Campus

‘Voor elk drieletterwoord twintig cent’

Hans de Knegt helpt het Owee-bestuur al 38 jaar. Na dit jaar houdt hij ermee op, want maandag 29 augustus wordt hij zeventig. “Een mooie leeftijd om te stoppen.”


Hoe heeft u het zo lang volgehouden?

“Ik werk al vijftig jaar bij de TU en heb het altijd naar mijn zin gehad. En ik heb de gezondheid gehad om het te kunnen doen. Ik heb eerlijk gezegd nooit naar een andere baan uitgekeken. In het begin wel. Toen wilde ik ambtenaar van de burgerlijke stand worden, maar dat werd het niet.”


U begon in de jaren zestig bij de afdeling Post- en Archiefzaken van de Technische Hogeschool Delft. Roerige tijden?

“Ja, vanwege de bezettingen door studenten. Ik weet nog dat ik door Diederik Samsom werd opgesloten. Wij zijn dikwijls ingesloten door bezetters. Met kettingen werd het hoofdgebouw afgesloten. We weken uit naar de aula.”


Zijn studenten nu braver?

“Dat wil ik niet zeggen. Ze zijn anders. Ze verdragen elkaar meer dan in de jaren zestig. Toen waren de verschillen tussen verenigingsleden en niet-verenigingsleden heel groot. Daar zaten wij dan tussen om het in goede banen te leiden.”


U was twintig jaar chef protocol en dus verantwoordelijk voor alle academische plechtigheden. Wat vond u een hoogtepunt?

“Het bezoek van koningin Beatrix in 1992. Daar zijn 36 draaiboeken aan vooraf gegaan. Ik werd mager van de stress, maar het was wel een hoogtepunt. Ook leuk is dat prins Friso in Delft kwam studeren en met de hele Owee mee deed. Juliana was een keer bij een symposium over gehandicapten. Tussen de middag vroeg ze: waar is die aardige meneer gebleven? Dat was de rector, die weg moest. Ze was heel kwaad op de pers die haar volop fotografeerde. ‘En nu is het verdomme afgelopen’, zei ze. “Rustig, rustig, Jula, zei haar hofdame jonkvrouwe Röell.”


En nu bent u al weer 38 jaar beheerder bij het Owee-bestuur.

“Eerst was ik secretaris, nu beheerder. Ik zorg ervoor dat jongelui binnen komen met hun pasje, regel hun aanstelling en verricht hand- en spandiensten bij het organiseren van de Owee-week. Ik help met de inschrijvingen en zit tijdens de Owee in het mobileum: een oude loempiakar die fungeert als mobiel infopunt. Zolang ze me nog accepteren als ouwe lul is het leuk.”


Studenten waren vroeger door gewaad, gelaat en gepraat herkenbaar, zegt u wel eens.

“Vroeger kon je corpsleden van ver herkennen: jasje, dasje, kort geknipt. Nu onderscheiden ze zich nergens meer door. Een spijkerbroek met een kruis tot aan de knieën: dat kan net zo goed een Feyenoord-fan uit de Wippolder zijn. Hun taalgebruik: heel erg. Voor elke vloek en elk drieletterwoord gaat er twintig cent in de pot. Meestal zijn het dames van wie je het niet verwacht. En soms wel vijf keer achter elkaar! Ze denken dat we van het geld uit eten gaan, maar dan beloon je het. Het gaat naar de Bond tegen het vloeken.”  

Maken studenten het tentamen risk management bij Pieter Bots, dan denken ze aan een vlinderdasje, vertellen Lilian Maat en Sebas Greeven van studievereniging Curius. Het dasje beeldt de analyse van een veiligheidssituatie uit: de knoop in het midden is de ontstane onveilige situatie. De vleugel aan de ene kant verbeeldt het steeds meer in detail analyseren van de oorzaken. De vleugel aan de andere kant laat de zich steeds verder uitbreidende gevolgen zien.
Bots was tot begin 2009 een paar jaar in Frankrijk voor onderzoek. Na terugkomst wist hij op Maat en Greeven, die hem in hun eerste jaren nooit zagen, indruk te maken. Greeven heeft een keer een werkcollege bij Bots gevolgd, Maat deed haar bachelorproject bij hem. Nu zijn ze een jaar lang respectievelijk commissaris onderwijs en bachelor en commissaris master en carrière bij Curius.
Al denkend vertellen de twee waarom Pieter Bots in de ogen van honderden TBM-studenten de beste docent van 2010 is. Kenmerken die in hun relaas voorbij komen: enthousiast, betrokken, opgewekt, open, streng, strikt, veeleisend, innovatief, scherp.
Maat en Greeven blijken goed op de hoogte van Bots’ lange staat van dienst aan de faculteit. Hij is onder meer coördinator van de technische bestuurskundevakken (TB), hij was opleidingsdirecteur en lid van de adviescommissie kwaliteitszorg onderwijs en lid van het platform duurzame ontwikkeling. Maat: “Hij heeft vanaf het begin meegeholpen bij de ontwikkeling van het onderwijsprogramma, vooral van de echte TB-vakken. Daarom weet hij er veel van af en kan hij heel goed inschatten wat studenten weten en wat niet.”
Maar de doorsnee student zal vooral op hem hebben gestemd om zijn didactische kwaliteiten. Greeven: “Hij stelt vragen waar ik zelf niet aan denk. Hij leest zich snel in en heeft de gave zich snel een onderwerp eigen te maken. Hij zet je aan het denken en stuurt je zo in de goede richting.”
Bots ziet het volgens de studenten als een uitdaging om de lesstof zo goed mogelijk over te brengen. Daarbij is hij innovatief. Hij bedenkt ezelsbruggetjes, werkt met smartboards, ontwikkelde een peer reviewsysteem waarbij studenten elkaars werk beoordelen en ontwerpt al vanaf 2004 serious games.
Bots heeft een natuurlijk overwicht, vindt Maat. “Als hij praat, dan luister je”, vult Greeven aan. Ze merken dat Bots veel weet en dat hij daar graag over praat. Maat: “Hij is een babbelkont, maar hij heeft het wel over serieuze dingen.”

Wie is Pieter Bots?
Hermieneke, werken, uit eten gaan, kelderkoor, fietsvakantie, contact met studenten, software bouwen, praten, conceptualiseren, uitproberen.

Vanaf nu lees je wekelijks op deze plek over de kandidaten voor de titel ‘Beste docent van de TU Delft’ – door ogen van hun studenten.

Redacteur Redactie

Heb je een vraag of opmerking over dit artikel?

delta@tudelft.nl

Comments are closed.