tempo door de stof heen gaan, ze zijn snel van begrip. De leerlingen kunnen meer diepgang aan dan in het conventionele scheikundeonderwijs geboden wordt. Op dit niveau les kunnen geven is heerlijk voor een docent”.

Joop Schoonman, hoogleraar Anorganische Chemie, was vanaf het begin enthousiast over de junior TU Delft. “De leerlingen zijn niet bekend met alle vaktermen, maar kunnen toch heel goed meekomen. Het belangrijkste in onderwijs is het overbrengen van bezieling. Ik zie lesgeven als verantwoord cabaret: iedereen die je college bezoekt moet op de eerste rij willen zitten. Daarom zie ik graag dat topdocenten lesgeven aan eerstejaars en vwo-ers.”

De junior TU Delft probeert in te spelen op actueel onderzoek aan de TU Delft en daarmee hoogleraren te betrekken bij het onderwijs, zodat toekomstige leerlingen verzekerd zijn van verantwoord cabaret van topniveau.

Redacteur Redactie

Heb je een vraag of opmerking over dit artikel?

delta@tudelft.nl

Comments are closed.