Onderwijs

Veel moeite voor beetje gas

Het was afgeladen vol bij het KNAW minisymposium over schaliegas op 12 juni. Niettemin lijkt het potentieel aan ‘nieuw gas’ in Nederland bescheiden.


Boren naar schaliegas betekent een omvangrijke operatie voor een snel teruglopende productie. Zoveel werd duidelijk uit de presentatie van prof. Rien Herber (RU Groningen). Per boring is 15 tot 20 duizend kubieke meter water nodig (zes olympische zwembaden), drukken van 400 tot 600 bar en zo’n 100 kubieke meter aan een mix van tientallen chemicaliën (www.fracfocus.org).



De kans op een mislukte ‘droge’ put is ongeveer twee maal hoger dan bij conventionele gasboring (36 versus 20 procent). En als de put eenmaal gas produceert, loopt dat in een jaar terug naar 40 procent van de aanvangsproductie en na twee jaar naar 20 procent. Na acht jaar is de put ‘dood’ en moet ‘geabandonneerd’ worden. Dat wil zeggen: volstorten met cement.



Het is allemaal een stuk lastiger dan vroeger omdat men toen (bij conventionele gasboring) poreus zandsteen onder een afsluitende laag aanboorde waarin zich gas had verzameld vanuit een onderliggende moedergesteente. Het gas lag als het ware te wachten op ontginning.



Bij schaliegas wordt de laag moedergesteente zelf aangeboord en met hoge druk open gewrikt (‘fracturing’ of ‘fracking’). Maar omdat het gesteente zelf nauwelijks doorlatend is, valt de productie snel terug. De enige remedie is: veel nieuwe putten en gangen blijven boren. Dat was ook de conclusie van de Canadese geoloog David Hughes na een evaluatie van het Amerikaanse schaliegaswonder. 

Nederland
Nederland

Nederland


Nederland kent twee lagen met schaliegas- (en schalieolie)potentieel. De bovenste, jongere Posidonia laag (blauw) lijkt vooral olierijk. De oudere Geveriklaag (groen) is volgens prof. Stefan Luthi (TU Delft) het meest waarschijnlijke gebied voor schaliegaswinning in Nederland.


Proefboringen moeten duidelijk maken hoe groot het winbaar potentieel daar is. Luthi kwam met een schatting van een kwart van het Slochterenveld op basis van het laatste IEA-rapport, terwijl Herber even eerder tien keer minder aangaf, zoals zijn berekeningen uit 201 uitwezen. Wild uiteenlopende schattingen van winbare reserves zijn bij schaliegas overigens meer regel dan uitzondering.

Wereldwijd
Wereldwijd

Wereldwijd


Een paar dagen eerder had het internationaal energieagentschap IEA nog een rapport uitgebracht over de reserves wereldwijd. En dat is verhelderend. Luthi verwees ernaar om de Nederlandse discussie in perspectief te plaatsen.


Even wat getallen: het Slochterenveld bevat 100 tcf (trillion cubic feet) en de huidige wereldconsumptie is 120 tcf per jaar. Dat geeft een idee van de grootte. Aan bewezen reserves conventioneel gas is er 6800 tcf, en aan onbewezen, maar vermoedde reserves nog 8800 tcf. De totale reserve aan technisch winbaar schaliegas bedraagt 7200 tcf. Tel dat bij elkaar op (22800) en je hebt bij de huidige consumptie voor bijna 200 jaar gas. 


Van de geschatte 7200 tcf aan schaliegas bevindt zich naar schatting 26 tcf (0,3 procent) in Nederland. De grootste reserves bevinden zich in China (1100 tcf), Argentinië (800), Algerije (700) en de VS (665), aldus het IEA-rapport. Met name China heeft een groot belang bij exploitatie van schaliegas omdat het de CO2-uitstoot van het land kan helpen verminderen wanneer er op gas in plaats van kolen wordt gestookt.

Groen licht


Luthi concludeert dan ook: “Wat Nederland ook beslist, schaliegaswinning gaat evengoed door. Met name in VS, Zuid-Amerika en China.” TNO en ECN hebben dat al eerder onderkend, en hebben zich aangesloten bij het Europese onderzoeksprogramma EERA op het gebied van schaliegas. Zo meldde dr.ir René Peters, directeur gastechnologie TNO.



Daar gebeurt interessant onderzoek naar nieuwe boormethoden met minder impact op de omgeving en naar ‘microseismiek’ die driedimensionaal in beeld brengt hoe het oliehoudend gesteente op drie tot vier kilometer diepte open gekraakt wordt. De TU Delft, toch Nederlands enige mijnbouwopleiding, stond niet op de lijst van aangesloten onderzoeksinstellingen.


Zie verder eventueel KNAW minisymposium en Overzichtsartikel op Kennislink.




 

Redacteur Redactie

Heb je een vraag of opmerking over dit artikel?

delta@tudelft.nl

Comments are closed.