Stinkende zaken
In zijn eerste column voor Delta ziet Sander Otte een gelijkenis tussen de niet opgeëiste stankactie en de aanwezigheid van fossiele bedrijven bij de Delftse Bedrijvendagen: beide zijn ondoordacht en onverdedigbaar.
In zijn eerste column voor Delta ziet Sander Otte een gelijkenis tussen de niet opgeëiste stankactie en de aanwezigheid van fossiele bedrijven bij de Delftse Bedrijvendagen: beide zijn ondoordacht en onverdedigbaar.

(Foto: Sam Rentmeester)
De collegezaal rook allesbehalve fris. Er hing een vage geur van ranzige boter, die het de studenten nog net iets lastiger maakte om zich te concentreren op mijn toch al warrige verhandeling over de relativistische correctie op het atoommodel van Bohr. Dat was op vrijdagochtend, vier dagen nadat onbekenden een olieachtige substantie (het bleek later om boterzuur te gaan) hadden aangebracht bij de ingang van de aula. Ik wil er niet aan denken hoe erg de stank die eerste dag moet zijn geweest. Aulamedewerkers die dagenlang in die omstandigheden hun werk zijn blijven doen verdienen wat mij betreft een medaille.
De actie is niet opgeëist en er zat ook geen boodschap bij. Het meest voor de hand liggend is dat het activisten waren die zich verzetten tegen de aanwezigheid van schadelijke bedrijven bij de Delftse Bedrijvendagen (DBD). Maar het zouden ook tegendemonstranten kunnen zijn geweest die activisten juist in een kwaad daglicht wilden stellen. Of misschien had het niks te maken met de DBD en wilden opstandige bouwkundestudenten een statement maken tegen brutalistische architectuur; we zullen het nooit weten. Zonder boodschap en afzender is het gissen naar de motivatie en is de hele actie weinig meer dan ordinair vandalisme.
Dat de stankactie het werk zou zijn geweest van Extinction Rebellion (XR) is onwaarschijnlijk: XR neemt altijd verantwoordelijkheid voor hun acties en heeft in de kernwaarden staan dat ze nooit ‘ondergronds’ opereren. Bovendien demonstreerden actievoerders van XR de volgende dag zelf openlijk tegen de DBD met een lawaaiprotest.
Voor je het weet krijg je met zo’n speech de stankactie in je schoenen geschoven
Ik was ook van plan bij dat lawaaiprotest te zijn, en met een megafoon over de campus te schallen hoe onbegrijpelijk het is dat we midden in een klimaatcrisis immorele olie- en gasmaatschappijen blijven uitnodigen om onze studenten te indoctrineren. Bedrijven als ExxonMobil, die decennialang twijfel hebben gezaaid over klimaatwetenschap. Die nog altijd het immense gevaar van klimaatverandering bagatelliseren, maar intussen wel paniek zaaien over hoe zogenaamd de hele economie pardoes instort zodra we iets minder van hun vernietigende producten kunnen kopen. En bedrijven die zichzelf schaamteloos presenteren als onderdeel van de oplossing door te schermen met technologische sprookjes, alles om de kraan nog nét iets langer open te kunnen houden.
Maar ja, voor je het weet krijg je met zo’n speech de stankactie in je schoenen geschoven. Probeer maar eens door een megafoon uit te leggen dat je daar niks mee te maken had en dat je de werkwijze afkeurt, maar dat je de vermoedelijke boodschap (die er dus niet bij zat) wel steunt. Uiteindelijk besloot ik maar af te zien van mijn deelname aan het protest. Subtiele argumentatie over de dubieuze rol van fossiele bedrijven is trouwens toch niet besteed aan DBD-bestuursvoorzitter Merel Vooijs. Zij deed de zaak af door Omroep Delft te vertellen dat “juist deze bedrijven banen kunnen bieden aan technische studenten”. Ja Merel, dat snappen we.
Kortom, de stankactie was geen succes. Ontwrichtend demonstreren zonder boodschap en zonder afzender is ondoordacht, onverantwoord en onverdedigbaar. Bijna net zo ondoordacht, onverantwoord en onverdedigbaar als ExxonMobil uitnodigen bij de Delftse Bedrijvendagen.
Sander Otte is hoogleraar atomaire quantumtechnologie bij de TU Delft. Hij spreekt zich geregeld uit als wetenschapper in het klimaatdebat en voert actie met Extinction Rebellion.
Comments are closed.