Campus

Watching the World Cup

The streets are starting to color orange. Not because autumn has kicked in, nor because Queen’s Day is being celebrated. It is because the World Cup Soccer is coming up from June 11 to July 11.

During European or World soccer championships, the Dutch put orange flags in their windows and gardens and collect the craziest free gadgets from supermarkets to support their national team.

Don’t let this craziness distract you from your books just yet; it will only get crazier as the championship approaches. Dutch people are convinced the Netherlands are going to win the World Cup. So either hide or join the orange madness.

Where to watch?
Besides who is going to win, an important question is of course where to watch this event. Will you watch it at home, with your friends or in the local pub? The Sport and Culture Centre at the Mekelweg is going to show the matches on a big screen in the Sport Café. There, students can watch matches together and drink a beer to celebrate the goals and victories.

How to celebrate?   
Will you behave and just have a beer or two? Or will you celebrate the Dutch way, with lots of beer and lots of noise? Because when your national team wins and you chose option two, then you have to go out on the street and walk with flags and vuvuzelas, and you will blend right in with your Dutch neighbors. A reminder: do not go celebrate a victory of a team that beats the Netherlands. In that case, you should be happy, but keep it quiet. Dutch people are very serious about soccer tournaments.

I can’t watch! I have to study!
Maybe you are not in the position to celebrate victories, because the World Cup happens to take place during the examination period. The games start at 13:30, 16:30 and 20:30, so find out when your favorite country is playing and try to plan your studying around it. One thing is absolutely for sure: even when you don’t like soccer, you will be dragged into it. Your friends, family, or roommates will eventually persuade you to watch the games together with them. So be prepared, because you won’t be able to resist the pressure and temptation. If you are not able to watch the matches live, you can watch full replays of the games online at www.nos.nl. You won’t be able to soak up the atmosphere, but at least you won’t miss any goals.

Even though every country wants to win the Cup, in the end it is all about having fun together. Go out and watch matches with your friends and plan when to study so you don’t have to miss anything. Finish your projects and then run to the supermarket to get your own orange vuvuzela.

Hoe gaat het met u?
“Alles doet het weer. Ik heb een half jaar veel gesport en geoefend om conditie op te bouwen. Alle organen werkten niet, maar dat was met de kerst weer in orde. Ik fiets al weer rustig tussen Delft en Rotterdam. Het gaat eigenlijk vanzelf. Ik heb even goed de tijd genomen om te rusten. ”

Hoe kijkt u terug op de afgelopen periode?
“Nu zeg ik: het was een soort verplicht sabbatical. Ik heb tijd gehad om te lezen. Het heeft ook wel leuke kanten. Ik ben niet boos of heel erg somber. Ik had het natuurlijk liever niet meegemaakt, maar mijn gezondheid kende op een gegeven moment een stijgende lijn. Als die lijn dalend is of als er niets gebeurt, is het moeilijker.”

Heeft u ooit gedacht het niet te redden?
“Nee, anderen wel. Ik kan me niks herinneren. Er is mij verteld wat er is gebeurd. Ik had een goede conditie. Ik zou zeggen: veel lopen en fietsen. Dat helpt.”

Maar u balanceerde op het randje van de dood.
“Daar heb ik weinig van gemerkt. Mijn vrouw, mijn broers en zus en mijn vrienden hebben daar meer last van gehad. Maakten zich meer zorgen. Ik werd wakker en de zon scheen. Ik heb zo veel reacties gehad, zo veel steun, aandacht en liefde. Dat vergoedde veel.
Ik had in mijn kamer in het ziekenhuis een muur van liefde: veel kaarten en bloemen. Doordat
ik mijn werk als decaan los moest laten, kon ik me op mezelf
concentreren. Ik liet me wel op de hoogte houden. Je leert dat je misbaar bent en dat is ook wel eens goed.”
 

En dan komt u weer bij Bouwkunde en is er veel veranderd.
“Het gebouw was klaar. Het plan daarvoor was voor die tijd al gereed. In die zin was die opname ‘goed getimed’. Ik kwam terug in een groot en vrolijk gebouw. Dat was iets wat me in positieve zin opviel: dat enthousiasme. Wat duidelijk veranderd was – maar dat wisten we in september al – was de financiële situatie van de faculteit. Die is moeilijker. We moeten goed nadenken over hoe we rondkomen. Je kunt niet allerlei kranen dichtdraaien want die zijn al dicht. We moeten keuzes maken. Lastig, maar niet onoverkomelijk. Er zijn al veel stappen gezet en daar ga ik mee door. Die financiële krapte dwingt je tot meer gezamenlijk nadenken.”

Had u andere keuzes gemaakt?
“Ik neem het zoals het is. Door mijn waarnemers Jan Rots en Peter Boelhouwer is goed en integer gewerkt. Daar gaan we mee door. We komen in een volgende fase. Veel contracten zijn niet verlengd. Dat kun je één keer doen, maar je kunt niet aan de gang blijven.”

Waar gaat u zich nu vooral op richten?
“De agenda wordt zeer bepaald door het meerjarenplan voor de faculteit. We zijn nu met de begroting bezig. Hoe kunnen we ons onderzoek kwalitatief versterken en door meer partijen laten financieren. Wat betreft het onderwijs is de grootschaligheid van de aantallen studenten belangrijk. Hoe kunnen we het onderwijs doelgerichter maken met minder middelen. Verder moet de bedrijfsvoering beter. In de TU weten we niet waar het geld blijft. We gaan uren schrijven voor alle projecten.”

En een nieuw gebouw?
“Dat zit er niet in. Dat is zo’n ongelooflijke financiële belasting. Vastgoed is het beleid voor de campus aan het herdefiniëren. Ik verwacht dat we in het oude pand blijven.”

Redacteur Redactie

Heb je een vraag of opmerking over dit artikel?

delta@tudelft.nl

Comments are closed.