Deze column gaat over valse symmetrie. Dat is wanneer twee dingen die totaal ongelijk zijn, toch aan elkaar worden gelijkgesteld. Bijvoorbeeld een expert en een wetenschapsontkenner tegenover elkaar in een talkshow. Wat er ook wordt gezegd, de wetenschapsontkenner wint altijd, want die wordt nu net zo serieus genomen als de expert. De twee partijen hadden vanaf het begin nooit als gelijkwaardig mogen worden beschouwd.
Valse symmetrie komt veel voor in de politiek. Extreemrechts braakt de gruwelijkste dingen uit en vervolgens zegt iemand uit het zogenaamde politieke midden dat beide kanten eens wat minder moeten polariseren. Het resultaat: een klinkende overwinning voor extreemrechts. Valse symmetrie werkt steevast in het voordeel van de status quo en versterkt bestaande trends.
Maar er zijn maar heel weinig situaties waar valse symmetrie zulke groteske vormen aanneemt als in het Israël-Palestina conflict. Zelden was een strijd zo ongelijk. Het Palestijnse volk wordt stelselmatig onderdrukt, verdreven en uitgehongerd. Er komt geen einde aan de wandaden van Israël, met als recente dieptepunten een racistische doodstrafwet voor Palestijnen en militaire gevangenissen waar Palestijnse kinderen worden gemarteld en misbruikt. Wie meent daar nog symmetrie in te herkennen, heeft op een technische universiteit weinig te zoeken.
Zo blijft de valse symmetrie overeind en kunnen we bij elk volgend protest zeggen dat we keurig neutraal zijn
Toch ziet de TU Delft dat schijnbaar anders. Zo werd recent de activistische zionist Gil Troy uitgenodigd voor een lezing. Zijn overtuiging, zoals uitvoerig beschreven in zijn nieuwe boek: kritiek op de staat Israël kan niet los worden gezien van antisemitisme. Een drogredenering van verbluffend niveau. Antisemitisme ingezet als een soort jokerkaart die op ieder moment kan worden gespeeld en de speler vrijwaart van alle kritiek. Anne Frank zou zich omdraaien in haar graf als ze wist hoe het onrecht dat haar is aangedaan hiermee wordt misbruikt om de meest wanstaltige misdaden goed te praten.
Aan de vooravond van Troy’s lezing werden ruiten ingegooid bij het Echo gebouw. De schade loopt in de tonnen. Opzettelijke vernieling, zeker van deze omvang, moet stellig worden veroordeeld en bestraft. Daarover is geen discussie. Toch zie ik in het gebroken glas meer dan alleen vandalisme. Ik zie boosheid, verdriet en machteloosheid. Ik zie een wanhopige oproep om eindelijk eens te erkennen dat de situatie niet symmetrisch is. Dat iemand als Troy geen podium verdient. Dat de universiteit stelling moet durven nemen.
Maar dat is helaas te veel gevraagd. “We blijven […] ruimte bieden aan iedereen die zijn of haar stem wil laten horen”, gaf een woordvoerder van het college van bestuur als onderbouwing voor het besluit de lezing alsnog door te laten gaan. “Daarbij geven we ruimte aan vrijheid van meningsuiting, zoals we dat consequent doen.”
En zo blijft de valse symmetrie overeind. En kunnen we bij elk volgend protest zeggen dat we keurig neutraal zijn en zo ontzettend goed open staan voor ieders mening. En verontwaardigd reageren als iemand dan boos wordt en roept dat dat niet eerlijk is en dat er een morele ondergrens is. En dan meewarig zeggen dat die persoon het allemaal wel heel serieus neemt, en dat we niet zo moeten polariseren. Zoals we dat consequent doen.
Comments are closed.