Opinie

Vernieuwing

U bent nu één jaar in functie als opleidingsdirecteur bij Bouwkunde. Kunt U in vogelvlucht aangeven wat uw indrukken van dat jaar zijn?Kijk, het is natuurlijk snel gegaan.

Het begon in 1995 met wat ‘uitlekkende’ ambtelijke notities, gevolgd door een wetsvoorstel. Omdat de Kamer wel inzag dat je niet aan de ene kant de studenten af kan knijpen met tempobeurzen en hoger collegegeld maar aan de andere kant de universiteiten met gedateerde democratische bestuursvormen laten doormodderen, was dat voorstel zo het parlement door. Weg dus universiteitsraden, faculteitsraden en dat soort tijdverslindende overblijfselen uit de jaren zeventig.

Via een outplacement-bureau werden wat fusie-slachtoffers aangetrokken als beroepsdekaan. Samenvoeging van scholen leverde een cohort aan geschikte opleidingsdirecteuren op. In mijn vorige functie was ik directeur van de – helaas opgeheven – basisschool ‘Het Volle Leven’. Ik heb hier op Bouwkunde nu de ,,volledige bevoegdheden ten aanzien van programmering en personeelsbeleid”. De dekaan en ik runnen de tent en dat gaat fantástisch. Er wordt niet meer vergaderd, nergens, door niemand, want daar moeten wij eerst toestemming voor geven. En dat doen we uiteraard nooit.

Hoe gaat U personeelsbeleid voeren?

Zal ik U eens wat vertelen? Er wordt hier nu weer gewoon gewerkt en gestudeerd. De faculteit Bouwkunde heeft altijd al de problematische functie van conjunctuur-kussen vervuld. Bijna iedereen hier werkt part-time en heeft er nog een eigen winkel naast. Gaat het goed in de bouw, dan besteden de medewerkers veel tijd aan hun privé-activiteiten; gaat het slecht in de bouw, dan vlucht iedereen weer naar de universiteit. Dat houdt in dat de kwaliteit van het onderwijs erg wisselt, en ik heb mij tot doel gesteld om dat nu eens te nivelleren. Iedereen krijgt, naar analogie van de oormerken bij koeien, bij indiensttreding operatief een chipcard ingebracht. Wij kunnen dus altijd zien waar de staf zich bevindt. Er is ook al een smart-card op de markt die in de hersenen geïnstalleerd wordt, zodat je zelfs kan controleren waar iemand aan denkt, maar de implantatiekosten daarvan waren nog te hoog.

Wat zijn de gevolgen voor programmering?

Het probleemgestuurd onderwijs heb ik meteen afgeschaft. Alsof we al niet genoeg problemen hebben, dan zal je ze in het onderwijs nog eens gaan ópzoeken. De studenten waren zo opgelucht. Daarna ging het systeem van blokken en modules overboord. Er stond toen een delegatie van studenten op de stoep om me persoonlijk te bedanken. Het programma bestaat nu uit J(aar)1 t/m J5. Wie J1 niet haalt, moet wegwezen, en dat is de helft. De vakgroepen waren al afgeschaft; afstudeervarianten doen we ook niet meer aan, dat is veel te verwarrend. Na vijf jaar leveren we dan een universele bouwkundig ingenieur af.

Tot slot, wat lijkt U de ideale onderwijsvorm?

Ik streef nu naar het model van de klassieke lagere school. Zes jaar, klassikaal met een meester of een juf ervoor, waar nodig de plak of in de hoek. En als de studenten het heel goed doen, mogen ze een week met gekleurde inkt schrijven.

U bent nu één jaar in functie als opleidingsdirecteur bij Bouwkunde. Kunt U in vogelvlucht aangeven wat uw indrukken van dat jaar zijn?

Kijk, het is natuurlijk snel gegaan. Het begon in 1995 met wat ‘uitlekkende’ ambtelijke notities, gevolgd door een wetsvoorstel. Omdat de Kamer wel inzag dat je niet aan de ene kant de studenten af kan knijpen met tempobeurzen en hoger collegegeld maar aan de andere kant de universiteiten met gedateerde democratische bestuursvormen laten doormodderen, was dat voorstel zo het parlement door. Weg dus universiteitsraden, faculteitsraden en dat soort tijdverslindende overblijfselen uit de jaren zeventig.

Via een outplacement-bureau werden wat fusie-slachtoffers aangetrokken als beroepsdekaan. Samenvoeging van scholen leverde een cohort aan geschikte opleidingsdirecteuren op. In mijn vorige functie was ik directeur van de – helaas opgeheven – basisschool ‘Het Volle Leven’. Ik heb hier op Bouwkunde nu de ,,volledige bevoegdheden ten aanzien van programmering en personeelsbeleid”. De dekaan en ik runnen de tent en dat gaat fantástisch. Er wordt niet meer vergaderd, nergens, door niemand, want daar moeten wij eerst toestemming voor geven. En dat doen we uiteraard nooit.

Hoe gaat U personeelsbeleid voeren?

Zal ik U eens wat vertelen? Er wordt hier nu weer gewoon gewerkt en gestudeerd. De faculteit Bouwkunde heeft altijd al de problematische functie van conjunctuur-kussen vervuld. Bijna iedereen hier werkt part-time en heeft er nog een eigen winkel naast. Gaat het goed in de bouw, dan besteden de medewerkers veel tijd aan hun privé-activiteiten; gaat het slecht in de bouw, dan vlucht iedereen weer naar de universiteit. Dat houdt in dat de kwaliteit van het onderwijs erg wisselt, en ik heb mij tot doel gesteld om dat nu eens te nivelleren. Iedereen krijgt, naar analogie van de oormerken bij koeien, bij indiensttreding operatief een chipcard ingebracht. Wij kunnen dus altijd zien waar de staf zich bevindt. Er is ook al een smart-card op de markt die in de hersenen geïnstalleerd wordt, zodat je zelfs kan controleren waar iemand aan denkt, maar de implantatiekosten daarvan waren nog te hoog.

Wat zijn de gevolgen voor programmering?

Het probleemgestuurd onderwijs heb ik meteen afgeschaft. Alsof we al niet genoeg problemen hebben, dan zal je ze in het onderwijs nog eens gaan ópzoeken. De studenten waren zo opgelucht. Daarna ging het systeem van blokken en modules overboord. Er stond toen een delegatie van studenten op de stoep om me persoonlijk te bedanken. Het programma bestaat nu uit J(aar)1 t/m J5. Wie J1 niet haalt, moet wegwezen, en dat is de helft. De vakgroepen waren al afgeschaft; afstudeervarianten doen we ook niet meer aan, dat is veel te verwarrend. Na vijf jaar leveren we dan een universele bouwkundig ingenieur af.

Tot slot, wat lijkt U de ideale onderwijsvorm?

Ik streef nu naar het model van de klassieke lagere school. Zes jaar, klassikaal met een meester of een juf ervoor, waar nodig de plak of in de hoek. En als de studenten het heel goed doen, mogen ze een week met gekleurde inkt schrijven.

Redacteur Redactie

Heb je een vraag of opmerking over dit artikel?

delta@tudelft.nl

Comments are closed.